Aqualung, het vierde studioalbum van de Engelse progressieve rockband Jethro Tull, wordt op 19 maart 1971 uitgebracht op het label Chrysalis in Europa, Reprise in de Verenigde Staten en Island in ons land. Aqualung was het doorbraakalbum voor de groep in de VS en er schijnen wereldwijd minstens zeven miljoen exemplaren van verkocht te zijn. Het is dan ook de bestverkochte langspeler van de band. Aqualung wordt over het algemeen als Jethro Tulls meesterwerk beschouwd.

Hoewel de plaat vaak als ‘conceptalbum’ wordt betiteld, is het dat echt niet, volgens zanger-dwarsfluitist Ian Anderson. Het album werd niet alleen op vinyl uitgebracht, ook op muziekcassette en 8-track cassette (vooral in de States erg populair in die tijd, met name in de auto) was het verkrijgbaar. Volgens website Discogs zijn er in elk geval 210 releases in diverse formaten en uit tientallen landen bekend. Bijzonder om te vermelden is dat de originele Amerikaanse release drie seconden korter is dan de Europese. Op de een of andere manier heeft men daar de eerste drie seconden van de titelsong geknipt. Later is dit uiteraard hersteld.

De opnames werden in december 1970 en januari 1971 gemaakt in de net geopende nieuwe Island Studios aan Basing Street in Londen. Jethro Tull werkte voornamelijk in de grote studio, gevestigd in een voormalige kapel. In dezelfde periode werkte Led Zeppelin in een andere ruimte aan Led Zeppelin IV. Ian Anderson wordt als producer vermeld, samen met ‘executive producer’ Terry Ellis, de baas van Chrysalis. De opnametechniek werd verzorgd door John Burns. Het was het eerste van twee Jethro Tull-albums dat ook als quadrafonische lp werd uitgebracht, de andere was War Child uit 1974.

Muzikanten
Aqualung was het eerste Jethro Tull-album met toetsenist John Evan als vast lid van de band (hij speelt piano, orgel en mellotron); op de vorige lp (Benefit) speelde hij wel al diverse orgelpartijen als overdubs. Het was ook het eerste album met bassist Jeffrey Hammond (op de hoes als Jeffrey Hammond Hammond vermeld), die de na de Amerikaanse tournee van 1970 ontslagen Glenn Cornick verving. Cornick speelde wel op een paar songs mee, maar wordt niet op de hoes vermeld. Het was tevens de laatste plaat waarop drummer Clive Bunker meedeed. Hammond speelde ook fluit en maakte wat gekke geluiden (‘odd noises’), onder meer wat onverstaanbaar gebrabbel. De andere muzikanten zijn uiteraard grote baas en oprichter Ian Anderson (zang, dwarsfluit, akoestische gitaar) en gitarist Martin Barre, die voornamelijk elektrische gitaar plus fluit (‘descant recorder’) speelt. Op het album doet ook een niet nader genoemd orkest mee, gedirigeerd door David Palmer, die ook de orkestpartijen schreef en arrangeerde.

Thema’s
Alle elf songs zijn geschreven door Ian Anderson; de titeltrack schreef hij samen met zijn toenmalige echtgenote Jennie Anderson-Franks (zijn eerste vrouw, ze waren tussen 1970 en 1974 getrouwd). Volgens Ian kwam zij voornamelijk met ideeën en losse woorden, geïnspireerd door allerlei daklozen en andere zwervers die zij als fotografe was tegengekomen. Het album telt in totaal 11 songs en is verdeeld in twee ‘hoofdstukken’: kant A heet Aqualung en kant B heeft My God als titel. Kant A bevat zes karakterschetsen, waaronder twee van mensen met een discutabele reputatie (zwerver Aqualung en tienerhoertje Cross-Eyed Mary), en twee autobiografische nummers, waaronder Cheap Day Return, een nummer dat Anderson schreef na een bezoek aan zijn ernstig zieke vader. Aqualung is een fictieve persoon die zich aangetrokken voelt tot pubermeisjes en die ademhalingsproblemen heeft. Deze persoon is gebaseerd op een zwerver die Jennie Anderson in Londen gefotografeerd had. Zijn bijnaam dankt Aqualung aan zijn rochelende ademhaling.

De tweede helft van het album is pro-God maar anti-kerk en gaat over Andersons religieuze ervaringen. Hij vindt dat georganiseerde religie de band tussen mens en God beperkt in plaats van propageert. De sfeer is soms mysterieus en roept middeleeuwse beelden op, mede door het gebruik van de akoestische gitaar en de diverse fluiten. Uiteraard voert de dwarsfluit over het hele album de boventoon. Je moet de teksten in de tijdgeest van de zeventiger jaren zien, toen deze zeer opzienbarend waren en er een choquerende werking van uitging. Ze leidden in ieder geval tot opschudding, en het was absoluut niet gebruikelijk om een instituut als de kerk zo aan te pakken. In bepaalde geloofsgemeenschappen in de Verenigde Staten belandden exemplaren van dit album wegens godslastering letterlijk op de brandstapel.

Sommige recensenten beschouwden de religieuze visies op kant B als de opvattingen van Aqualung en beoordeelden daarom de plaat als conceptalbum. Dit is, zoals eerder gemeld, door Anderson altijd tegengesproken, ook nu nog op de website. Op een gegeven moment werd hij het echter zo beu dat de pers maar bleef schrijven over het conceptalbum, dat hij uitriep: ‘it’s just a bunch of songs’ en ‘Aqualung is not a conceptalbum, but if they really want this, than we’ll give them their goddamned mother of all conceptalbums!’. Dit werd opvolger Thick As A Brick…

De hoes
Op de voorkant van de hoes is een door Burton Silverman ontworpen waterverfschilderij te zien waarop een zwerver is afgebeeld, die wel iets van Ian Anderson heeft. Op de oorspronkelijke hoes stonden de bandnaam en de albumtitel niet vermeld. Bij latere persingen werd deze informatie er wel opgedrukt. De meeste vinylpersingen zijn als klaphoes (‘gatefold sleeve’) uitgebracht, maar in sommige landen bleef het bij een enkele hoes. Op de achterkant van de hoes is dezelfde figuur te zien, samen met een hondje half liggend/zittend op een stoep. De tracklist staat hier ook. Als je de klaphoes openslaat, zie je de bandleden die aan het feestvieren/drinken zijn – althans: ze lijken allemaal in kennelijke staat te zijn. De songteksten zijn afgedrukt op de beide kanten van de binnen(bescherm)hoes. Het originele schilderij van de voorkant schijnt ooit gestolen te zijn en zal wellicht bij iemand (een Jethro Tull-fan?) aan de muur hangen.

Het album kreeg na de release in 1971 veel lovende kritieken en bereikte nummer vier in de Britse albumlijst; in Amerika werd nummer zeven bereikt, in ons land was nummer 31 de hoogste albumnotering. Er werd één single uitgebracht: Hymn 43, met op de flipside de classic rock-klassieker Locomotive Breath. De single bereikte nummer 91 op de Amerikaanse Billboard hitlijst. In Nederland was Locomotive Breath de A-kant van de single, maar verder dan de tipparade kwam deze niet.

Digitaal
In 1983 kwam Aqualung op cd uit in Europa, een jaar later in de States. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het album werd in 1996 kwam een uitgebreide (met zes bonustracks) en geremasterde cd in Europa uit, evenals een speciale vinylversie als dubbel-lp. Toen het veertigjarig bestaan in 2011 werd herdacht, kwam het album opnieuw uit in een speciale box, waarin onder meer een audio-dvd met daarop een viertal door Steven Wilson (bekend van Porcupine Tree) geremixte en geremasterde 5.1 surround-versies (zowel in DTS als in Dolby Surround), hetzelfde deed hij met de originele quadrafonische versie, plus een door hem geremixte en geremasterde stereo versie. In die box verder deze stereo versie op vinyl plus een mooi boekwerk.

In 2004 speelde de band het hele album live voor een radioprogramma, wat later op cd werd uitgebracht onder de titel Aqualung Live.