Op 27 december 1975 werd bekendgemaakt dat de band (the) Faces niet meer bestond. Waarom? Gitarist Ronnie Wood werd permanent lid van The Rolling Stones, als vervanger van de opgestapte Mick Taylor en Rod Stewart werd als soloartiest steeds succesvoller en besloot daarom zonder de band verder te gaan.

In 1969 begon de geschiedenis van de band die we vooral kennen van de song Stay With Me. In feite was het een voortzetting van de in de jaren zestig zeer populaire mod-band Small Faces. Zanger/gitarist Steve Marriott verliet de groep om zijn eigen band Humble Pie op te richten. De overblijvende Small Faces waren Ian McLagan (keyboards), Ronnie Lane (bas) en Kenney Jones (drums/percussie) en zij lijfden Ronnie Wood (gitaar) en Rod Stewart (zang) in, die samen tot voor kort in The Jeff Beck Group speelden.

De naam van de nieuwe band werd (the) Faces, het ‘Small’ gedeelte van de naam werd geschrapt om verwarring te voorkomen én om te laten zien dat het om een nieuwe band ging. Een niet onbelangrijke andere reden is dat Stewart en Wood een stuk langer waren dan de drie voormalige Small Faces-leden. De platenbazen waren het er niet mee eens dat de naam veranderd werd, maar de mannen hielden voet bij stuk. Als compromis verscheen de eerste langspeelplaat van de band in Amerika nog wel onder de oude naam, maar alle volgende albums verschenen ook daar onder de naam Faces.

Voordat dit allemaal gebeurde werkten de mannen al eens samen in de band Quiet Melon, waarin ook Ronnie’s oudere broer Art Wood en Kim Gardner speelden; ze namen vier songs op en deden in mei 1969 een paar optredens toen Ronnie en Rod even geen verplichtingen bij Jeff Beck hadden. Later die zomer verlieten Wood en Stewart The Jeff Beck Group en gingen fulltime samenwerken met Lane, McLagan en Jones. Al voordat er materiaal van de nieuwe band verscheen deden Wood en McLagan mee op Rod Stewarts eerste solo album in 1969 (An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down, in de VS bekend als The Rod Stewart Album).

De band toerde tussen 1970 en 1975 regelmatig door het Verenigd Koninkrijk, Europa en de Verenigde Staten en behoorde in die periode tot de best verdienende livebands. In 1974 toerden ze ook met succes door Australië, Nieuw Zeeland en Japan. Zoals op diverse bewaard gebleven tv-opnames van concerten (zoals in 1973 in de Vliegermolen in Voorburg voor de VARA TV en meerdere BBC-opnames) te zien is waren het vaak wat rommelige optredens, vooral omdat de mannen (met name Wood) zich flink te buiten gingen aan de alcohol.

Omdat de solocarrière van Rod Stewart steeds succesvoller werd dan die van de band overschaduwde Stewart de band qua succes. Ronnie Lane werd steeds meer gedesillusioneerd en in 1973 verliet hij de band. Hij was met name gefrustreerd geraakt over het feit dat hij niet meer, zoals bij Small Faces, ook de leadzang voor zijn rekening mocht/kon nemen. Enkele maanden voordat hij de band verliet werd het laatste studioalbum uitgebracht, Ooh La La getiteld. De opvolger van Lane was de Japanse bassist Tetsu Yamauchi, die eerder Andy Fraser in Free had vervangen.

In 1974 werd een live-album uitgebracht met opnames van de najaarstournee uit 1973, dus met Tetsu op bas. De titel van het album was Coast To Coast: Overture And Beginners en dit was niet echt een succes te noemen. Veel recensenten kraakten de plaat af, vooral vanwege de matige  geluidskwaliteit en de songkeuze. De band nam vervolgens een aantal songs op voor een nieuw studioalbum, maar de mannen waren hun enthousiasme verloren en brachten eind 1974 de single You Can Make Me Dance, Sing Or Anything uit, die het tot de Britse Top 20 bracht. In 1975 begon Ronnie Wood met The Rolling Stones te werken, wat tot conflicten met Stewart en de andere muzikanten leidde. Na een moeizame Amerikaanse tour (met Jesse Ed Davis op slaggitaar), maakten de bandleden op 27 december bekend dat ze uit elkaar gingen.

De platen
Van Faces verschenen de volgende studioalbums: First Step in 1970, Long Player en A Nod Is As Good As A Wink… To A Blind Horse in 1971 en tenslotte Ooh La La in 1973. Er zijn meerdere verzamelaars verschenen in de afgelopen jaren: Rod Stewart And The Faces in 1972, Snakes And Ladders / The Best Of Faces in 1976, Best Of Faces in 1977, Good Boys… When They’re Asleep in 1999, Five Guys Walk Into A Bar… (boxset) in 2004, The Best Of Faces in 2009, Stay With Me: The Faces Anthology in 2012 en tenslotte de nieuwste boxset You Can Make Me Dance, Sing Or Anything: 1970 – 1975 uit 2015.

De singles waren: Flying uit 1969, Had Me A Real Good Time, Maybe I’m Amazed, Stay With Me, (I Know) I’m Losing You (van Rod Stewarts soloalbum Every Picture Tells A Story), allemaal uit 1971; Cindy Incidentally uit 1972, Ooh La La (promo) en Pool Hall Richard uit 1973 en uit 1974 You Can Make Me Dance, Sing Or Anything (Even Take The Dog For A Walk, Mend A Fuse, Fold Away The Ironing Board, Or Any Other Domestic Shortcomings), misschien wel de single met de langste titel ooit?

Na de Faces
De Faces-muzikanten hadden allemaal gevarieerde carrières. Ronnie Wood werd volledig lid van de Stones (i.t.t. bassist Darryl Jones, die Bill Wyman verving en sindsdien in loondienst is). Ronnie Lane formeerde Slim Chance en had daarna een bescheiden solocarrière die hij vroegtijdig moest stoppen nadat bij hem de ongeneeslijke spierziekte MS (multiple sclerose) werd geconstateerd. Hij werkte mee aan een album van The Who-gitarist Pete Townshend, Rough Mix getiteld. Kenney Jones ging naar The Who na de dood van Keith Moon. Ian McLagan was ook gevraagd om bij The Who te komen spelen, maar hij had kort daarvoor aan Keith Richards beloofd dat hij met The Rolling Stones zou gaan toeren. Hij verhuisde naar de States, waar hij de Ian McLagan & The Bump Band oprichtte. Tetsu Yamauchi ging terug naar zijn vaderland, waar hij een succesvolle carrière als jazzmuzikant begon. Rod Stewarts solocarrière was zéér succesvol en dat is ‘ie nog steeds. Eind Jaren zeventig was er een korte reünie van Small Faces, zonder Ronnie Lane, en in 1981 werkten Ronnie Lane en Steve Marriott samen aan het album The Legendary Majik Mijits.

Tijdens het concert van Rod Stewart in het Wembley Stadion in 1986 stonden de originele Faces nog één keer samen op het podium. Ronnie Lane kon vanwege de steeds erger wordende MS alleen in zijn rolstoel meedoen, hij kon alleen nog zingen en werd op de basgitaar vervangen door Bill Wyman. In 1993 deed Stewart mee aan de toen heersende rage van MTV Unplugged-optredens en op het later op cd uitgebracht Unplugged… And Seated-album en tijdens de MTV-opname is Ronnie Wood overduidelijk aanwezig. Toen Rod Stewart in 1993 de Lifetime Achievement Award bij de Brit Awards uitgereikt kreeg, waren ze er ook allemaal, behalve Ronnie Lane. Hij was voor het laatst op een podium te zien bij een Ronnie Wood-show in 1992, met Ian McLagan op keyboards. Lane stierf in 1997.

Gedurende 2004 en begin 2005 waren er verschillende bijna-reünies, maar steeds waren er maximaal drie ex-leden tegelijkertijd aanwezig. In mei 2004 deelden Kenney Jones en Ronnie Wood met Ian McLagan het podium bij zijn concert in The Mean Fiddler in Londen. In augustus 2004 waren Wood en McLagan bij een Rod Stewart-concert in de Hollywood Bowl. Wood was te gast bij diverse van Rod Stewarts concerten in 2004, zoals in New Yorks Madison Square Garden, de Royal Albert Hall en een straatoptreden in Londen. In maart 2005 deed Ian McLagan mee met Ronnie Woods band in Londen, waarbij Kenney Jones op drums meespeelde in de laatste toegift. In december 2005 speelde Wood op drie songs mee met Ian McLagan & The Bump Band in Houston, Texas.

In juni 2008 kondigde Rod Stewart aan dat de overlevende Faces over een mogelijke reünie nadachten met wellicht nieuwe opnames en tenminste een of twee optredens. In november van dat jaar kwamen Rod, Ron, Ian en Kenney bij elkaar, samen met Rods tour-bassist Conrad Korsch om in een repetitieruimte te bekijken of ze zich de songs nog wel konden herinneren, maar in januari 2009 ontkende een woordvoerder van Rod Stewart dat er plannen waren voor een reünietournee in dat jaar. In september 2009 werd bekend dat de Faces, zonder Rod Stewart, weer bij elkaar zouden komen voor een eenmalig benefietoptreden in de Royal Albert Hall in Londen. Ronnie Wood, Kenney Jones en Ian McLagan deden mee, met diverse vocalisten – met name Mick Hucknall van Simply Red – om Stewart te vervangen, plus Bill Wyman die wijlen Ronnie Lane verving.

In mei 2010 werd officieel bekendgemaakt dat Faces weer als band bestaat, met Mick Hucknall als vocalist en Glen Matlock van Sex Pistols op bas. De band speelde op diverse festivals in 2010 en 2011 in Groot Brittannië, België, Nederland (Bospop) en Japan. Small Faces/Faces werden in 2010 ingehuldigd in de Rock And Roll Hall Of Fame. In maart werd bekendgemaakt dat ook Rod Stewart, voor het eerst sinds 19 jaar, zou meedoen. Echter op de avond voor de ceremonie zegde Stewart af vanwege griep en Mick Hucknall werd gevraagd hem te vervangen. In juni 2013 bevestigde Kenney Jones de geruchten dat de band van plan was om in 2015 samen met Stewart te gaan toeren. Helaas overleed Ian McLagan op 3 december 2014 op 69-jarige leeftijd aan een beroerte, waardoor deze tournee van de baan was.

Rod Stewart, Ronnie Wood en Kenney Jones deden een kort benefietoptreden in de Hurtwood Polo Club op 5 september 2015, nadat ze al hadden samengespeeld op Rod Stewarts privéfeestje ter gelegenheid van diens 70ste verjaardag in januari. Het benefietoptreden leverde lovende recensies op. Zo schreef de Britse krant The Daily Telegraph dat het een vijf sterren optreden was en dat het de 40 jaar wachten zeker waard was.