Op 20 oktober 1980 werd het debuutalbum van de Ierse band U2, Boy getiteld, uitgebracht op het label Island in Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De plaat werd in maart 1981 in de Verenigde Staten uitgebracht, met een andere hoes (zie verderop) op het Warner/Elektra-label.

Boy was de eerste van drie platen die Steve Lillywhite produceerde. Oorspronkelijk was Joy Division-producer Martin Hannett (die ook U2’s single 11 O’Clock Tick Tock produceerde) gevraagd het album te produceren, maar hij was dermate aangeslagen door de zelfmoord van Joy Divisions zanger Ian Curtis, dat hij hiertoe niet in staat was. Tussen maart en september 1980 werd Boy opgenomen in de Windmill Lane Studios in Dublin. De drumpartijen werden opgenomen in de receptieruimte van de studio, omdat Lillywhite een speciale drumsound wilde die juist dáár te verkrijgen was. Band en producer moesten echter wachten tot de receptioniste ’s avonds naar huis was, omdat er anders teveel overlast van rinkelende telefoons was.

Het album bevat elf songs en opent op kant A met de single I Will Follow, die voorafgaand aan de release van het album werd uitgebracht en een bescheiden hit werd, wat de aandacht voor de langspeler vergrootte. Enkele maanden eerder was de single A Day Without Me uitgebracht, en iets daarna de ep Three, met daarop drie songs: Out Of Control, Stories For Boys (beide in een andere versie dan op het album) en Boy/Girl. De tweede song is Twilight, die wordt gevolgd door An Cat Dubh (= The Black Cat) en twee latere live-favorieten Into The Heart en Out Of Control. Kant B opent met Stories For Boys en vervolgt met The Ocean, A Day Without Me, Another Time, Another Place en The Electric Co., de song die live vaak flink werd uitgerekt terwijl Bono bijvoorbeeld bovenop de speakers klom. Het album wordt afgesloten met Shadows And Tall Trees (op sommige versies aangevuld met enkele instrumentale stukjes).

De originele hoes laat een portretfoto zien van een jongetje, Peter Rowen (tegenwoordig zelf een bekend fotograaf in Ierland), broertje van Bono’s vriend Guggi (zanger van The Virgin Prunes). Hij is ook te zien op de hoezen van Three, War, The Best Of 1980–1990, het niet uitgebrachte Even Better Than The Early Stuff, Early Demos en verschillende singles. De fotograaf was Hugo McGuiness en de hoesontwerper was Steve Averill (een vriend van bassist Adam Clayton). Beiden werkten aan meerdere U2-albumhoezen. Omdat Warner/Elektra bang was dat de band zou worden aangeklaagd voor pedofilie werd besloten om voor de Amerikaans/Canadese release een vertekende foto van de bandleden te gebruiken. De foto van Peter werd wel op de binnenhoes afgedrukt. In 2008 werd besloten dat het originele artwork voor de geremasterde versies overal werd gebruikt.

Boy kreeg uitstekende kritieken en werd in thuisland Ierland bekroond met prijzen voor Beste Album, Beste Debuutalbum en Beste Albumhoes in de jaarlijkse poll van het toonaangevende Ierse muziekblad Hot Press. De hoogste notering was nummer 52 op de UK-albumlijst en 63 op de Amerikaanse albumlijst. In de States kreeg het album een platina onderscheiding. In ons land bereikte Boy nummer 30 in de albumlijst, maar dit gebeurde pas in 1982, nadat een jaar eerder opvolger October een succes werd. In Nederland trok de verkoop van Boy met name aan nadat de single I Will Follow in de door Veronica’s Countdown opgenomen live-versie (in ’t Heem in Hattem) een hit was geworden. Boy was niet zomaar een debuutalbum, het was het begin van een wereldwijde succesvolle carrière voor Bono, The Edge, Adam Clayton en Larry Mullen Jr., die tot op de dag van vandaag voortduurt, zo bewees de band tijdens de recente concerten in Amsterdam.