Op 15 januari 1985 werd het derde soloalbum (als we The Blue Ridge Rangers uit 1973 meetellen) van voormalig Creedence Clearwater Revival-voorman John Fogerty uitgebracht op het Warner Brothers-label. De tweede persing verscheen op Geffen en de derde persing op Dreamworks. Drie persingen, dat duidt er al op dat dit een succesvol album was!

De vorige sololangspeler, simpelweg John Fogerty getiteld, kwam tien jaar eerder, in 1975, uit op het Fantasy-label, waarop ook al Fogerty’s werk met CCR was uitgebracht. Als gevolg van zijn ruzie met Fantasybaas Saul Zaentz en uiteindelijk het verbreken van het contract met het label duurde het zo lang voordat Fogerty weer een plaat kon uitbrengen.

Ondertussen had hij getekend bij Asylum Records en maakte hij in 1976 het album Hoodoo, dat echter kort voor de release werd teruggetrokken en daarna nooit officieel werd uitgebracht; dit was een gezamenlijke beslissing van Fogerty en Asylum, nadat diverse pogingen waren ondernomen om de geluidskwaliteit van het album te verbeteren. Asylum liet op aandrang van Fogerty alle geperste exemplaren vernietigen, evenals de opnametapes. Voor fans en verzamelaars bleef er niets anders over dan te proberen een bootleg van Hoodoo te bemachtigen. Asylum had namelijk een aantal exemplaren verzonden aan journalisten en minstens een van hen moet ervoor verantwoordelijk zijn dat de plaat (helaas niet al te best) op tape werd gezet en daarna op bootleg-lp en later cd, maar de cd-versie was gelijk aan de vinylversie, dus klinkt even belabberd.

Negen jaar lang wilde Fogerty helemaal niets met de muziekindustrie te maken hebben, vooral ook omdat zijn vroegere CCR-bandmaatjes zich achter Fantasy’s Zaentz schaarden, wat ook nu nog een belangrijke reden is om niets meer samen te ondernemen. In 1984 begon John Fogerty aan de opnames van wat Centerfield zou worden. Het is met recht een soloplaat, want evenals op de beide voorgangers bespeelde hij alle instrumenten zelf, zong hij alle koortjes in en uiteraard deed hij de productie. De opnames vonden plaats in The Plant Studios in Sausolito, Californië, met Jeffrey ‘Nik’ Norman als opnametechnicus en Mark Slagle als diens assistent.

Centerfield telt in de oorspronkelijke versie negen tracks, met The Old Man Down The Road als opener; deze verscheen in december 1984 als eerste op single en werd een grote hit: in Amerika nummer 1 in de Billboard Top Rock Tracks en nummer 10 in de Billboard Hot 100, nummer 12 in zowel Canada als Australië en in Nederland was het een bescheiden hit, nummer 35 in de Top 40. The Old Man Down The Road staat, evenals track twee Rock And Roll Girls en de titeltrack, nog vaak op de setlist tijdens John Fogerty-concerten.

The Old Man Down The Road was de aanleiding van een rechtszaak tussen Fantasy/Zaentz en Fogerty. De reden: volgens Zaentz plagieerde Fogerty zijn CCR-song Run Through The Jungle (waarvan, evenals alle andere songs die hij voor CCR had geschreven, alle rechten nu bij Fantasy lagen). Uiteindelijk, na vele jaren procederen, werd de zaak door Fogerty gewonnen. Maar deze rechtszaak was er (mede) de reden van dat hij tot in de jaren negentig géén door hem geschreven Creedence-songs speelde tijdens optredens. Dit eindigde pas nadat Bob Dylan hem apart had genomen en iets zei als: ‘Wil je dat iedereen straks denkt dat Proud Mary door Ike & Tina Turner is geschreven en niet door jou? Get over it!’

Een andere prima track is Big Train (From Memphis), dat Fogerty in 1986 ook opnam voor het album Class Of ’55, met grootheden als Johnny Cash, Jerry Lee Lewis, Roy Orbison en Carl Perkins. In het achtergrondkoortje hoor je o.a. June Carter Cash, The Judds, Rick Nelson, Sam Phillips en Dave Edmunds. Fogerty verwerkte belangrijke gebeurtenissen in de achterliggende jaren die men vooral van de televisie kent in zijn song I Saw It On TV.

In de afsluitende song, Zanz Kant Danz, reageerde Fogerty al zijn frustraties aangaande Saul Zaentz af in de tekst. Hij begint de song met het refrein, dat hij vier keer zingt: ‘Zanz can’t dance, but he’ll steal your money, Watch him or he’ll rob you blind’. En in het eerste couplet zingt hij ‘Little Billy can work on the crowd, put ’em into a trance, For the little pig Zanz’. Vanwege een dreigende rechtszaak van Zaentz werd de titel iets aangepast: Vanz Kant Danz. Er is ook videoclip van, waarin een biggetje voorkomt, wie dat moet voorstellen zal niemand verbazen!

Overigens is Zaentz ook het onderwerp van track vijf, Mr. Greed, waarvan de tekst heel duidelijk is: ‘Mr. Greed, why you got to own everything that you see? Mr. Greed, why you put a chain on everybody livin’ free? You’re hungerin’ for his house, you’re hungerin’ for his wife. And your appetite will never be denied. You’re a devil of consumption, I hope you choke, Mr. Greed. How do you get away with robbin’? Did your mother teach you how? I hear you got away with murder. Did you do your Mama proud?’ Saul Zaentz overleed op 3 januari 2014 en werd vooral bekend als filmproducent. Hij won Oscars met filmklassiekers als One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Amadeus en The English Patient.

De single Centerfield werd in maart 1985 uitgebracht. Dit was een behoorlijke hit in Amerika, nummer 4 in de Billboard Top Rock Tracks lijst en nummer 44 in de Hot 100 van datzelfde blad; in Canada werd nummer 20 bereikt in de hitparade voor volwassenen (?!). In ons land werd de single geen hit, wat wellicht komt doordat honkbal hier niet zo populair was en daarom ook weinig op de radio gedraaid werd en dus wist het grote publiek niet van het bestaan van de single af. Centerfield wordt in de States bij alle honkbalwedstrijden gedraaid, waarbij het publiek dan tenminste het refrein luidkeels meezingt: ‘Oh, put me in coach, I’m ready to play today. Put me in coach, I’m ready to play today. Look at me, I can be centerfield’. En het eerste couplet is haast even populair: ‘Well, a-beat the drum and hold the phone, The sun came out today. We’re born again, there’s new grass on the field, A-roundin’ third and headed for home, It’s a brown-eyed handsome man. Anyone can understand the way I feel’. Tijdens de concerten met zijn band bespeelt Fogerty tijdens Centerfield altijd een speciaal voor hem gebouwde gitaar in de vorm van een honkbalknuppel.

Toen het album Centerfield in 2010 opnieuw werd uitgebracht, ter gelegenheid van het feit dat de plaat 25 jaar oud was, werden twee bonustracks (allebei covers) toegevoegd: My Toot Toot en I Confess, die indertijd als B-kant op respectievelijk de singles Change In The Weather en Eye Of The Zombie (beiden in 1986) waren uitgebracht. Deze singles waren niet erg succesvol en daarom kende bijna niemand deze songs.

Op de hoes zie je een ouderwetse verweerde honkbalhandschoen (de ‘beat-up glove’ uit het laatste couplet van de song) in het zand liggen, met daar overheen de naam John Fogerty en de titel, als ware het een logo van een honkbalteam. De achterkant van de hoes bestaat uit allerlei tekeningen van situaties uit ‘cowboys en indianen’ verhalen. Het album is opgedragen aan ene Gossamer Wump (in het cd-boekje van de originele cd staat abusievelijk Gossimer Wump vermeld). Fogerty vertelde later in een interview het volgende: ‘Toen ik klein was hadden mijn oudere broers een plaat die The Adventures Of Gossamer Wump heette. Gossamer Wump is een klein jochie dat een grote optocht zag aankomen en toen dacht “Ja, dat is wat ik wil, ik wil muzikant worden!” Hij zag alle instrumenten voorbij komen, maar kon maar niet beslissen welke hij wilde gaan bespelen, tot hij aan het eind van de optocht de triangel zag en hoorde en besloot deze te kiezen. Hij nam vervolgens al zijn bezittingen plus 26 boterhammen met pindakaas mee en vertrok naar de grote stad, al zingend “jingle, jongle, jangle, ah’m goin’ to the big city to learn to play the triangle”.’

In de Verenigde Staten werd de eerste plaats op de Billboard Album 200 bereikt en nummer 7 op de Country Album Chart. In totaal werden daar meer dan twee miljoen exemplaren verkocht, hetgeen dubbel platina betekende. Centerfield was daarmee de succesvolste soloplaat van John Fogerty. Ook in Noorwegen en Zweden werd nummer 1 bereikt en in Canada en Oostenrijk nummer 2. In ons land werd nummer zeven in de albumlijst bereikt, de lp bleef 16 weken in de lijst staan.