In augustus 1971 wordt het album Fireball van Deep Purple (Mark II) uitgebracht op het Warner Brothers-label in de VS en Canada. In Europa werd de release uitgesteld tot september van dat jaar, op het Harvest-label (onderdeel van EMI). Fireball werd uitgebracht op vinyl, cassette en ook (in de VS) op ‘reel-to-reel tape’.

Het is de vijfde langspeelplaat van de band en de tweede van de Mark II-bezetting en de opvolger van het succesvolle Deep Purple In Rock, dat ten tijde van de release van Fireball nog steeds hoog in de albumlijsten stond. Fireball was het eerste Deep Purple-album dat in het Verenigd Koninkrijk de nummer één-positie in de albumlijsten behaalde. De band was inmiddels een grote naam in Europa geworden door het succes van zowel In Rock als de singles Black Night (uit juni 1970) en Strange Kind Of Woman, die in februari 1971 werd uitgebracht.

De opnames vonden plaats in (voornamelijk) de De Lane Lea Studios en Olympic Studios in Londen plus in een grote boerderij, The Hermitage, in het plaatsje Welcombe in North Devon, tussen september 1970 en juni 1971. De productie werd gedaan door de vijf bandleden: Jon Lord (orgel, piano), Ritchie Blackmore (gitaar), Ian Paice (drums), Roger Glover (basgitaar) en Ian Gillan (zang, percussie); zij deden dit voor Edwards/Coletta Productions. Gillan was voor het grootste deel de leverancier van de teksten, die hij vaak pas schreef terwijl de backingtracks al waren opgenomen. De opnametechniek werd gedaan door Martin Birch, Lou Austin en Alan O’Duffy.

Het album
Kant A van de Amerikaans/Canadese versie opent met titeltrack Fireball, gevolgd door No No No, Strange Kind Of Woman en Anyone’s Daughter. Kant B: The Mule, Fools en afsluiter No One Came. De Brits-/Europese versie heeft dezelfde tracklisting, met uitzondering van track 3 op kant A, dat is Demon’s Eye geworden, i.p.v. Strange Kind Of Woman. Alle songs worden toegeschreven aan Ritchie Blackmore, Ian Gillan (zoals eerder gemeld vooral verantwoordelijk voor de teksten), Roger Glover, Jon Lord en Ian Paice. Strange Kind Of Woman heette oorspronkelijk Prostitute. Tijdens concerten deden Gillan en Blackmore steeds een soort vraag-antwoordspel, waarbij Ian iets zong/gilde, waarna Ritchie daarop antwoordde met zijn gitaar. Luister maar eens naar Made In Japan!

Opener Fireball begint met het geluid van de airconditioning in de De Lane Lea Studio, die door technicus Martin Birch was opgenomen. Tijdens de opnames werd ook veel geëxperimenteerd met diverse geluidseffecten en het achterstevoren afspelen van eerder ingespeelde partijen (vooral orgel en gitaar). Op een gegeven moment was een van de technici aan het demonstreren hoe een bepaald effect werd bereikt door het achterstevoren te draaien en daarna per ongeluk een verkeerde knop in te drukken. Hierdoor werd een deel van het al opgenomen drumwerk van Ian Paice gewist… en omdat zijn drumstel al onderweg was voor het volgende optreden in Europa, kon het ook niet snel even opnieuw worden gedaan. Uiteindelijk werd een andere kit gebruikt, iets wat je (als je goed luistert) ook schijnt te kunnen horen.

Ontvangst
De recensies in de internationale pers waren nogal verschillend, de een was zeer lovend, de ander vond het album maar niets. Ook de bandleden waren niet unaniem tevreden. Volgens Blackmore staan er maar drie goede songs op, terwijl Glover het hele album nog steeds goed vindt. Blackmore is met name ontevreden over de productie. Dit kwam vooral door druk van de platenmaatschappij en het management, die snel een opvolger voor In Rock wilden hebben, én doordat de band bleef toeren. Ritchie verklaarde ooit dat hij alleen maar ideetjes die hij ter plekke kreeg aan de anderen voorspeelde en dat die vrijwel allemaal werden opgenomen, zonder er lang over gepraat te hebben. Geen van de muzikanten noemt het zijn favoriete Deep Purple-album, wel noemt Gillan het een van zijn favoriete Purple-platen. De eerste persingen werden met klaphoes (gatefold sleeve) uitgebracht, later was het een enkele hoes, met op de binnenhoes de teksten.

Het album bereikte niet alleen in Groot Brittannië de eerste plaats op de albumlijsten, dat gebeurde ook in West-Duitsland, Denemarken, Zweden en België. Nummer 2 werd bereikt in Noorwegen en Finland en nummer 3 in Nederland, Frankrijk en Italië. In Amerika was nummer 32 op de Billboard Albums Chart de hoogste notering. In Nederland ontving de band een gouden plaat, voor de verkoop van 50.000 exemplaren; in de States was een gouden plaat ook het resultaat, na 500.000 verkochte exemplaren.

Het album werd in 1989 op cd uitgebracht in Japan op Warner Brothers, in twee versies: de originele Britse en de originele Amerikaanse en kort daarna in het VK op EMI, met de originele Britse tracks. In 1996 werd de 25th Anniversary Edition uitgebracht op cd en dubbel-lp, met naast de originele zeven songs maar liefst acht bonustracks, zoals de singleversie van Strange Kind Of Woman en diens b-kant I’m Alone (beide in een 1996 remix) en o.m. de instrumentale versie van Fireball en allerlei experimenten (o.m. improvisaties op klassieke werken) onder de titel The Noise Abatement Society Tapes. Toen ondergetekende in 2001 Ritchie Blackmore sprak, vertelde deze dat hij erop tegen was dat deze albums (inmiddels was ook Machine Head uitgekomen) waren uitgebracht, omdat er volgens hem indertijd niet voor niets was besloten om de geselecteerde versies van de songs uit te brengen en dus niet de remixen en de afgevallen songs.

Singles
Zoals gemeld was Strange Kind Of Woman de eerste single, deze bereikte in het VK nummer 8 op de hitparade, in ons land werd alleen de Tipparade bereikt en van andere landen is niets bekend. Later werd Fireball als single uitgebracht, deze bereikte in het VK nummer 15. In ons land was nummer 25 de hoogste notering in de Top 40.

Onderlinge relaties
Blackmore had er sinds In Rock voor gezorgd (vooral door steeds zijn zin door te drijven) dat hij in feite de bandleider was geworden, terwijl Jon Lord dat voorheen was. Toen Gillan zag hoe Blackmore zich gedroeg, als de grote gitaarheld, bedacht hij zich dat hij als zanger toch minstens zo belangrijk was en dus ging hij zich ook steeds vervelender gedragen. Volgens Glover was hij toen een grote klootzak, die zich nergens voor schaamde. Uiteindelijk zijn de mannen de beste vrienden geworden en spelen ze anno 2016 nog steeds samen in Deep Purple.

Toen de band, samen met crew en vriendinnen/echtgenotes in The Hermitage was neergestreken bleken de bandleden niet zo veel zin te hebben in songs schrijven en opnemen, in plaats daarvan brachten ze veel tijd door in de plaatselijke pub, die dichtbij de boerderij stond. Deze drankgelagen leidden er vaak toe dat er irritaties en ruzies ontstonden.

Zo vertelt Roger Glover in het boekje bij de 25 Anniversary Edition van Fireball dat Blackmore (bekend liefhebber van occulte gebruiken) en zijn toenmalige vrouw Wendy aan séances deden, waar Roger absoluut niet van gediend was. Op een avond lag hij rustig op bed nog wat te lezen, toen er ineens een bijl dwars door de slaapkamerdeur kliefde… hij wist direct dat dit een actie van Blackmore was en ging meteen de gang op. Nergens een spoor van Ritchie. En dus ging hij weer verder lezen, maar daarna opnieuw bijlslagen… de splinters vlogen alle kanten op! Uiteindelijk wist hij Blackmore te vinden en biechtte hij op dat hij hem bijna had vermoord met zijn eigen bijl!