Vandaag is het 62 jaar geleden dat gitarist/componist/kunstschilder Ad van den Berg in Den Haag werd geboren als Adrian van den Berg, al maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand daar abusievelijk Adriaan van. In ons land wordt hij al tientallen jaren Adje genoemd, ondanks zijn lengte van 1 meter 98… Internationaal kent men hem meestal als Adrian Vandenberg, vooral sinds hij toetrad tot de band van David Coverdale: Whitesnake.

Adje werd dus geboren in Den Haag, de familie verhuisde op zijn vijfde naar Rotterdam en vervolgens op zijn veertiende naar Enschede. Hier begon hij de rockband Mother Of Pearl. Op zijn achttiende werd hij lid van Jaap Dekkers Boogie & Blues band.

Teaser
In 1977 richtte hij de bluesy rockband Teaser op, die gemodelleerd was naar Free en Bad Company, vooral ook door het stemgeluid en de podiumpresentatie van zanger Jos Veldhuizen (later in Flavium), die veel weg hadden van die van Paul Rodgers. In diezelfde tijd begon hij aan zijn studie aan de kunstacademie in Arnhem.

Teaser nam in 1978 het debuutalbum Teaser op, dat op het Engelse Vertigo label verscheen. De band nam ook enkele singles op, waarvan Do It To Me vrij succesvol werd mede doordat dj Alfred Lagarde deze grijs draaide in zijn hardrockprogramma Het Betonuur op popzender Hilversum 3. De band trad veel op in Nederland, België en Duitsland en toerde onder meer met AC/DC en Frankie Miller. In 1981 werd Ad uitgenodigd om auditie te doen bij Thin Lizzy. Na een week optrekken met zanger/bassist Phil Lynott besloot hij niet tot deze band toe te treden en zijn kunstopleiding af te maken. Hij deed wel sessies bij platenopnames van diverse artiesten en toerde door Duitsland met The Pointer Sisters en Fats Domino. Ook speelde hij in diverse blues-, rock- en jazzbands; nogal veelzijdig dus.

Vandenberg
In 1980 stopte hij met Teaser en richtte hij de band Vandenberg op; deze bestond verder uit de Enschedese drummer Jos Zoomer (met wie hij ook al in Mother Of Pearl en Teaser speelde) en de Achterhoekers Bert Heerink als zanger en bassist Dick Kemper, beide uit Doetinchem afkomstig. Met slechts vijf songs op een demotape kreeg de band een contract door platenmaatschappij Atlantic aangeboden. Het debuutalbum werd opgenomen in de studio van Jimmy Page. Dit album, Vandenberg getiteld, werd – vooral dankzij de hit Burning Heart – een groot internationaal succes in de Verenigde Staten en Japan en uiteraard ook in ons land (maar pas nadat het internationale succes bekend werd).

De band toerde als special guest met onder meer Ozzy Osbourne (die Ad al na het eerste optreden aanbiedt om tot zijn band toe te treden), Rush en Kiss. De band ging ook als headliner door de Verenigde Staten toeren. Daarnaast was de band enorm populair in Japan en deed tournees en concerten in Engeland en Duitsland. David Coverdale was zo onder de indruk van Adjes gitaarspel en composities dat hij hem meerdere keren vroeg of hij bij Whitesnake wilde komen. Maar Adje wilde zich toch liever eerst bewijzen met zijn eigen band dan zomaar in een gespreid bedje te springen en sloeg het aanbod meerdere keren af.

Na twee Vandenberg-albums en wat kleinere hits bleek het plafond bereikt. Bert Heerink werd uit de band gezet vanwege wangedrag door overmatig drankgebruik en opvolger Peter Struyk bleek niet te voldoen. Adje werd daarna door A&R man John Kalodner van Geffen Records in Amerika uitgenodigd om te komen praten over een nieuw contract voor Vandenberg of om toe te treden tot Whitesnake. Geffen bood Vandenberg een nieuw contract aan, maar stelde voor om de andere bandleden te vervangen door Amerikaanse muzikanten. Na het inspelen van enkele gitaarpartijen op het nieuwe Whitesnake-album 1987 (John Sykes speelde alle andere partijen), keerde Adje terug naar Nederland. Hij besloot de band te ontbinden en tot Whitesnake toe te treden. Met Whitesnake scoorde hij in 1987 twee grote hits in de VS met de nummers Here I Go Again en Is This Love, mede door de prachtige videoclips bij deze songs.

Voordat Adje de kans kreeg om een volledig album met Whitesnake op te nemen raakte hij ernstig geblesseerd aan zijn pols. Hoewel hij aan bijna alle composities voor het album Slip Of The Tongue heeft gewerkt, werden alle gitaarpartijen ingespeeld door de dan sterk opkomende Steve Vai. Samen met Vai speelde Adje tijdens de tournee om het album te promoten, wat vaak spetterende solo’s opleverde. Na deze toer ging Vai verder met zijn solocarrière en verliet hij Whitesnake in 1990. Vervolgens ontbond David Coverdale de band en ging hij onder de naam Coverdale-Page samenwerken met Jimmy Page. Adje vormde met de overgebleven Whitesnake muzikanten, Rudy Sarzo (bas) en Tommy Aldridge (drums) de band Manic Eden. De band werd aangevuld met zanger Ron Young van Little Caesar. In 1994 verscheen het uitstekende album Manic Eden. Helaas met weinig succes en de band is dan ook snel weer ter ziele gegaan. Adje speelde ook mee op het bluesalbum van Paul Rodgers, vanaf het begin een enorme invloed van hem: een eerbetoon aan Muddy Waters.

In 1994 kwam Adje weer bij het heropgerichte Whitesnake en schreef en speelde hij mee op het album Restless Heart uit 1997. In datzelfde jaar namen David en Adje een akoestisch live-album op in Japan, Starkers In Tokyo getiteld, dat oorspronkelijk alleen in het land van de rijzende zon werd uitgebracht, maar door de grote vraag van fans algauw ook een wereldwijde release kreeg. Adje had nog steeds veel last van zijn pols en besluit in 1999 om een tijdlang te stoppen met gitaarspelen en zijn tijd en energie te besteden aan zijn andere passie: schilderen. In de loop der jaren is hij bij vrijwel alle Whitesnake-concerten in Nederland te gast, waarbij hij dan steevast meespeelt op Here I Go Again. De laatste keer tot nu toe was dat het geval bij het concert in Utrecht vorig jaar.

Schilderkunst en rechtszaken
In 1999 besloot Adje om zich weer eens met zijn schilderkunst bezig te gaan houden, zijn oorspronkelijk beroep. Tijdens zijn carrière als gitarist probeerde hij zich zoveel als de omstandigheden het toelieten met zijn tweede passie bezig te houden (de albumhoezen van Vandenberg zijn van zijn hand), maar dit kwam op het tweede plan door de hectische toerschema’s. Wel werkte hij in 2001 mee aan het televisieprogramma Starmaker, de voorloper van Idols. In totaal schreef hij hiervoor vijf nummers, waaronder twee hitsingles. Ook componeerde hij muziek voor enkele documentaires van National Geographic Channel.

In 2004 kwam een dubbel-cd met het verzamelde werk van Vandenberg uit, met een nieuwe versie van Burning Heart en enkele niet eerder uitgebrachte nummers, waaronder enkele live-opnames uit Japan en de VS. Een jaar later verscheen een dvd van een liveoptreden in Japan, die eind jaren zeventig al op videoband was uitgebracht.

Sinds 2004 worden Adjes schilderijen regelmatig tentoongesteld in binnen- en buitenland en in 2005 verscheen een boek van Wim Van Der Beek over zijn kunst, getiteld Adrian Vandenberg: Inspirerende Interacties. Op 22 maart 2008 ontving Adje in Vlissingen voor zijn muzikale verdiensten de Eddy Christiani Award (tegenwoordig de Sena Guitar Award genoemd). Bij die gelegenheid trad hij, samen met Bert Heerink, voor het eerst sinds lange tijd weer op speelde enkele Vandenberg-nummers.

In 2011 doorbrak Adje de zelf verkozen muzikale stilte door het nummer A Number One uit te brengen onder de naam Vandenberg, een typische stadionrocksong, die vrijwel gelijk na het uitkomen door FC Twente geadopteerd werd als nieuw clublied. Adje voerde het nummer live uit bij de huldiging van zijn ‘home team’ en werd daarbij terzijde gestaan door zanger Jan Hoving en pianist Jan Vayne. Maar niet iedereen was daar blij mee… want in een rechtszaak met oud-zanger Bert Heerink en oud-bassist Dick Kemper (die dit aanspanden) besliste de kantonrechter eind 2011 dat Adrian van den Berg de rechtmatige naamhouder van de band is. Ook in verschillende hoger beroepzaken die Heerink en Kemper aanspanden besliste de rechter steeds in het voordeel van Adje, voor het laatst in 2014.

Vandenberg’s MoonKings
In het najaar van 2013 zocht hij nieuwe muzikanten en startte in februari 2014 de nieuwe band Vandenberg’s MoonKings, met zanger Jan Hoving, bassist Sem Christoffel en drummer Mart Nijen Es. Hij startte een tour door Europa en Japan, en bracht het album Vandenberg’s MoonKings uit, dat de Nederlandse Album Top 100 bereikte en lovende kritieken kreeg. Voor het album werd Vandenberg bekroond met de eerste Buma Rocks Export Award. Veel optredens op festivals in binnen- en buitenland (w.o. Japan) volgden. Het wachten is nu op de tweede plaat van deze uitstekende band!