Vandaag is het debuutalbum van Bob Dylan ‘jarig’: 55 jaar geleden kwam deze plaat op de markt. In het najaar van 1961 werd deze titelloze lp in twee sessies opgenomen, onder de productie van John Hammond, de ontdekker van Dylan en eigenaar van Columbia Records. Een doorslaand succes was dit album nog niet, dat succes kwam pas met de opvolger The Freewheelin’ Bob Dylan. Desalniettemin werd ‘Bob Dylan’ over het algemeen positief ontvangen door recensenten.

Eind jaren zestig verliet Robert Allen Zimmerman de universiteit van Minneapolis, waar hij Letteren studeerde. Na één semester vond hij het wel genoeg en vertrok al liftend naar New York City. Hij had een dubbele missie aldaar: de jonge Bob wilde zijn idool Woody Guthrie bezoeken. En hij wilde het in de metropool gaan maken als (folk-)artiest.

Die eerste opdracht lukte vrij eenvoudig. De andere opgave bleek een lastiger onderneming te zijn. Onder wisselende pseudoniemen (zoals Elston Gunnn en Blind Boy Grunt) en voor erg weinig geld speelde de jonge gitarist in talloze cafés in Greenwich Village. Langzamerhand werd het alter ego ‘Bob Dylan’ meer en meer de nieuwe naam van de Zimmerman uit Minnesota. Onder deze naam kreeg hij een recensie in september 1961 in The New York Times, van muziekredacteur Robert Shelton.

Deze recensie zorgde er bij John Hammond voor dat hij deze Dylan een platencontract aanbod. De grote baas van Columbia Records, die een belangrijke ‘talent-scout’ was op het gebied van de folkmuziek, tekende zelf voor de productie. De muziek werd opgenomen in twee sessies, op 20 (7 nummers) en 22 (6 nummers) november 1961 in de Columbia-studio’s aan Seventh Avenue in Manhattan. Dertien nummers werden opgenomen, waarvan er twee zelfgeschreven waren: Talkin’ New York en Song To Woody.

Of nou ja, zelf geschreven? Wie thuis is in de folkmuziek, hoort zowel melodieën als teksten voorbij komen die ook al in andere nummers van andere artiesten te horen zijn. Zo gaat dat in de folkmuziek, een kwestie van leentjebuur. Slechts 50.000 exemplaren werden die eerste maand verkocht van ‘Bob Dylan’: “Hammond’s folly” (Hammond’s dwaasheid), werd wel gezegd. De ruige stem van Dylan deed meer denken aan dat van zwarte Amerikaanse blueszangers dan de gepolijste variant van folkartiesten.

Desondanks behield Hammond zijn vertrouwen in de jonge artiest. Een maand na de release van het debuut van Dylan, begon de zanger met de opnames van een vervolgalbum, The Freewheelin’ Bob Dylan. Hierop is veel eigen materiaal te horen, slechts één song is een cover. Met dát nieuwe album brak de zanger wel door. Maar met ‘Bob Dylan’ zette Bob Dylan zijn eerste stappen in deze wonderlijke wereld