Op 11 augustus 1969 werd Barabajagal, de zevende studio-lp (en in totaal achtste album) van de Schotse singer-songwriter Donovan uitgebracht op het Epic-label in de Verenigde Staten.

Om contractuele redenen werd het album niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, zoals dat ook al het geval was met de hitsingles Sunshine Superman, Mellow Yellow en The Hurdy Gurdy Man. De Britse fans moesten het dus met (duurdere) Amerikaanse import doen.

In juni 1969 werd in de VS en in augustus in het VK de single Goo Goo Barabajagal (Love Is Hot) uitgebracht, met als b-kant Trudi (ook bekend als Bed With Me). De single werd uitgebracht onder de naam Donovan & The Jeff Beck Group. In mei van dat jaar werden beide songs opgenomen in de Olympic Studios in Londen, onder productionele leiding van Mickie Most. De single kwam tot 12 in de Britse hitparade en tot 36 in de Amerikaanse. Achteraf bezien was dit de laatste Donovan-single die deze hitlijsten behaalde.

In 1973 werkten Mickie Most en Donovan weer samen op het album Cosmic Wheels, waarop hij onder zijn eigen naam Michael Peter Hayes werd vermeld. Most begon na zijn werk met Donovan het RAK-label en had succes met acts als Hot Chocolate, Chris Spedding, Marie Hopkin en Suzi Quatro. Hij was ook de ontdekker van Kim Wilde.

Het album Barabajagal werd in diverse sessies opgenomen in twee studio’s: Olympic Studios in Londen (mei 1968 en maart-mei 1969) en American Recording Company, Los Angeles (november 1968), met Mickie Most als producer. Omdat Donovan het steeds vaker aan de stok kreeg met Most verbrak hij na de opnames van dit album de banden met hem, wat wellicht niet zo’n slimme beslissing was, want precies hierna was het ook afgelopen met het platensucces van Donovan! Dat Barabajagal goed verkocht, komt ongetwijfeld ook omdat de grote hit Atlantis (1968) erop staat.

Alle tien songs op het oorspronkelijke album werden door Donovan Leitch zelf geschreven en in tegenstelling tot de hierboven genoemde single werd het album aan Donovan alleen toegeschreven. Dit is ook niet vreemd, want The Jeff Beck Group werkte ook alleen aan de twee eerder genoemde songs mee. Overigens is de naam van het titelnummer iets anders dan de single-titel, want op de lp-hoes staat deze als Barabajagal (Love Is Hot) vermeld. Op de cd-uitgave uit 1990 staat er alleen Barabajagal vermeld. Over deze titel vertelde Donovan in een interview dat dit een zelfbedacht woord is. Hij kwam erop na het beluisteren van I Am The Walrus van The Beatles en dan vooral door wat hij daarin hoorde “goo goo ga joob” (ondergetekende denkt overigens “coo coo ca choo” te horen en dat Alvin Stardusts single My Coo Ca Choo ook daarop gebaseerd is).

Barabajagal begint met de typische Jeff Beck gitaarsound en daarna de uit duizenden herkenbare stem van Donovan. In zijn autobiografie vertelt Donovan dat de gitaar van Jeff niet op tijd was afgeleverd in de studio. Dus moest er een gitaar geleend worden, uiteraard een Fender Stratocaster! Tijdens het gesproken gedeelte van de tekst is zijn Schotse accent onmiskenbaar! Een grote rol tijdens deze song is weggelegd voor de twee achtergrondzangeressen Madeline Bell (o.m. bekend van Blue Mink, werkte met Elton John, Dusty Springfield en later met Tom Parkers New London Chorale) en Lesley Duncan (bekend van Elton John, Alan Parsons Project en ze zong ook op Pink Floyds The Dark Side Of The Moon).

De songs op dit album zou je kunnen beschouwen als een representatie van alle facetten van zijn muzikale carrière, want eigenlijk komt alles voorbij waarvan we Donovan kennen: verschillende rockende songs, zoals de titelsong, Trudi, The Love Song en Superlungs (My Supergirl). I Love My Shirt is een goed voorbeeld van Donovans kinderliedjes en er zijn diverse langzame songs met Donovans herkenbare ietwat hijgerige zangstijl, zoals Where Is She?, To Susan On The West Coast Waiting. Een vocaal hoogtepunt is Happiness Runs, wat je een canon (volgens de Engelsen een ‘round sung’) zou kunnen noemen, gezongen door Donovan, Graham Nash, Michael McCartney (jawel, de broer van) en Lesley Duncan. Deze song was oorspronkelijk geen canon en stond als Pebble And The Man op het album Donovan In Concert. Superlungs (My Supergirl) was opgenomen tijdens de Sunshine Superman sessies, maar niet gebruikt voor dat album. Deze opname staat op Troubadour The Definitive Collection 1964–1976. Donovan nam de song opnieuw op voor Barabajagal.

Op Barabajagal doen nogal wat bekende sessiemuzikanten mee, overigens vaak maar op een of twee songs, soms op meerdere. De muzikanten op het album zijn, naast Donovan: zang, mondharmonica en akoestische gitaar: Jeff Beck: elektrische gitaar, Ron Wood: bas, Nicky Hopkins: piano, Tony Newman: drums, Big Jim Sullivan: elektrische gitaar, John Paul Jones: bas en arrangement van de song Superlungs (My Supergirl), Graham Nash, Mike McCartney, Lesley Duncan, Madeline Bell, Suzi Quatro: allen backing vocals, Danny Thompson: bas, Tony Carr: drums, Richard ‘Ricki’ Polodor: elektrische gitaar, Bobby Ray: bas, Gabriel Mekler: piano, melodica en orgel, Jim Gordon: drums, Alan Hawkshaw: piano, Harold McNair: dwarsfluit, Stephen Stills: elektrische gitaar, Nils Lofgren: elektrische gitaar.

In 1990 werd het album door Epic op cd uitgebracht, zonder extra tracks. Maar in 2005 bracht EMI een uitgebreide versie van het album op cd uit, met daarop maar liefst dertien bonustracks, waaronder enkele demo’s.