Op 5 februari 1996 wordt de cd Don’t Stop van Status Quo uitgebracht op het Polygram TV-label. Het is het 22ste studioalbum van de band en bestaat volledig uit covers van bekende songs, waaraan een aantal beroemde artiesten meewerken – zoals The Beach Boys, Queen-gitarist Brian May en Maddy Prior van Steeleye Span.

In de afgelopen week werd bekend dat de band gaat stoppen met elektrisch versterkte optredens na de komende The Last Night Of The Electrics Tour. Maar… dit is al vaker gezegd en de band is al enkele keren (zogenaamd) gestopt, maar bleef trouw aan het Heintje Davids-effect (steeds maar afscheid nemen om kort daarna gewoon weer verder gaan). Wie weet gaat de band hierna akoestisch verder, zoals vorig jaar tijdens de Britse concerten onder de naam Aquostic.

Don’t Stop werd uitgebracht ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de band, hoewel dat niet helemaal klopt, want in 1967 werd de naam  gewijzigd van Traffic Jam in The Status Quo. Daarvóór heette de band kortstondig Traffic (maar een band met die naam bestond al, met o.m. Steve Winwood in de gelederen), daarvoor The Spectres en in 1962 The Scorpions (niet te verwarren met de gelijknamige band die een grote hit had met Hello Josephine).

De opnames voor het album werden gemaakt in de Arsis Studio (“A Roof Somewhere In Surrey”), met als producer Pip Williams; in dezelfde studio werd ook gemixt. Status Quo had in 1996, net als twintig jaar later, alleen Francis Rossi en Rick Parfitt (beide gitaar en zang) als originele bandleden in de line-up. Verder uiteraard toetsenist Andrew (Andy) Bown, bassist Jeff ‘Rhino’ Edwards en drummer Jeff Rich. Bown en Edwards zijn ook in 2016 nog altijd van de partij. Aan het album werken verschillende muzikanten mee, met als bekendste Geraint Watkins, die accordeon speelt op You Never Can Tell en Safety Dance. Gary Barnacle speelt in twee songs (Fun Fun Fun en Sorrow) een saxsolo. Ook de veelgevraagde achtergrondzangeres Tessa Niles zingt mee op The Future’s So Bright en Safety Dance. Tessa werkte met o.a. Eric Clapton, The Rolling Stones, Duran Duran, David Bowie en The Police.

Het album opent met de Beach Boys-klassieker Fun Fun Fun, waarop wordt meegezongen door enkele van The Beach Boys, al is ondergetekende niet duidelijk wie dat waren. Deze opener zet meteen de toon van het album: 22 coverversies van bekende songs, die in de bekende Status Quo-stijl worden uitgevoerd. Het album bevat naast de opener versies van hits als When You Walk In The Room (The Searchers), I Can Hear The Grass Grow (The Move), You Never Can Tell (o.m. Emmylou Harris), Get Back (The Beatles), Safety Dance (Men Without Hats), Raining In My Heart (Buddy Holly), Don’t Stop (Fleetwood Mac), Sorrow (McCoys, David Bowie), Proud Mary (Creedence Clearwater Revival), Lucille (Little Richard), Johnny And Mary (Robert Palmer), Get Out Of Denver (Bob Seger), The Future’s So Bright (I Gotta Wear Shades) (Timbuk 3) en afsluiter All Around My Hat (Steeleye Span). Bij deze laatste doet Steeleye’s zangeres Maddy Prior mee. Op Raining In My Heart is Brian May te gast als gitarist. In 2006 kwam het album opnieuw uit, met vier bonustracks: Tilting At The Mill, Mortified, Temporary Friend (alle drie geschreven door Bown, Rossi, Parfitt, Edwards, Rich) en als laatste I’ll Never Get Over You (Johnny Kidd & The Pirates).

Als eerste werd Don’t Stop op single uitgebracht, maar dit werd geen succes. BBC Radio 1 draaide de single niet en het Quo-management spande een rechtszaak tegen de zender aan, omdat deze geen muziek meer draaide van ‘oudere’ bands. Enkele maanden later werd All Around My Hat op single uitgebracht, maar ook deze flopte. Het album was ook geen groot verkoopsucces, in ons land werd nummer 88 als hoogste notering in de Album Top 100 bereikt.

Tijdens het enige Nederlandse concert in 1996 (Brabanthallen, Den Bosch) werden twee songs van Don’t Stop gespeeld: Get Back en Get Out Of Denver en in de afsluitende medley een fragment van Lucille. Vanaf 1996 was de complete backline van de band wit geschilderd, wat tot op de dag van vandaag nog steeds het geval is.