Vandaag een halve eeuw geleden, op 9 december 1966, bracht de Engelse rockband The Who zijn tweede langspeelplaat uit onder de titel A Quick One, op het Reaction Records-label in het Verenigd Koninkrijk en Polydor in Europa. In de Verenigde Staten kwam het album onder de titel Happy Jack uit op het Decca-label en MCA, omdat de gelijknamige single daar een top 40-hit was èn omdat de Amerikanen de originele titel (‘een vluggertje’) te seksueel getint vonden. Het was de opvolger van debuut My Generation uit 1965 en de in november 1966 uitgebrachte ep Ready Steady Who. De originele persingen waren in mono, pas later kwam er een (nep?)stereoversie op de markt.

De opnames werden in de maanden september, oktober en november 1966 gemaakt in de IBC Studios en de Pye Studios, beide in Londen. The Who manager Kit Lambert zat in de producersstoel, terwijl mede-manager Chris Stamp als ‘executive producer’ (= uitvoerend producent) wordt genoemd. De vier muzikanten van de band, Roger Daltrey (leadzang), Pete Townshend (gitaar, zang), John Entwistle (basgitaar, zang) en Keith Moon (drums, zang) hadden met hun management van tevoren afgesproken dat ze deze keer allemaal minstens twee songs zouden aanleveren. Dit zou ze per persoon 500 pond per song opleveren, wat ze goed konden gebruiken omdat van hun wekelijkse twintig pond hun hoge onkosten (dure kleding en steeds opnieuw aan te schaffen apparatuur omdat ze die bij optredens vernielden) niet betaald konden worden. Dat is ze allemaal gelukt, behalve Roger Daltrey, die er maar één schreef. Pete Townshend kwam met drie nieuwe songs, waaronder de afsluiter A Quick One, While He’s Away, wat als een mini-rockopera beschouwd kan worden. Dit werd hem door Kit Lambert geadviseerd (die wel een toekomst in rockopera’s zag) en bestaat eigenlijk uit een compilatie van zes aparte liedjes.

Kant A opent met Run Run Run (Pete), gevolgd door Boris The Spider geschreven en gezongen door John, daarna I Need You (Keith), Whiskey Man (John), de enige cover Heat Wave (Brian Holland, Lamont Dozier, Edward Holland) en tenslotte Cobwebs And Strange (Keith). Kant B opent met Don’t Look Away (Pete), gevolgd door See My Way (Roger), So Sad About Us (Pete) en de afsluiter A Quick One, While He’s Away (Pete), dat uit zes delen bestaat: I. Her Man’s Been Gone, II. Crying Town, III. We Have a Remedy, IV. Ivor the Engine Driver, V. Soon Be Home en VI. You Are Forgiven. Deze mini-rockopera duurt 9:10 minuten. Het totale album duurt 31:48.

De Amerikaanse versie Happy Jack heeft dezelfde tracks en volgorde, alleen is daar de singlehit Happy Jack op kant A als zesde track toegevoegd en ontbreekt daarop Heat Wave (bekend van Martha & The Vandellas). Bijzonder aan deze Pete Townshend-compositie is dat John Entwistle het eerste couplet zingt en Roger Daltrey de rest. Aan het eind van de song kun je Pete horen roepen “I saw you!” tegen Keith Moon, die tegen de zin van de rest probeerde nog iets mee te zingen, terwijl zij bezig waren om koortjes in te zingen. Boris The Spider was de B-kant van de enige single van het album, Whiskey Man, omdat de plaat al bij de perserij was werd besloten om Happy Jack alleen op single uit te brengen (iets wat in die tijd wel vaker gebeurde, zie de diverse Beatles-singles die niet op de reguliere albums terechtkwamen), deze werd op 2 december 1966 in het VK uitgebracht. Boris The Spider werd op 6 oktober 1966 opgenomen en volgens de overlevering schreef John deze ‘horrorsong’ in slechts zes minuten. Omdat Entwistle problemen had met het zingen van de ‘r’, zong hij het nummer Whiskey Man dubbel. Hij zong de ene keer ‘fwend’ en de andere keer ‘flend’, in de hoop dat ze samen goed zouden uitkomen als ‘friend’.

Keith Moons I Need You, had oorspronkelijk I Need You (Like I Need A Hole in the Head) als titel. Hij had het gevoel dat The Beatles achter zijn rug in een geheimtaal spraken en wilde ze daarom terugpakken. Keith ontkende later dat een deel van de gezongen tekst een John Lennon-imitatie was, maar volgens John Entwistle was dit wel degelijk het geval!

De plaat werd door de muziekcritici over het algemeen positief beoordeeld en ook de verkoopresultaten waren goed. Het album bereikte de vierde plaats op de Britse albumlijst en het is bekend dat de band er een gouden plaat voor kreeg in Frankrijk. In ons land was er in 1966 nog geen echt betrouwbare albumlijst (de single top 40 was nog niet eens twee jaar oud). De single Happy Jack bereikte in de Amerikaanse Billboard Singles Chart de 23e plaats; op de Britse hitlijst was nummer drie de hoogste notering.

In 1988 kwam de eerste cd-versie (mono) van A Quick One uit op Polydor en van Happy Jack op MCA in de VS. In 1995 verscheen een geremasterde versie, met tien bonustracks, waaronder de vier songs van de Ready Steady Who-ep, drie B-kantjes van singles en drie niet eerder uitgebrachte songs:  een akoestische versie van Happy Jack, de Everly Brothers-cover Man With Money (Don en Phil Everly) en de bijzondere uitvoering van My Generation/Land Of Hope And Glory (Pete Townshend/Edgar Elgar). In december 2013 kwam er een nieuwe versie op cd uit, met daarop de eerder genoemde bonustracks. In 2015 kwam het album opnieuw op vinyl uit, nu op 180 grams vinyl.