Op 21 maart 1977 wordt het album Let There Be Rock van hardrockband AC/DC uitgebracht op het Albert-label in thuisland Australië, enkele maanden later, op 23 juni 1977, verschijnt de plaat internationaal op Atco/Atlantic Records. Het is het derde internationaal uitgebrachte album van de band en opvolger van Dirty Deeds Done Dirt Cheap uit 1976. De lp is vooral bekend vanwege de titeltrack en de grote hit Whole Lotta Rosie.

De opnames werden in de maanden januari en februari 1977 gemaakt in de Albert Studios in Sydney, Australië. Dit betekent niet dat ze twee maanden over de opnames hebben gedaan, want in totaal schijnen ze er net twee weken mee bezig te zijn geweest. De productie werd gedaan door het duo Harry Vanda en George Young, die in de jaren zestig beroemd werden met hun band The Easybeats (Friday On My Mind is hun bekendste en grootste hit). AC/DC werd in 1973 opgericht door slaggitarist Malcolm Young, die zijn jongere broer en sologitarist Angus erbij haalde. De bezetting op Let There Be Rock bestond verder uit zanger Bon Scott, bassist Mark Evans en drummer Phil Rudd. George Young is de oudere broer van Malcolm en Angus.

Het album
Alle acht songs op het album zijn geschreven door Angus en Malcolm Young (muziek) en Bon Scott (tekst). Alle typische AC/DC-ingrediënten zijn op het album aanwezig, je zou het gerust een blauwdruk van de meeste of zelfs alle volgende albums van de band kunnen noemen. Kant A van de originele Australische versie begint met Go Down, gevolgd door Dog Eat Dog, titeltrack Let There Be Rock en Bad Boy Boogie. Kant B opent met Overdose, gevolgd door Crabsody In Blue, Hell Ain’t A Bad Place To Be en afsluiter Whole Lotta Rosie. Op de internationale versie (behalve in de VS, Canada en Japan) staat in plaats van Crabsody In Blue een kortere versie van Problem Child, die op Dirty Deeds Done Dirt Cheap staat. Voor vinyl zijn enkele songs iets (een paar seconden) ingekort. De originele release duurt 40:19, terwijl de internationale versie 41:01 duurt. De song Let There Be Rock kun je zien als het ‘scheppingsverhaal’ van de rockmuziek en Whole Lotta Rosie gaat over een nogal stevige jongedame waarmee Bon Scott ooit een korte affaire had.

Drie van de songs werden als single uitgebracht: Dog Eat Dog (maart 1977), Let There Be Rock (september 1977), (beide werden overigens geen hit) en Whole Lotta Rosie (juni 1978), die in ons land nummer drie in de Top 40 bereikte (mede door het veelvuldig draaien door Alfred Lagarde in zijn Betonuur op Hilversum 3), nergens anders werd deze single zo’n grote hit! Het album kreeg over het algemeen lovende kritieken van de muziekpers en deed het qua verkoopcijfers ook erg goed, het betekende de internationale doorbraak voor de band. In Australië ontving de band er vijf platina-onderscheidingen voor (350.000 exemplaren), twee keer platina in de VS (2.000.000) en goud in onder meer het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en West-Duitsland. In ons land werd nummer acht op de albumlijst bereikt.

Let There Be Rock werd uitgebracht op vinyl (met klaphoes) en voor het eerst met het nu klassieke bandlogo op de hoes, op 8-track cassette en muziekcassette. In 1987 bracht Atco het album voor het eerst op cd uit, in 1994 opnieuw, maar nu geremasterd. Ook kwam er deze eeuw een geremasterde versie op vinyl uit, evenals als digitale download.