In mei 1971 werd het derde soloalbum van Faces-zanger Rod Stewart uitgebracht, onder de titel Every Picture Tells A Story, wereldwijd op het Mercury-label. Het was de opvolger van Gasoline Alley uit 1970. Every Picture Tells A Story was een zeer succesvol album voor ‘Rod the Mod’, dat zijn solocarrière op een veel groter plan bracht dan die met Faces, mede door de grote wereldhit Maggie May.

Rod Stewart werd op 10 januari 1945 in Londen geboren, uit Schotse en Engelse ouders. Hij is nu dus 71 jaar oud en is nog altijd actief, getuige zijn optreden in de Ziggo Dome op 14 mei jl., waar de oud-voetballer bewees nog steeds over een goede fysieke conditie te beschikken.

In de maand januari 1971 werden de opnames voor het album gemaakt, met Rod Stewart als producer. Welke studio(‘s) gebruikt werd(en) hebben we niet kunnen achterhalen, zowel op de originele vinylversie als op de cd wordt hier niets over gemeld.

Every Picture Tells A Story telt op de originele uitgave tien tracks, hoewel de opener van kant B, Henry getiteld, niet op de hoes vermeld staat, maar wel op het label. De plaat is een mix van (voornamelijk) covers en eigen (mede) geschreven songs door Stewart. Kant A opent met de titelsong Every Picture Tells A Story, geschreven door Rod en Faces gitarist Ron(nie) Wood, gevolgd door Seems Like A Long Time (van Theodore Anderson) en That’s All Right (van Arthur Crudup, als That’s Alright Mama ook bekend van Elvis Presley). Track vier is een door Rod gearrangeerde versie van de traditional Amazing Grace. Bob Dylans Tomorrow Is A Long Time besluit de eerste plaatkant.

Op kant B is het 32 seconden durende instrumentale Henry (van Martin Quittenton) de opener, die is ‘vastgeplakt’ aan Maggie May (geschreven door Rod en Martin Quittenton), gevolgd door een andere Rod Stewart compositie, Mandolin Wind. De vierde song is het door Norman Whitfield, Eddie Holland en Cornelius Grant geschreven (I Know) I’m Losing You (wat ook een grote singlehit werd) en het album eindigt met de mooie Tim Hardin-cover Reason To Believe. Op veel heruitgaven wordt het instrumentale Henry niet vermeld en wordt deze wel gewoon toegevoegd aan Maggie May. De totale speelduur is 40:31.

Van het album werden drie singles ‘getrokken’: Reason To Believe / Maggie May kwam als eerste uit, maar omdat (vooral) de (Amerikaanse) radio dj’s voor de originele B-kant gingen, werd de volgorde omgedraaid en werd Maggie May de A-kant (al bleef op het label gewoon B-kant staan) èn de grote hit. In Spanje werd Every Picture Tells A Story op single uitgebracht en als derde kwam (I Know) I’m Losing You op 7 inch-vinyl uit. Maggie May werd nummer 1 in o.m. Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, nummer 2 in Ierland en nummer 3 in Nieuw-Zeeland én Nederland. Maggie May gaat over de eerste seksuele ervaring van een vijftienjarige jongen met een oudere vrouw; Rod gaf later toe dat het een autobiografische tekst is.

De muzikanten
Voor de muzikanten op het album hoefde Rod niet ver te zoeken, want alle Faces-bandleden doen mee op een of meerdere songs. Of zij het later leuk vonden dat ze bij de tournees als begeleidingsband van hem (als Rod Stewart & (The) Faces) werden betiteld is vast wel te raden…

Rod is bij velen vooral bekend vanwege zijn ‘schuurpapieren’ stemgeluid en als grapje staat bij de achtergrondzangeressen Maggie Bell en Madeline Bell (o.m. Blue Mink) dat zij “vocal abrasives” oftewel “vocale schuurmiddelen” als instrument hebben. Ondanks dezelfde achternaam zijn deze dames geen familie; Maggie is Schotse van geboorte en blank (zij zong o.m. in de band Stone The Crows), terwijl Madeline in New Jersey is geboren en Afro-Amerikaans is; Madeline deed ook achtergrondzang bij o.m. Elton John en werd in ons land bekend als lid van Tom Parkers New London Chorale en had in de seventies flinke hits in Europa als lid van het zangduo Blue Mink, samen met Roger Cook (zoals Good Morning Freedom, The Banner Man, Melting Pot en Our World).

Rod Stewart deed uiteraard de leadzang en bespeelde akoestische gitaar, Ronnie Wood bespeelde elektrische gitaar, 12-snarige gitaar, slidegitaar, pedal steel-gitaar en basgitaar. Martell Brandy: akoestische gitaar, Sam Mitchell: resonator gitaar, Martin Quittenton: klassieke gitaar; Pete Sears:  piano en celeste; Micky Waller: drums (NB: tijdens de opnamen voor Maggie May bleken er geen bekkens te zijn, die werden een paar dagen later ingedubt); Ian McLagan: orgel en piano op (I Know) I’m Losing You; Danny Thompson: contrabas; Andy Pyle: basgitaar; Dick Powell: viool; Long John Baldry: zang op Every Picture Tells A Story; Lindsay Raymond Jackson (Lindisfarne): mandoline (Rod wist zijn naam niet meer, vandaar dat er bij de credits staat ‘the mandoline player from Lindisfarne’); Kenney Jones: drums op (I Know) I’m Losing You; Ronnie Lane: basgitaar en backing vocals op (I Know) I’m Losing You.

Het album was, zoals gemeld, een groot succes. Nummer één op de albumlijsten werd bereikt in het VK, de VS, Australië en Canada en nummer 2 in ons land. In de States ontving Rod een platina-onderscheiding voor de verkoop van tenminste 1 miljoen exemplaren. De plaat was zowel als enkele hoes als ook als klaphoes verkrijgbaar en sommige persingen hadden een dusdanig uitklapbare hoes, dat deze als grote poster gebruikt kon worden. Ook zijn er persingen bekend met verschillende kleuren vinyl en daarnaast was het album ook als muziekcassette en 8-track cassette (vooral in de VS populair voor in de auto) verkrijgbaar. In 1984 werd het album voor het eerst op cd uitgebracht. In 2014 werd in Japan een sacd-versie uitgebracht en werd het ook als een high definition-audiobestand verkrijgbaar. In datzelfde jaar werd het album opnieuw op vinyl uitgebracht.