Zaterdag 13 juli 1985, op deze zomers warme zaterdag zaten heel veel muziekliefhebbers voor de buis om het eerste grote live op tv uitgezonden popfestival voor een goed doel te bekijken: Live Aid vanuit Londen en Philadelphia, met als ondertitel Feed The World. Zestien uur lang popmuziek op tv, dát hadden we nog nooit meegemaakt!

Toen in de loop van 1984 pas goed de omvang bekend werd van de hongersnood in Afrika, met name door een zeer indringende BBC-documentaire over de situatie in Ethiopië, besloten twee bevriende muzikanten de handen ineen te slaan en hun collega’s op te roepen om mee te werken aan de opname van een kerstsingle. Bob Geldof (Boomtown Rats) en Midge Ure (Ultravox) waren deze voortrekkers en zij kregen heel wat collega’s zover om mee te werken aan de single Do They Know It’s Christmas? van Band Aid (= de Engelse benaming voor pleister). Wham!, Bananarama, Culture Club, Duran Duran, Spandau Ballet, Status Quo en Paul Young zijn slechts enkele van de deelnemende bands, die allemaal belangeloos meewerkten. De single werd een wereldwijde nummer 1 hit en genereerde veel geld voor het goede doel.

In 1985 besloot de Amerikaanse zanger Harry Belafonte dat de Amerikanen niet konden achterblijven en hij organiseerde samen met onder meer Michael Jackson en Lionel Richie (die de song schreven) de opnames van wat We Are The World zou worden, onder de naam USA For Africa, onder productionele leiding van Quincy Jones. Hieraan werkten teveel muzikanten mee om allemaal op te noemen, maar denk aan: Bruce Springsteen, Tina Turner, Diana Ross, Stevie Wonder, Dionne Warwick, Steve Perry, Billy Joel, Paul Simon, Willie Nelson, Bob Dylan, Ray Charles, Cyndi Lauper, Barbra Streisand, de vrijwel complete Jackson-familie en ook Bob Geldof. Eind januari werden de opnamen gemaakt en in maart kwam de single uit en ook dit werd (uiteraard) een grote wereldhit en leverde veel geld op voor de slachtoffers van de hongersnood.

Door al dit succes en de over het algemeen erg positieve reacties besloten (met name) Bob Geldof en Midge Ure dat er een groots opgezet concert moest komen. Samen met promotor Harvey Goldsmith gingen zij op zoek naar Amerikaanse partners en toen die er eenmaal waren (de legendarische promotor Bill Graham en de pas gestarte tv-zender MTV) en de locaties en de datum waren vastgesteld werden de artiesten benaderd. Zaterdag 13 juli 1985 werd de datum en het Wembley Stadion in Londen en het JFK Stadium in Philadelphia werden als locaties vastgelegd. De kaartverkoop ging heel erg snel, en dat in de tijd van ver voordat internet en mobiele telefoons beschikbaar waren! Beide stadions waren dan ook in een mum van tijd uitverkocht. Wereldwijde radio- en televisierechten waren ook snel geregeld, zodat het concert ‘overal’ uitgezonden kon worden. Gelukkig was het in beide locaties uitstekend zomers festivalweer, terwijl het kort voordien in Londen nog een typische Engelse natte zomer was geweest (overigens gold hetzelfde voor ons land).

In Nederland werden de tv- en radio-uitzendingen door de VARA verzorgd. Ondergetekende krijgt nog wel eens rillingen als hij aan die uitzending op tv terugdenkt, vooral vanwege het irritante dwars door de muziek heen praten van Boudewijn Büch, die zijn oeverloze gezwam belangrijker vond dan de unieke optredens. Omdat er in 1985 nog geen kabel-tv in mijn woonplaats was aangelegd en ik het dus met de normale antenne moest doen én omdat ik vrij dichtbij de grens woonde, besloot ik snel te kijken welke Duitse zender Live Aid uitzond. Dit bleek de regionale zender NDR3 te zijn en zodoende kon ik ook zonder dat geklets van de muziek genieten. Zoals het optreden van Queen, want in Nederland moest natuurlijk het Journaal gewoon doorgaan en dus kon de Nederlandse kijker deze 20 legendarische minuten niet zien. Dit optreden van Freddie Mercury en zijn vrienden wordt algemeen beschouwd als het allerbeste van Live Aid. Overigens moest in het Verenigd Koninkrijk het belangrijkste nieuws ook uitgezonden worden, vandaar dat men daar het optreden van Crosby, Stills & Nash moest missen. Achteraf gezien niet echt vervelend, want dit was niet echt een sterk optreden!

Het concert
Om 12 uur lokale tijd, dus 1 uur bij ons, begon het concert. We zagen Charles en Diana binnenkomen en plaatsnemen in de Royal Box, waar verder onder meer Brian May en Roger Taylor van Queen, David Bowie, Elton John en zijn vrouw (!) in de rij achter hen te zien waren. Bob Geldof nam plaats naast prins Charles en nadat het God Save The Queen was gespeeld barstte het muzikale geweld los met de (blijkbaar) favoriete band van de kroonprins: Status Quo, die aftrapte met zijn versie van John Fogerty’s Rockin’ All Over The World. Een toepasselijkere openingssong zou ik niet kunnen bedenken. Na Caroline was het eerste optreden alweer voorbij en na een kort intermezzo (via de tv werden steeds spotjes e.d. uitgezonden om geld te doneren voor de actie) stond The Style Council op het podium om twee songs te spelen, daarna Bob Geldof en zijn Boomtown Rats, gevolgd door Midge Ure en zijn Ultravox. In het eerste deel van het concert speelden de acts twee van hun bekendste songs. Later werden de optreedtijden uitgebreid naar 15-20 minuten.

Dat de bands zo snel na elkaar konden optreden, komt doordat de organisatie de ‘revolving stage’ van Woodstock hadden gekopieerd. Terwijl de ene band speelde, kon de apparatuur van de volgende band worden klaargezet en zodra een band klaar was, werd door een aantal sterke mannen het ronddraaiende podiumgedeelte verder gedraaid. Daarna was het kwestie van ‘doorprikken’ van alle geluidssignalen en de volgende band kon optreden. Echt soundchecken was er dus niet bij, vandaar dat er ook regelmatig verkeerde dingen te horen waren (zoals twee technici die aan het overleggen waren tijdens het akoestische optreden van Brian May en Freddie Mercury) en sommige belangrijke dingen juist niet (zoals de zang van Paul McCartney aan het begin van zijn Let It Be). Deze problemen waren voornamelijk in de uitzendingen te horen en niet op het podium en in het stadion. Maar goed, het was live en voor het eerst dat zoiets groots werd uitgevoerd.

Overigens had het JFK Stadium twee podia naast elkaar en per podium zo’n draaibaar gedeelte. In Londen was de achtergrond simpel wit gehouden, met heel groot het logo in zwart erachter. Ook de monitorboxen, de cameramensen en technici op het podium waren in het wit gekleed. In Philadelphia was dat niet zo; daar waren ook heel veel mensen naast en achter het podium te zien, wat in Wembley niet het geval was.

Tussen de optredens door werd ook geschakeld naar diverse landen, die al dan niet een eigen versie van Band Aid hadden klaarstaan, zoals Canada en Duitsland. Op deze manier kon ‘de wereld’ kennismaken met bands en artiesten uit allerlei landen, waar ze nog nooit van gehoord hadden. Geen echt Nederlandse inbreng, want men had besloten om een klein kwartiertje van het concert van B.B. King op North Sea Jazz uit te zenden.

Amerika kwam erbij
Vanaf 15.00 uur onze tijd (12.00 uur plaatselijk) begon in Philadelphia het Amerikaanse gedeelte van het concert. De bedoeling was dat er steeds heen en weer geschakeld zou worden. Vanwege satellietstoringen (het is bijna 30 jaar geleden, dus de stand van de techniek was heel anders dan tegenwoordig!) konden we in Europa meerdere Amerikaanse optredens niet of slechts gedeeltelijk volgen. Gelukkig is er sinds november 2004 de 4dvd-set van Live Aid. Hierop staan de meeste optredens. Niet alle, want bijvoorbeeld Led Zeppelin verbood zijn optreden met Phil Collins op drums; al snel na het optreden namen Plant, Page en Jones hier al afstand van. Collins trad eerder op de dag in Londen op en werd daarna per Concorde (voor de heel jonge lezers: het enige supersonische straalverkeersvliegtuig dat dagelijks tussen Europa en Amerika vloog tot 2003) in 3,5 uur naar Philadelphia gevlogen,  om daar met Eric Clapton en (later) Led Zeppelin te spelen. De Amerikaanse optredens werden aangekondigd door bekende Amerikaanse film- en tv-sterren. Zo kondigde Jack Nicholson vanuit het JFK Stadium het optreden van U2 op Wembley aan.

Zoals eerder gememoreerd wordt het Queen-optreden gezien als het beste en meest memorabele van alle optredens op Live Aid. Veel indruk maakten overigens ook de optredens van Elvis Costello (die ‘an old English folksong’ aankondigde en toen All You Need Is Love van The Beatles in een mooie versie speelde), Sting en Phil Collins met Branford Marsalis op sax, Bryan Ferry (met David Gilmour op gitaar) en U2 met een heel lange versie van Bad (en Bono’s dansje met een vrouwelijke fan), die de populariteit van deze band absoluut een flinke steun in de rug heeft gegeven. Verder mogen ook de optredens van Tom Petty, The Who en Dire Straits niet vergeten worden.

Zie ook ons overzicht van de beste en slechtste optredens op Live Aid