22 februari 1971 werd If I Could Only Remember My Name van David Crosby uitgebracht op het Atlantic Records-label. Het was zijn eerste soloplaat, die uitkwam toen Crosby, Stills, Nash & Young een pauze hadden ingelast na een uitputtende tournee. Het album kwam uit op vinyl (soms met klaphoes, soms als enkele hoes), muziekcassette, 8-track tape en op ‘reel to reel’-tape.

Alle vier de CSNY-leden namen in 1970/1971 een soloalbum op, naast Crosby: Neil Young met After The Gold Rush, Graham Nash met Songs For Beginners en Stephen Stills met Stephen Stills. Op If I Could Only Remember My Name spelen en zingen ook Nash en Young op enkele songs mee. De opnames voor de lp werden in 1970 en begin 1971 gemaakt in de Wally Heider Studio in San Francisco. David Crosby is zelf verantwoordelijk voor de productie.

Het album opent op Kant A met Music Is Love (David Crosby, Graham Nash, Neil Young), gevolgd door de langste track (8:02) Cowboy Movie, Tamalpais High (At About 3) en Laughing. Kant B: What Are Their Names (David Crosby, Jerry Garcia, Phil Lesh, Michael Shrieve, Neil Young), Traction in the Rain, Song with No Words (Three with No Leaves), Orleans (traditional) en tenslotte I’d Swear There Was Somebody Here. Bonustrack op cd (2006): Kids and Dogs. Alle songs zijn geschreven door Crosby zelf, behalve waar anders vermeld is.

Aan de opnames deden nogal wat bekende muzikanten mee. Een kleine greep hieruit: Graham Nash, Neil Young, Jerry Garcia, Mickey Hart en Phil Lesh van The Grateful Dead, Jorma Kaukonen, Jack Casady, David Freiberg, Paul Kantner en Grace Slick van Jefferson Airplane, Michael Shrieve (Santana) en Joni Mitchell.

In 1990 werd het album voor het eerst op cd uitgebracht. In 2006 verscheen op het Rhino-label een 5.1 surround sound audio-dvd samen met een HDCD, beide gemasterd vanaf de originele studiotapes. In 2009 kwam het album opnieuw op vinyl uit. Twee van de songs verschenen op single: Music Is Love (bereikte nummer 95 op de Billboard Hot 100) en Orleans.

If I Could Only Remember My Name was een redelijk commercieel succes voor Crosby, ondanks niet al te lovende recensies. In de loop der jaren werd het album steeds hoger aangeprezen. De plaat bereikte nummer 12 op de Billboard Pop Albums-lijst; in ons land was nummer 23 de hoogste notering, 11 weken stond de plaat in de albumlijst. De fans van Crosby hadden veel geduld nodig tot het volgende soloalbum, want pas in 1989 kwam opvolger Oh Yes I Can uit.