Op 5 december 1969 werd Let It Bleed, het achtste Britse en tiende Amerikaanse album van The Rolling Stones uitgebracht op het Decca label in Europa en op London Records in de States. Het was het laatste album met Brian Jones (die op 3 juli 1969 overleed) en het eerste met zijn opvolger, de toen twintigjarige Mick Taylor. Let It Bleed is een van de bekendste Stones-albums, met daarop klassiek geworden songs als Gimme Shelter, Midnight Rambler en You Can’t Always Get What You Want.

De opnames voor het album vonden plaats in november 1968 en van februari tot november 1969 in de Olympic Studios in Londen, Sunset Recorders en de Elektra Studio in Los Angeles. Jimmy Miller was de producer van het album; hij produceerde ook de voorganger Beggars Banquet.

Let It Bleed telt negen songs, waarvan er acht door Mick en Keith zijn geschreven, en opent met Gimme Shelter (op de originele hoes Gimmie Shelter genoemd), waarin zangeres Merry Clayton een grote rol speelt als ze volgende tekst zingt: “Rape, murder. It’s just a shot away. It’s just a shot away”. In de Oscarwinnende documentairefilm Twenty Feet From Stardom wordt hier veel aandacht aan besteed. Overigens is haar naam op de originele hoes fout gespeld: als Mary Clayton namelijk. Tijdens de live-concerten sinds 1989 vervult Lisa Fischer de taak van Clayton.

De tweede song is een cover van Robert Johnson, Love In Vain. Mocht je een vroege Amerikaanse persing van het album hebben, dan staat daar niet Johnsons naam maar die van Woody Payne, een pseudoniem dat de Stones gebruikten om royalties te krijgen. Track drie is Country Honk, een vroege versie van de latere klassieker Honky Tonk Women.

Brian Jones doet op twee songs mee, maar niet als gitarist! Op You Got The Silver speelt hij autoharp en op Midnight Rambler alleen percussie (conga’s). Mick Taylor speelt wel gitaar en wel op Country Honk en Live With Me. Keith Richards zingt voor het eerst solo op een Stonessong, op You Got The Silver. Voordien had hij wel al enkele zangpartijen gedeeld met Mick Jagger.

Op You Can’t Always Get What You Want is The London Bach Choir te horen, naast de drie achtergrondzangeressen Madeline Bell, Nanette Workman en Doris Troy. Op het album zijn naast de vijf Rolling Stones diverse sessiemuzikanten te horen. Een kleine greep daaruit: Ry Cooder (mandoline en slidegitaar), Nicky Hopkins, Leon Russell en Ian Stewart (piano), Al Kooper (piano, orgel), Byron Berline (viool) en de eerder deze week overleden Bobby Keys (tenorsax).

De hoes van het album is gemaakt door Robert Brownjohn. Te zien is een taart bovenop een platenwisselaar waarop onderaan het album ligt met daarop de naald van een ouderwetse fonograaf (voorloper van de platenspeler). Bovenop de taart zijn vijf poppetjes te zien die de vijf Stones verbeelden. Of die ene nou Brian Jones of Mick Taylor is, is ondergetekende niet bekend. Onder de taart is een rubberen band te zien en daaronder een pizza (of pannenkoek), de wijzerplaat van een klok en een soort filmblik. De taart is gemaakt door de toen nog onbekende, maar tegenwoordig in Groot Brittannië beroemde Delia Smith. De achterkant van de hoes laat zien hoe de taart en de langspeelplaat er na afloop uitzagen. De volgorde van de songtitels op de achterkant klopt overigens niet met de werkelijkheid.

Let It Bleed bereikte de nummer 1 op de Britse albumlijst en nummer 3 op de Amerikaanse. In de loop der jaren werd respectievelijk 1x en 2x platina bereikt. Het album stootte Abbey Road van The Beatles van de eerste plaats, maar een week later was dat weer het bestverkochte Britse album.

De dag na de release van Let It Bleed trad the Rolling Stones op het sindsdien beruchte Altamont Festival in het noorden van Californië, waar zo’n 300.000 mensen op af kwamen. Tijdens het spelen van Under My Thumb werd de achttienjarige Meredith Hunter doodgeslagen door een lid van de Hell’s Angels, die als beveiliging waren ingeschakeld door de organisatie (The Grateful Dead). Dit Rolling Stones-concert werd opgenomen voor de concertfilm Gimme Shelter, die een jaar later werd uitgebracht.