Op 22 oktober 1976 kwam de soundtrack van de concertfilm The Song Remains The Same van Led Zeppelin op een luxe dubbel-lp uit in het Verenigd Koninkrijk en een dag daarna in de Verenigde Staten; in beide gevallen op het eigen Swan Song-label. De film ging twee dagen eerder in première in New York. Het waren de eerste officieel verkrijgbare live-opnames van de band, zoals iedereen weet bestaande uit Robert Plant (zang), John Bonham (drums), John Paul Jones (bas, toetsen) en Jimmy Page (gitaren). Het dubbelalbum kwam niet alleen op vinyl (met klaphoes) uit, maar ook op dubbele muziekcassette.

De live-opnames, voor zowel de film als de plaat, werden drie jaar eerder gemaakt in de New Yorkse concerthal Madison Square Garden op 27, 28 en 29 juli 1973. De film werd geregisseerd door Peter Clifton en Joe Massot, met Led Zeppelins manager Peter Grant als executive producer (uitvoerend producent). Alle songs werden door Eddie Kramer opgenomen met de Wally Heider Mobile Studio en later gemixt in de Electric Lady Studios in New York en de Trident Studios in Londen. Naast de concertbeelden zijn in de film ook animaties te zien, die in de Shepperton Film Studios in Surrey zijn opgenomen.

Al sinds 1969 wilden de vier bandleden dat een van hun concerten gefilmd zou worden. De opnames zouden dan bedoeld zijn voor een televisiedocumentaire over de band. Manager Peter Grant dacht daar anders over, hij was voorstander van het idee om er een bioscoopfilm van te maken, mede omdat hij de geluidskwaliteit van de tv-uitzendingen in die tijd erg onder de maat vond. De eerste poging om een concert vast te leggen werd door Peter Whitehead en Stanley Dorfman van Led Zeppelin’s Royal Albert Hall concert op 9 januari 1970 uitgevoerd. Maar de beeldkwaliteit (als gevolg van de belichting) werd als middelmatig beoordeeld en dus kwamen deze opnames in de kluis terecht. Uiteindelijk, na tientallen jaren, werden deze opnamen geremasterd en gedigitaliseerd en in 2003 uitgebracht op de dvd Led Zeppelin. Deze opnames worden door veel fans als beter gewaardeerd dan die op The Song Remains The Same.

De filmopnames 
Tijdens de Amerikaanse tournee van juli 1973 belde Peter Grant met de Amerikaanse regisseur Joe Massot, die hij kende als buurman van Jimmy Page. Massot had al meerdere keren aangeboden om de band te filmen, maar Grant had dit steeds afgewezen. Omdat de tournee erg succesvol verliep had Grant zich bedacht en daarom belde hij Massot met de vraag of hij het filmen wilde regisseren, nadat hij met Page had gesproken, die hem vertelde dat Joe nog steeds geïnteresseerd was in het filmen van een concert. Massot regelde snel een Britse filmploeg om de laatste drie concerten van de tour vast te leggen. De dagen voorafgaand aan deze shows was hij met de filmploeg aanwezig om alles voor te bereiden.

De opnames kwamen eerst nog in gevaar, omdat de Amerikaanse vakbonden van filmmakers bezwaar maakten tegen het feit dat dit werk door Britten en niet door Amerikanen gedaan zou worden. Uiteindelijk wisten de advocaten van Led Zeppelin de vakbonden te overtuigen dat de Britse band door Britse filmmakers onder leiding van een Amerikaanse regisseur op film vastgelegd zouden worden. De drie concerten in Madison Square Garden werden op 35mm film geschoten en voor het geluid werd een 24 sporen quadrafonische installatie gehuurd. De band financierde het complete filmproject zelf; alleen al de opnames van de drie concerten kostte ze dat ruim 85.000 dollar.

Omdat er van de drie concerten één film gemaakt moest worden waren er duidelijke afspraken vooraf gemaakt, zoals dat de bandleden iedere avond exact dezelfde kleding moesten dragen, zodat de continuïteit gewaarborgd was. Helaas waren John Paul Jones en Jimmy Page deze afspraak vergeten… waardoor je tijdens Rock And Roll en Celebration Day kunt zien dat zij afwisselend een ander pak dragen. John Paul Jones zei later in een interview dat hij op de tweede concertdag van tevoren aan de filmcrew had gevraagd of er die avond gefilmd zou worden. Dat werd ontkend, waardoor hij bedacht niet hetzelfde shirt als op de eerste avond te dragen, maar deze op dag drie weer aan te doen. Toen hij het podium opkwam, zag hij ineens dat er wel degelijk gefilmd werd…

Op de dagen voorafgaand aan de drie te filmen concerten waren al andere opnames gemaakt, zoals de aankomst van de band op het vliegveld met hun privéjet The Starliner en de rit naar de concertzaal begeleid door een motorescorte, beide in Pittsburgh. Ook andere opnames – zoals de heftige woordenwisseling tussen Peter Grant en een concertpromotor en Grants bezoek aan een politiebureau in een politieauto, nadat de gage van een concert uit de kluis in een hotel was gestolen – zijn op andere dagen gemaakt. Grant was niet iemand van zich rustig en netjes uiten, waardoor Warner Brothers later eiste dat zijn scheldkanonnades en dan vooral zijn veelvuldig gebruik van ‘four letter words’ weggebliept moesten worden. Uiteindelijk gebeurde dat alleen in het exemplaar dat Warner van Grant ontving, in de gewone versies bleef het allemaal staan.

Omdat het monteren van de film hem veel te lang duurde besloot Grant begin 1974 om Joe Massot van het project te halen en hem te laten vervangen door de Australische regisseur Peter Clifton. Massot kreeg een paar duizend pond ter compensatie en Grant liet iemand naar zijn huis gaan om de filmcassettes op te halen. Maar Massot had deze elders verborgen en dus liet Grant de ontzettend kostbare editapparatuur meenemen. Dit leidde tot een langdurige ‘wapenstilstand’, tot er uiteindelijk mede dankzij de advocaat van Led Zeppelin een overeenkomst werd gesloten, waarbij Massot alsnog het geld kreeg waar hij recht op had. Massot werd niet uitgenodigd bij de première van de film, maar was er toch bij aanwezig, omdat hij een kaartje had gekocht van een handelaar buiten het theater.

In 1974 werden bepaalde delen van het concert nagespeeld omdat sommige gedeelten niet gefilmd waren (bijvoorbeeld omdat de desbetreffende filmrol vol was) of dat de kwaliteit van die opnames onvoldoende was. Dus besloot Peter Clifton om in de Shepperton Studio’s ontbrekende gedeelten opnieuw te doen – dus werd daar dan geplaybackt, zoals wij dat noemen – of om nieuwe beelden (vaak animaties) op te nemen die dan als het ware over de ‘zwarte’ stukken geplakt werden, terwijl de muziek gewoon doorloopt omdat de geluidsopnames wel goed gelukt waren.

De plaat
Op de dubbel-lp staan de volgende tracks: op kant A staan Rock And Roll, Celebration Day, The Song Remains The Same en The Rain Song. Op kant B staat alleen Dazed And Confused (dat 26:53 duurt). Kant C bevat twee songs: No Quarter en Stairway To Heaven. Op kant D tenslotte ook twee songs: Moby Dick (inclusief drumsolo) en afsluiter Whole Lotta Love. De totale speelduur van de dubbelaar is 99:45. De speelduur van de film is 137 minuten; het verschil in lengte ligt in het feit dat diversen extra’s zijn opgenomen, zoals de hierboven vermelde beelden die buiten de concerten zijn gefilmd, privé-opnames van de vier bandleden plus een aantal songs die niet op de plaat zijn verschenen: zo zit Black Dog in de film, in plaats van Celebration Day en is dat op de soundtrack precies andersom. Verder zitten wel in de film, maar niet op de plaat: Since I’ve Been Loving You, de introductie van de song Heartbreaker, het instrumentale Bron-Yr-Aur en een instrumentaal op draailier gespeeld Autumn Lake.

Ontvangst
Tijdens de première in New York werd het geluid quadrafonisch (4 kanalen, 2 van voren en 2 van achteren) weergegeven, maar bij de andere premières en de ‘gewone’ voorstellingen was het geluid doorgaans in mono en slechts in enkele gevallen in stereo, omdat de meeste bioscopen in 1976 nog geen stereo konden weergeven. De film werd veel bezocht en leverde in 1977 al zo’n tien miljoen dollar op.

De pers was minder enthousiast over de film, want de veel genoemde kritieken waren dat het een amateuristisch en langdradig geheel was. Ook de muziekcritici waren niet zo positief over het album, vooral de volgens velen slechte geluidskwaliteit was daar debet aan. Op de plaat staan niet exact dezelfde versies van de songs als die in de film gezet zijn, m.a.w. wel dezelfde songs, maar een versie van een andere dag. In 1984 werd de film op video (VHS-PAL) in het VK uitgebracht en in 1989 in Japan op Laserdisc en in 1998 ook in de VS. In 1987 werd de eerste cd-versie uitgebracht. In 2007 werden zowel de film (op dvd, hd-dvd en blu-ray) als het album (op dubbel-cd) geremasterd uitgebracht; voor het opknappen van het geluid werd hiervoor Kevin Shirley aangetrokken (die ook bekend is van zijn werk voor en met Joe Bonamassa) en voor de mastering de van Bruce Springsteen bekende Bob Ludwig, die hier goed in geslaagd zijn. Ook werd de songvolgorde aangepast naar de originele setlist. In 2008 werd een vier-lp versie in een box op wit vinyl uitgebracht.

Het dubbelalbum werd behoorlijk goed verkocht, waarschijnlijk mede omdat veel fans graag de live-versies van de songs van Led Zeppelin wilden hebben. Er waren natuurlijk wel (veel!) bootlegs in omloop, maar die klonken doorgaans erg beroerd (voornamelijk publieksopnames) en dit was de kans om de live-uitvoeringen van hun favoriete songs te kunnen horen. Alleen in Japan werd een top tien notering bereikt, nummer vijf op de albumlijst. In het VK was nummer 73 de hoogste notering en in de VS op de Billboard Top Pop Albumslijst nummer 23; op de Soundtracklijst en de Hardrocklijst van dat blad was nummer 11 het hoogste. In Nederland was nummer 24 de hoogste notering. In (West) Duitsland werden 250.000 exemplaren verkocht, wat een gouden plaat opleverde. In het VK werd de platinastatus (300.000 exemplaren) bereikt en in de VS zelfs 4x platina (4 miljoen exemplaren).