Op 17 april 1970 wordt de eerste sololangspeelplaat van (inmiddels) ex-Beatles-bassist Paul McCartney in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, onder de titel McCartney. Drie dagen later, op 20 april dus, volgt de Amerikaanse release. In beide gevallen verschijnt het album op het Apple-label.

De opnames vonden plaats tussen december 1969 en februari 1970 in McCartney’s thuisstudio in St John’s Wood, Morgan Studios in Willesden en de Abbey Road Studios, alle drie in Londen. Voor de productie was Paul McCartney zelf verantwoordelijk. In Morgan en Abbey Road werden de thuis gemaakte opnames afgemaakt en verbeterd. Omdat er geen andere muzikanten aan dit dus echte  soloalbum meewerkten hoefde hij ook geen rekening te houden met (de meningen van) anderen. Alleen echtgenote Linda werkte mee door het zingen van achtergrond- en harmonie-vocalen. Alle instrumenten bespeelde Paul dus zelf.

In de periode waarin hij het album opnam was hij behoorlijk depressief, voornamelijk nadat John Lennon in september 1969 in vertrouwen had gezegd uit The Beatles te stappen. McCartney trok zich geruime tijd terug op zijn boerderij High Park in Schotland, waar hij het nogal zwaar had. Het schijnt dat hij in die periode dichtbij een zenuwinzinking zat, mede omdat hij de enige baan die hij ooit had gehad ineens verdwenen leek. Paul in 2001 tegen zijn dochter Mary: ‘I nearly had a breakdown. I suppose the hurt of it all, and the disappointment, and the sorrow of losing this great band, these great friends… I was going crazy.’ Maandenlang zag of hoorde niemand hem, wat de drie jaar oude geruchten ‘Paul is dead’ weer aanwakkerde. Pas toen enkele Britse journalisten ontdekten waar hij verbleef verdwenen die berichten weer. Omdat Paul de release niet wilde uitstellen, omdat Let It Be eerst zou verschijnen, kwam hij in conflict met de drie andere Beatles. In het persbericht bij de promotie-exemplaren van het album, dat op 10 april uitkwam, stond een door hemzelf geschreven interview waarin hij meldde dat hij uit The Beatles was gestapt.

Het album bestaat voor een groot deel uit opnames die hij thuis had gemaakt en in sommige gevallen niet eens af waren. Hij wilde in feite ‘back to basic’ werken, zoals hij het ook voor ogen had toen aan Let It Be begonnen werd, maar zoals bekend liep dat mede door producer Phil Spector nogal anders. Het ruim 35 minuten durende album telt dertien tracks, zeven op kant 1 en zes op kant 2. De bekendste songs zijn Junk (ook de afsluiter van de Unplugged cd uit 1991) en Maybe I’m Amazed, die onder meer gecoverd werd door Rod Stewart & Faces.

Waarschijnlijk gedeeltelijk als gevolg van McCartney’s rol in het officiële einde van The Beatles kwamen er nogal wat niet al te positieve recensies van een meerderheid van de muziekcritici in (met name) het VK en de VS. Alleen de song Maybe I’m Amazed wordt alom geprezen. Ondanks druk van diverse kanten weigerde McCartney om deze song als single uit te brengen; geen van de songs op het album werd een single. Al bij al leverde al deze publiciteit wel een groot commercieel succes voor hem op, want het album stond drie weken op nummer 1 van de Billboard Album 200 en kwam binnen op  nummer 2 in het VK, waar de plaat drie weken bleef staan, achter de onverbiddelijke nummer 1 van die tijd, Simon & Garfunkels Bridge Over Troubled Water.

De andere ex-Beatles maakten hun teleurstelling over het album al snel openbaar. Kort na de release omschreef George Harrison de songs Maybe I’m Amazed en That Would Be Something als ‘geweldig’, maar de rest, zei hij, ‘doet me helemaal niets.’ Hij voegde eraan toe dat McCartney, in tegenstelling tot Lennon, Starr en hemzelf, waarschijnlijk te geïsoleerd was geweest van andere muzikanten, want de enige die hem vertelde of hij iets wel of niet goed deed, was Linda. John Lennon zei in een interview met Rolling Stone dat hij het album McCartney ‘waardeloos’ vond en zei dat een album zoals hijzelf had gemaakt, het door primal therapy geïnspireerde album John Lennon/Plastic Ono Band, McCartney waarschijnlijk bang had gemaakt.

Zoals hierboven vermeld bereikte het album de nummer 1 positie in de Amerikaanse albumlijst en nummer 2 in Groot-Brittannië. In diverse andere landen was het ook een succes: nummer 3 in Nederland, Italië en Australië, nummer 1 in Canada, nummer 4 in Frankrijk en Spanje, nummer 2 in Zweden en Noorwegen, nummer 13 in Japan en tenslotte nummer 15 in West-Duitsland. Het album werd dubbelplatina in de VS (2 miljoen exemplaren) en platina in Canada (100.000).

Het idee voor de hoes was van McCartney zelf, maar de uitvoering liet hij over aan ontwerpers Gordon House en Roger Huggett, terwijl aan de binnenkant van de klaphoes diverse door Linda (gerenommeerd fotografe en lid van de van Kodak bekende Eastmanfamilie) gemaakte foto’s te zien zijn. Daaronder 21 snapshots van de familie, dus Paul en Linda, haar zevenjarige dochter Heather (uit haar eerste huwelijk), pasgeboren dochter Mary en herdershond Martha. Op de achterkant van de hoes staat een door Linda in Schotland gemaakt portret van Paul, die baby Mary onder zijn leren jas heeft.

Het album McCartney kwam in juni 1993 op cd uit, samen met zes andere studioalbums die hij in de jaren zeventig uitbracht, zoals Ram (met Linda) en Band On The Run (met Wings). In juni 2011 werd het album uitgebracht als onderdeel van The Paul McCartney Archive Collection. Deze re-release leverde hitlijstnoteringen op in het VK, Nederland, Japan en Frankrijk. Naast de ‘gewone’ cd werd het album ook uitgebracht als een special edition dubbel-cd, bestaande uit de originele 13-tracks op de eerste disc, plus zeven bonustracks op de tweede. Daarnaast verscheen een deluxe edition: de hiervoor genoemde dubbel-cd met dvd, een hardcover boek met 128 pagina’s, waarin veel niet eerder gepubliceerde foto’s plus compleet nieuwe liner notes zijn opgenomen. Ook is er een geremasterde dubbel-lp op vinyl verschenen met daarop de special edition en een downloadlink naar het materiaal.