Krap drie maanden na de release van Bringing It All Back Home van Bob Dylan, duikt de muzikant al de studio in voor een opvolger. Tijdens die eerste sessies, in juni 1965, neemt Dylan zijn magistrale nummer Like A Rolling Stone op, met onder meer de gitarist Al Kooper op het orgel. De opname is de definitieve breuk met de akoestische folkmuziek – het publiek zou daar twee maanden later kennismaken met de ‘elektrische Dylan’.

Halverwege juni 1965 duikt Bob Dylan opnieuw de studio in, onder begeleiding van zijn producer Tom Wilson. Behalve een club sessiemuzikanten is ook bluesgitarist Mike Bloomfield van de Paul Butterfield Blues Band uitgenodigd, op Dylans verzoek. Tijdens de namiddagsessie van 15 juni komt er niets bruikbaars naar boven drijven, het zijn slechts demo’s van nummers die het wel moeten halen. Bloomfield wijst achteraf op de gebrekkige regie van producer Tom Wilson: “De producer was een niet-producer… Hij had geen idee wat er gebeurde.”

Tijdens dezelfde sessie speelt Dylan een stukje voor van Like A Rolling Stone, een nieuw nummer van zijn hand. De zanger speelt het stukje op de piano, waarbij hij alleen de zwarte toetsen gebruikt. Geen van de vijf sessies haalt de eindstreep; van deze demo’s is één terug te horen op The Bootleg Series vol. 1-3.

Toch wil Dylan met dit nummer verder, want de volgende dag leidt hij de begeleidingsband door vijftien takes van het nummer. Dit keer niet in de driekwartsmaat van de avond ervoor, en evenmin met de zanger zelf achter de piano. Voor deze versie van het nummer maakt Dylan zelf gebruik van zijn Fender Telecaster. Bij geval is ook gitarist Al Kooper aanwezig, die met de producer van dienst goed bevriend is. “Er stond geen noot op papier,” zegt Kooper later. “We speelden op het gehoor. Pure chaos.”

Kooper bekijkt de sessie vanuit de controlekamer en hoopt eigenlijk mee te spelen met Dylan. Maar tegelijk beseft hij dat Bloomfield een betere gitarist is dan hijzelf. Als toetsenist Frank Owens overschakelt van orgel naar piano, ziet Kooper zijn kans: hij vraagt Wilson of hij mee mag spelen. Wilson mompelt wat, “maar zei geen nee,” aldus Kooper. Ondanks zijn gebrek aan ervaring met toetsinstrumenten, bluft hij zich erdoor heen. Als de band het nummer terugluistert, vraagt Dylan aan Wilson of het orgel wel wat harder mag klinken. In vier takes staat Like A Rolling Stone definitief op tape.

Columbia Records, Dylans platenmaatschappij, is minder enthousiast over het nummer dan Dylan zelf. LARS duurt immers zes minuten! In eerste instantie weigert zij het nummer uit te brengen als single. Onder druk van verschillende dj’s komt Columbia toch over de brug, en brengt LARS uit. Maar wel doormidden geknipt, met de helften op beide kanten van de single. Op 20 juli 1965 wordt het nummer alsnog als volledige nummer op single uitgebracht, met op de B-kant Gates Of Eden, van Dylans vorige lp Bringing It All Back Home.

Het nummer wordt gelijk een groot succes, met een tweede plek in de Amerikaanse hitlijsten (twaalf weken). In Engeland haalt LARS net niet de top-3, maar blijft het nummer eveneens twaalf weken in de hitlijst. Het nummer vraagt erom hard gespeeld te worden. Als Dylan een jaar later op ‘elektrische tournee’ gaat, wordt hij in Manchester uitgescholden voor Judas. Nadat Dylan de man in het publiek te kijk zet als leugenaar, draait hij zich om naar zijn begeleidingsband en commandeert: “Play it fucking loud!”

Waarna Like A Rolling Stone inderdaad keihard wordt ingezet.