Op 15 april 1966 werd de langspeelplaat Aftermath van The Rolling Stones uitgebracht op het label Decca in Groot-Brittannië en de rest van West-Europa. Het was het vierde studioalbum van de band. In juni van dat jaar kwam de plaat via London Records uit in de Verenigde Staten en dáár was het de zesde langspeler van de band. Het was bij ons de opvolger van Out Of Our Heads (1965).

Aftermath was de eerste langspeelplaat van de Stones die volledig in Amerika werd opgenomen, in een tweetal sessies, tussen 3 en 8 december 1965 en tussen 6 en 9 maart 1966 in de RCA Studios in Hollywood, Californië. Het was ook de eerste Stones-plaat met louter eigen composities door Mick Jagger en Keith Richards; ze deden het à la Lennon & McCartney. Daarnaast was het de eerste Rolling Stones-langspeler die meteen in stereo werd opgenomen. De producer was Andrew Loog Oldham, die alle tot nu toe verschenen albums van de band produceerde.

Op de officiële Stones-website staat deze uitspraak van Keith: “Hoewel Brian Jones een veel betere muzikant was dan wij, ging het samen schrijven van Mick en mij meteen heel goed, vandaar dat we daarmee zijn doorgegaan.” Het album bevat diverse muzikale experimenten. Zo bespeelde Brian Jones naast elektrische en akoestische gitaren diverse andere instrumenten, waarvan meerdere waarschijnlijk voor het eerst op een album met popmuziek werden gebruikt, zoals de sitar (in Paint It, Black), dulcimer (in I Am Waiting en Lady Jane) en marimba (in Under My Thumb).

Zoals in die tijd vaker gebeurde, was er verschil tussen de Britse en de Amerikaanse versie. In het geval van Aftermath is dat niet alleen twee verschillende songvolgordes, maar ook staan er op de Britse editie veertien tracks, tegen elf op de Amerikaanse. De Britse versie duurt 53:30, de Amerikaanse 42:31. Op de Amerikaanse versie staan Mothers Little Helper, What To Do en Take It Or Leave It niet, Paint It, Black weer wel… maar die staat niet op de Britse versie. Nadat het album in het Verenigd Koninkrijk was verschenen, kwam deze song op single uit en werd het meteen een grote hit. En dus besloot de Amerikaanse maatschappij de song toe te voegen aan het album, als opener. Als afsluiter van de Britse kant A en van de Amerikaanse kant B is de ruim elf minuten durende bluesjam Goin’ Home.

De muzikanten op Aftermath waren: de vijf Stones Mick Jagger (leadzang, backing vocals, mondharmonica, percussie), Keith Richards (slag- en leadgitaar, backing vocals), Brian Jones (slag- en  slidegitaar, piano, orgel, clacecimbel, marimba, sitar, percussie, Appalachian dulcimer, mondharmonica, koto), Bill Wyman (basgitaar, backing vocals, orgelpedalen), Charlie Watts (drums, percussie) en als extra muzikanten Jack Nitzsche (piano, orgel, clavecimbel, percussie) en Ian Stewart (piano, orgel).

Het album kreeg wereldwijd goede kritieken en was in feite de grote doorbraak van de Stones. In de Britse albumlijst stond Aftermath maar liefst acht weken op de nummer 1-positie. In de VS werd uiteindelijk nummer 2 in de Billboard 200 albumchart bereikt, wat later resulteerde in een platina-onderscheiding. Nummer 25 was de hoogste notering in Frankrijk. In ons land was er in 1966 nog geen betrouwbare albumhitlijst, dus daar is niets over te vertellen. De single Paint It, Black bereikte zowel in het VK als de VS de eerste plaats. De andere singles Mother’s Little Helper en Lady Jane waren ook vrij succesvol in meerdere hitlijsten. Op het album staan verder klassiekers als Under My Thumb en Out Of Time.

In 2002 werden zowel de Britse als de Amerikaanse versie geremasterd op hybride superaudio-cd (SACD) uitgebracht door ABKCO Records.