Op 1 augustus 1971 werden in de Madison Square Garden in New York City twee liefdadigheidsconcerten georganiseerd voor de bevolking van het voormalige Oost-Pakistan, dat inmiddels Bangla Desh heette (tegenwoordig Bangladesh genaamd), die getroffen was door hongersnood als gevolg van een orkaan die in 1970 het land grotendeels had verwoest.

De beide concerten werden door ex-Beatle George Harrison en sitargrootheid Ravi Shankar georganiseerd. De eerste show begon ’s middags om half drie, de tweede ’s avonds om acht uur. Beide concerten waren uitverkocht.

Na een introductie door George begon Ravi met zijn optreden, samen met enkele van zijn Indiase muzikanten. Nadat zij hun instrumenten hadden gestemd, volgde er een daverend applaus, waarna Ravi opmerkte: ‘Als jullie het stemmen al mooi vinden, ben ik benieuwd wat jullie van het echte spelen vinden!’. Na zo’n drie kwartier was het optreden afgelopen, wat veel mensen die later de registratie op de driedubbel-lp hebben gekocht óf geweldig vonden óf voortaan kant A van plaat 1 het liefst oversloegen.

George Harrison had sinds het laatste Beatles-optreden in 1966 eigenlijk niet meer voor betalend publiek opgetreden. Dit was dus zijn eerste concert na vijf jaar. Hij had verscheidene bevriende muzikanten uitgenodigd om mee te doen en dat waren zeker niet de minsten. Een kleine greep: Eric Clapton, Billy Preston, Leon Russell, de band Badfinger, Bob Dylan en de enige andere Beatle, Ringo Starr. Paul McCartney wilde niet meedoen vanwege de lopende rechtszaak over het uiteenvallen van The Beatles. John Lennon had toegezegd mee te doen, maar omdat hij was gevraagd om Yoko Ono niet mee te nemen en dat die dáár heel kwaad om werd, zegde hij op het laatste moment alsnog af.

George speelde een aantal van zijn eigen composities: Wah-Wah, My Sweet Lord en Awaiting On You All. Billy Preston zong en speelde zijn That’s The Way God Planned It, waarna Ringo Starr It Don’t Come Easy zong. George en Leon Russell deden samen Beware Of Darkness. George en Eric Clapton speelden daarna While My Guitar Gently Weeps, waarbij ze om de beurt een solo speelden. Leon Russell deed hierna Jumpin’ Jack Flash en Youngblood als een medley, waarna George zijn Here Comes The Sun speelde. Bob Dylan deed een aantal van zijn bekendste songs: A Hard Rain’s Gonna Fall, It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, Blowin’ In The Wind, Mr. Tambourine Man en Just Like A Woman, allen begeleid door George, Leon en Ringo. Het concert werd besloten door George die zijn Something en Bangla Desh zong.

Album
De opnames van het concert werden in december 1971 (VS) en januari 1972 (VK en Europa) op het Apple-label als driedubbel-lp uitgebracht (in een mooie box) met op de voorkant een foto van een klein zwart kindje bij een vrijwel leeg etensbord. De totale speelduur was 99:32 minuten. Phil Spector en George Harrison produceerden het album, wat een groot succes werd. Het album won de Grammy voor Album Of The Year in 1973 en behaalde in veel landen de nummer 1-positie op de albumlijsten, zoals in het VK, Noorwegen en ons land. In de VS was nummer 2 de hoogste positie; het leverde daar een gouden onderscheiding op. In het VK was geprobeerd om de verkoopprijs lager te krijgen, omdat de opbrengst immers naar een goed doel ging, maar dat lukte uiteindelijk niet. In 2005 werd het album als dubbel-cd uitgebracht, met een andere hoes. In 2011 werd het veertigjarig bestaan gevierd met een downloadversie, met als extra track de studioversie van de song Bangla Desh.

Het concert werd ook gefilmd en in 1972 uitgebracht, later verscheen de film op videotape en in 2005 op dubbel-dvd. Op disc 1 staat de originele film, op disc 2 een documentaire plus een aantal niet eerder uitgebrachte opnames van het concert.