Eindelijk, eindelijk: na een radiostilte van maar liefst achttien maanden, kwam Bob Dylan in december 1967 met een nieuw album: John Wesley Harding. De plaat verscheen in het interbellum tussen Kerst en de jaarwisseling, en was het eerste materiaal waarmee de muzikant uit Minnesota kwam na zijn mysterieuze motorongeluk van juli 1966. John Wesley Harding klonk anders dan wat van hem verwacht werd. Maar Dylan was dan zelf ook wel veranderd.

1967 was het jaar van flower power. Het jaar van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Magical Mystery Tour van The Beatles. De jongens uit Liverpool waren door Dylan aan de drugs geholpen, en dat had hen commercieel en muzikaal geen windeieren gelegd. De vraag was legitiem wat Bob Dylan aan het doen was, toen hij zich na het motorongeluk uit het openbare leven had teruggetrokken.

Het antwoord was eenvoudig: de muzikant leidde een afgezonderd leven als huisvader van een jong gezin. In zijn vrije tijd schreef hij aan wat een roman moest worden (Tarantula) en nam hij uren muziek op in de kelder van Big Pink in Woodstock, samen met zijn vrienden van The Band. En het was dus ook tijd om weer een lp op te nemen. Voor het achtste album vertrekt Dylan met de trein naar Nashville, naar de studio om producer Bob Johnston te ontmoeten.

Anders dan zijn directe voorgaande albums, wil Dylan een ander sound. Deze volgende plaat moet klinken zoals The Way I Feel van Gordon Lightfoot. Dus geen elektrische rockmuziek, eerder een folkcountry-sound, dankzij de begeleiding van dummer Kenneth A. Buttrey, Charlie McCoy op basgitaar en Pete Drake met zijn pedal steel guitar op Down Along the Cove en I’ll Be Your Baby Tonight.

Het is niet alleen de sound dat anders is. Ook tekstueel is Dylan, die zijn haar heeft gekortwiekt, niet meer ‘de oude’. Het zijn twaalf songs over outlaws, zwervers, immigranten, boodschappers en heiligen met een oudtestamentische moraal: I Dreamed I Saw St. Augustine, I Am A Lonesome Hobo, I Pity The Poor Immigrant en The Ballad of Frankie Lee And Judas Priest. De laatste titel ligt ten grondslag aan een Britse heavymetalband.

Geen wonder trouwens, deze inhoudelijke koerswijziging. Beatty Zimmerman, de moeder van Dylan, zegt in 1968 in een interview: “In zijn huis in Woodstock ligt tegenwoordig een grote King James Bible geopend op een standaard in het midden van zijn studeerkamer. Van alle boeken die overal in dat huis liggen, krijgt die bijbel de meeste aandacht. Voortdurend springt hij recht om er het een en ander op te zoeken.” Naast de bijbel liggen de gebundelde liedteksten van Hank Williams.

Het bekendst van het dozijn nummers, is wel All Along The Watchtower, vooral dankzij de ziedende cover van Jimi Hendrix. Een tekst die volgens velen gebaseerd is op een profetie van Jesaja. Een interessante tekst, All Along The Watchtower. Want wat zou er gebeuren als de coupletten 1, 2 en 3 in omgekeerde volgorde worden gelezen (dus als coupletten 3-2-1)?

Dan nog over het titelnummer, John Wesley Harding. Een nummer over een Robin Hood-achtig figuur, die goed doet voor armen, bij rijken steelt, But he was never known to hurt an honest man. Het lijkt er verdacht veel op dat Dylan het hier heeft over John Wesley Hardin, maar de achternaam onjuist heeft gespeld. Of het is een Dylanesque woordspeling, je weet het immers nooit helemaal bij de Nobelprijswinnaar voor de Literatuur. De schrijver zegt zelf:

“Ik wou een traag nummer schrijven over… zo’n oude cowboy…gewoon een goede lange ballade, maar halfweg de tweede strofe raakte ik het beu. Ik had de melodie en die was te goed om weg te doen, dus schreef ik snel een derde strofe. Zo werd het opgenomen… Ik wist dat mensen dat liedje zouden beluisteren en niet zouden begrijpen wat er aan de hand was. Om te voorkomen dat ze erover zouden vallen, maakten we er het titelnummer van en plaatsten we het bij het begin. Als we dat niet hadden gedaan, zouden we later te horen hebben gekregen dat het een wegwerpnummer was.”

Op de hoes is Dylan niet geflankeerd door zijn begeleidingsband, maar door de twee Bengaalse broers Luxman en Purna Das en Charlie Joy, de plaatselijke steenhouwer en timmerman. Voor de verzamelaars: in 2011 kwam Thea Gilmore met een tribute van dit album, door John Wesley Harding in zijn geheel op te nemen.