In 2005 verscheen het 27ste album van Neil Young: Prairie Wind. Deze plaat sluit door zijn rustige muziek aan op de meesterwerken Harvest en Harvest Moon. Prairie Wind is een persoonlijk album, waarop de eigenzinnige Canadees zingt over de eindigheid van het aardse leven. Zijn vader Scott was kort ervoor overleden na een ziekbed, en bij Neil werd een aderverwijding verholpen.

Het eerste decennium van de 21ste eeuw was een productieve periode voor Neil Young. Vrijwel jaarlijks verscheen van zijn hand een nieuw studio-album. Prairie Wind was de vierde plaat in het nieuwe millennium.

Het jaar 2005 was voor Young een pittig jaar. Zijn vader Scott, een bekende (sport-)journalist en schrijver, stierf in de zomer van dat jaar. De gitarist werd zelf geholpen aan een aneurysma, een verwijding in een deel van het vaatstelsel. Deze aneurysma zat bij Neil in zijn hersenen.

Reden genoeg voor Young junior om zich op zijn nieuwe album te richten op de eindigheid van het leven. Depressief is Prairie Wind niet; het album leverde Young een aantal nominaties voor muziekprijzen op. De cd werd genomineerd voor een Grammy Award en de opener The Painter maakte ook kans op een Grammy als afzonderlijke song.

Een mooi nummer, The Painter. Overigens geldt die kwalificatie ook voor When God Made Me, waarin Young zich afvraagt welke afwegingen zijn Schepper had toen Hij Young maakte.

Vier weken voor de release van Prairie Wind speelde Young de nummers in Ryman Auditorium in Nashville. Deze concerten werden gefilmd door Jonathan Demme, die het filmmateriaal gebruikte voor zijn documentaire ‘Neil Young: Heart Of Gold’.

In het decennium dat sindsdien volgde, kwam de zanger/gitarist met platen van wisselende kwaliteit, maar Prairie Wind is een van de sterkere albums uit Youngs carrière.