Op 12 en 13 mei 1965 is The Rolling Stones in de RCA studio in Hollywood om (I Can’t Get No) Satisfaction op te nemen. Zoals gebruikelijk staan Mick Jagger en Keith Richards vermeld als schrijvers en componisten van de song. Andrew Loog Oldham is de producer. (I Can’t Get No) Satisfaction staat ook op de Amerikaanse versie van de langspeelplaat Out Of Our Heads die in juli 1965 wordt uitgebracht.

(I Can’t Get No) Satisfaction is vrijwel zeker de bekendste Rolling Stones-song en staat vrijwel altijd op de setlist tijdens de tournees sinds 1965. De single komt in de VS uit op het London-label en in het VK op Decca. De gitaarriff waar het nummer mee opent, componeerde Keith Richards in zijn slaap. In zijn boek Life (2009) schrijft hij: ‘I woke up in bed with this riff and I thought ‘I ‘ve gotta put that down.’ De bandleden verbleven in het Fort Harrison Hotel in Clearwater, Florida. Het was 7 mei 1965, de nacht na het vijfde concert van hun derde Amerikaanse tournee. Richards stond op, pakte zijn gitaar en een draagbare cassetterecorder, speelde in wat hij zojuist bedacht had en ging terug naar bed. De volgende ochtend draaide hij de tape af. ‘It was two minutes of Satisfaction and forty minutes of me snoring’. Een paar woorden bij de riedel van zijn muzikale idee waren gauw gevonden. Of die waren er altijd al bij geweest. ‘Het had van alles kunnen zijn’, zei Richards later, ‘maar het was I can’t get no satisfaction, ik kan geen voldoening vinden’. Richards was bang dat de compositie te veel leek op Dancing In The Street van Martha And The Vandellas, maar de overige bandleden waren enthousiast.

De toon was gezet, puur, rauw, seksueel en goudeerlijk. In de dagen die volgden schreef Mick Jagger de rest van het lied, over een ik-figuur die zoekt naar authenticiteit in een wereld vol commerciële nep, als een protest tegen de consumptiemaatschappij die hij aantrof in Amerika, en dan met name in radio- en televisiereclames. Het werd het eerste nummer dat de Stones volledig op Amerikaanse bodem hebben opgenomen en geproduceerd. Op 10 mei maakten ze in de Chess Studios in Chicago een akoestische versie, met Jagger op mondharmonica. Op 11, 12 en 13 mei volgden sessies in de RCA Studios in Hollywood. Richards gebruikte een Gibson Maestro fuzzbox om de kenmerkende echo uit zijn gitaar te krijgen.

Na het studiowerk werd er gestemd over een eventuele single. Richards en Jagger stemden tegen (I Can’t Get No) Satisfaction, maar waren in de minderheid. Op 5 juni lag Satisfaction in de Amerikaanse winkels, met alle gevolgen van dien. Na zes weken stond ze op nummer 1. Jagger zei in 1995: ‘It was the song that really made the Rolling Stones, changed us from just another band into a huge, monster band. You always need one song’. Een release in Engeland werd uitgesteld tot de band terug was van de tournee om het succes te delen en vergroten. Op de B-kant van de Amerikaanse single stond The Under-Assistant West Coast Promotion Man. Hetzelfde gold voor de Nederlandse single. Op 20 augustus verscheen de Engelse persing met op de B-kant The Spider And The Fly.

Op 12 mei 1965 is de groep in de RCA studio in Hollywood om met technicus Dave Hassinger de definitieve versie van (I Can’t Get No) Satisfaction op te nemen. Ook wordt die dag de Amerikaanse B-kant The Under Assistent West Coast Promotion Man opgenomen. In Amerika wordt de single op 5 of 6 juni 1965 uitgebracht, die de eerste nummer 1 hit van de band in de States wordt. Bijna drie maanden na de Amerikaanse release wordt in Engeland op 20 augustus 1965 de single uitgebracht, daar staat The Spyder And The Fly op de B-kant, in de rest van Europa The Under Assistent West Coast Promotion Man. Dat nummer is gemaakt met een knipoog naar George Sherlock, de promotieman van London Records, die in 1964 de eerste Amerikaanse tournee van The Rolling Stones heeft begeleid. In Nederland is (I Can’t Get No) Satisfaction al op 7 augustus 1965 uitgebracht. Eén week later komt de single op de vierde plaats van de Veronica Top 40 binnen. Daarna staat hij vier weken op nummer 2 achter Help! van The Beatles. Vanaf 18 september 1965 staat (I Can’t Get No) Satisfaction vijf weken op nummer 1.

De muzikanten op (I Can’t Get No) Satisfaction zijn Mick Jagger (zang en achtergrondzang), Keith Richards (elektrische gitaren, achtergrondzang), Brian Jones (akoestische gitaar), Charlie Watts (drums), Bill Wyman (basgitaar) en Jack Nitzsche (piano, tamboerijn).

De BBC draait Satisfaction in eerste instantie niet, omdat men de tekst te (sexueel) suggestief vindt. Maar gelukkig draaien de offshore piratenzenders als Radio London, Radio Caroline en dergelijke de song veelvuldig en dat zorgt ervoor dat dit de vierde nummer 1 hit in het Verenigd Koninkrijk van de Stones wordt.

Zoals gemeld is (I Can’t Get No) Satisfaction een nummer 1 hit in zowel de States (zowel bij Billboard als bij Cashbox), het VK en ons land. Maar ook in Oostenrijk en Duitsland is dat het geval; in Frankrijk werd nummer 3 bereikt.

(I Can’t Get No) Satisfaction wordt door verschillende critici uitgeroepen tot een van de allerbeste rocksongs die ooit zijn opgenomen. In 2004 zette het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone de song op nummer 2 van zijn lijst The 500 Greatest Songs of All Time, terwijl de song in 2006 werd toegevoegd aan de Amerikaanse Library of Congress National Recording Registry.