Op 11 maart 1985 werd het album Behind The Sun van Eric Clapton uitgebracht op het Duck-label van Warner Brothers. Dit was het negende soloalbum van Clapton.

Eric Claptons carrière was begin jaren tachtig danig afgezwakt. Met als gevolg dat hij van platenmaatschappij veranderde. Hij ging van Polydor (die het door Glyn Johns geproduceerde Turn Up Down in 1980 weigerde uit te brengen) naar Warner Bros. Zijn debuut voor dit label, Money And Cigarettes, was het eerste Claptonalbum in zes jaar tijd dat de gouden status niet behaalde. Als gevolg daarvan keek Warner kritisch naar de opvolger, het door Phil Collins geproduceerde Behind The Sun. In de herfst van 1984 werd de eerste versie door de platenmaatschappij afgekeurd en deze drong erop aan dat Clapton diverse nieuwe songs ging opnemen, die door Jerry Williams waren geschreven en begeleid werden door een stel sessiemuzikanten uit Los Angeles, onder leiding van producers Lenny Waronker en Ted Templeman, twee vaste Warner Bros. producers. Drie van deze songs kwamen op het album terecht. Warner gaf veel aandacht aan deze nieuwe songs, en twee ervan werden daarom als singles uitbracht: Forever Man (dat de top 40 in Amerika bereikte) en See What Love Can Do.

Het album werd grotendeels (en volledig analoog) opgenomen in de Air Studios in Montserrat, met Phil Collins als producer en met Nick Launay en Steve Jackson als opnametechnici. De mix van deze acht songs werd gedaan in de Townhouse Studios in Londen, met assistentie van Steve Chase. De drie door Waronker en Templeman geproduceerde songs werden opgenomen in de Lion Share Recording Studios in Los Angeles en de Amigo Studios in North Hollywood, in deze laatste studio werden deze songs ook gemixt. Behind The Sun was het eerste album van Clapton waarop synthesizers te horen waren.

Vijf van de songs op het album schreef Clapton alleen: Same Old Blues, It All Depends, Never Make You Cry, Just Like A Prisoner (waarop zowel Jamie Oldaker -links- als Phil Collins -rechts- drummen) en afsluiter en titelsong Behind The Sun. Samen met toetsenist Peter Robinson schreef hij albumopener She’s Waiting. De drie door Waronker en Templeman geproduceerde songs werden geschreven door Jerry Lynn Williams, die hierop ook voor een deel van de backing vocals verantwoordelijk was: See What Love Can Do, Something’s Happening en Forever Man. Verder het door Marcy Levy en Richard Feldman geschreven Tangled In Love en een mooie cover van de door Eddie Floyd en Steve Cropper geschreven soulklassieker Knock On Wood.

Dat er nog meer songs werden opgenomen zal niemand verbazen. De volgende zijn bekend geworden doordat ze later werden uitgebracht op filmsoundtracks of anders: Loving Your Lovin’ (op de Wayne’s World-soundtrack), Heaven Is One Step Away (op de Back To The Future-soundtrack en later op de Crossroads-boxset), Too Bad (Crossroads-boxset), Jailbait (B-kant van de single She’s Waiting), You Don’t Know Like I Know (alleen in Australië uitgebracht) en One Jump Ahead Of The Storm (nog niet uitgebracht).

Aan de opnames van Behind The Sun werkte een keur aan topsessiemuzikanten mee. Een kleine greep hieruit: Lindsey Buckingham-gitaar; Phil Collins-synthesizer, percussie, drums (zowel ‘klassiek’ als elektronisch), backing vocals en Fender Rhodes; Lenny Castro en Ray Cooper-percussie; Donald ‘Duck’ Dunn en Nathan East-basgitaar; Steve Lukather-gitaar; Jeff Porcaro, John ‘J.R.’ Robinson en Jamie Oldaker-drums; Greg Phillinganes-synthesizer; Chris Stainton-synthesizer, piano, orgel, Fender Rhodes. De dames die je in de achtergrondzang hoort zijn ook niet de minste: Marcy Levy en Shaun Murphy.

Het album voelde, niet onverwacht, ietwat schizofreen aan vanwege de verschillende aanpakken van de nu drie producers, hoewel de maatschappij waarschijnlijk wel gelijk had om tot deze beslissing te komen. De toegevoegde tracks waren niet slecht, maar het werden niet de hits die de platenmaatschappij verwacht had. Clapton experimenteerde op het album met de toen nieuwe gitaarsynthesizer van Roland. Uiteraard staan er mooie en effectieve gitaarsolo’s op het album, met name in Same Old Blues. Het was niet het beste album uit het oeuvre van Eric Clapton, maar ook zeker niet het minste. Na het opnieuw beluisteren is mijn conclusie dat de invloed van Phil Collins niet zo groot was als op andere door hem geproduceerde albums, m.a.w. zijn kenmerkende drumgeluid is niet erg prominent aanwezig.

Het hoesontwerp werd gemaakt door Larry Vigon, terwijl Claptons toenmalige echtgenote Patti Clapton (eigenlijk Pattie Boyd geheten, de ex van George Harrison en bekend geworden als het onderwerp van de song Layla van Derek & The Dominos) de portretfoto van Eric in het cd-boekje maakte.

Behind The Sun deed het goed in de albumlijsten van diverse landen, met als hoogste posities: nummer 8 in het Verenigd Koninkrijk, 34 in de VS, 10 in Canada, 5 in ons land en Noorwegen en zelfs 3 in Zwitserland. De single Forever Man bereikte nummer 15 in ons land (was daarvoor een week lang Alarmschijf) en in Amerika nummer 1 in de Mainstream Rock Tracks en 26 op de ‘gewone’ Billboard Hot 100.