Op 17 februari 1996 wordt het vijftiende studioalbum van Deep Purple uitgebracht op het BMG-label in het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa, en op RCA in de Verenigde Staten. Het album is de opvolger van The Battle Rages On uit 1993. Het is de eerste langspeler met stergitarist Steve Morse in de gelederen, die Ritchie Blackmore uiteindelijk opvolgde als vaste gitarist. Deze formatie is bekend als Deep Purple Mark 7.

Blackmore stapte, na de zoveelste ruzie met Ian Gillan, op 17 november 1993 tijdens de Europese tournee om The Battle Rages On te promoten, uit de band. Hij werd voor de rest van de tour vervangen door Joe Satriani, wat de andere bandleden goed beviel. Satriani’s contract als soloartiest met Epic Records stond hem niet toe om permanent tot de band toe te treden en dus moest men op zoek naar een andere gitarist, die ze in de persoon van de Amerikaanse Steve Morse (ex-Dixie Dregs, Kansas) vonden. Tot de dag van vandaag bekleedt hij deze functie (de huidige line-up is bekend als Deep Purple Mark 8, nadat Jon Lord was vervangen door Don Airey).

De opnames werden tussen februari en oktober 1995 gemaakt in de studio van Greg Rike Productions, Orlando, Florida, VS. Als producer wordt Deep Purple vermeld, dus Ian Gillan (zang), Roger Glover (bas), Jon Lord (orgel, keyboards), Ian Paice (drums) en Steve Morse (gitaar). De hoofdtechnicus was Adam Barber, terwijl de opnametechniek en de mix werden verzorgd door Darren Schneider en Keith Andrews. Bij de mix werden zij geassisteerd door Joe Smith en Roger Glover. Voor de mastering was Greg Calbi verantwoordelijk. Het cd-boekje is als je ‘m helemaal uitvouwt een kleine poster met foto’s van de individuele bandleden plus aan de andere kant alle songteksten.

De komst van Steve Morse zorgde meteen voor een wat andere sound dan met Blackmore, met meer experimenten. Zo heeft The Aviator een heel ander soort arrangement dan wat de band tot dan toe maakte. Meerdere songs, zoals bijvoorbeeld Vavoom: Ted The Mechanic, bevatten minder keyboards dan we van de band gewend waren en de sound was meer gitaar-georiënteerd. Steve Morse gebruikte veel meer en andere harmonieën dan zijn voorganger, zoals in Somebody Stole My Guitar en Sometimes I Feel Like Screaming. Meerdere songs van dit album staan nog steeds op de setlist tijdens de uitgebreide tournees die de band sinds de komst van Morse veelvuldig de wereld rond brengt.

Purpendicular (eigenlijk: perpendicular, de titel is een woordspeling van dit begrip en de bandnaam) betekent kaarsrecht of loodrecht. Het album telt twaalf songs, allemaal geschreven door de vijf bandleden en opent met het eerder genoemde Vavoom: Ted The Mechanic. De Japanse editie had twee bonustracks, al is de eerste alleen stilte en de tweede de song Don’t Hold Your Breath. De Europese uitgebreide versie (expanded edition) had ook deze song plus de singleversie van Sometimes I Feel Like Screaming. In 2014 kwam Purpendicular op vinyl uit, als dubbel-lp op het Music On Vinyl-label.