Op 20 april 1993 werd het album Get A Grip van de Amerikaanse rockband Aerosmith uitgebracht op het Geffen-label. Het was de elfde studioplaat van de band en de opvolger van Pump uit 1989. Get A Grip werd een wereldwijd succes, met een verkoop van tenminste 20 miljoen exemplaren. Twee songs van het album wonnen een Grammy Award voor beste song: Living On The Edge in 1993 en Crazy in 1994.

Aerosmith had al in 1991 een lucratief contract afgesloten met platenmaatschappij Sony (op het sublabel Columbia, waar de band tussen 1973 en 1982 zijn platen uitbracht), naar verluidt voor 30 miljoen dollar en 22% van de royalties. Het enige probleem was dat het contract met Geffen nog niet afgesloten was. Vaak brengen bands in dergelijke situaties snel een verzamelaar met enkele nieuwe tracks of een live-album uit, maar Aerosmith maakte voor Geffen het best verkochte en dus meest succesvolle album uit de carrière van de band, in de vorm van Get A Grip.

Aerosmith begon in 1970 in de stad Boston in de staat Massachusetts. Het eerste album, Aerosmith getiteld, bevatte meteen een grote hit in de vorm van de single Dream On. Ook volgende albums waren, vooral in de VS, succesvol, met hitsingles als Sweet Emotion en Walk This Way. Hoewel de band ook buiten Amerika wel successen kende, was het tot in de jaren ’80 toch vooral een Amerikaanse grootheid die bij het grote publiek buiten de States vrijwel onbekend bleef. Hierin kwam verandering door de bijzondere samenwerking met rapgroep Run DMC, die Walk This Way coverde en mede door de bijbehorende videoclip werd dit in 1986 een wereldhit, die meteen de grote doorbraak en comeback van Aerosmith betekende.

In de tussenliggende jaren kampten met name zanger Steven Tyler en gitarist Joe Perry met ernstige verslavingen, waardoor Perry zelfs een paar jaar uit de band stapte. Helemaal afgekickt en vol energie begonnen de mannen met de opnames van de eerste van vier albums op het Geffen-label, daartoe aangezet door A&R-man John Kalodner. Dit was het toepasselijk getitelde Done With Mirrors uit 1985, onder productionele leiding van Ted Templeman. De comeback van de band kwam echter pas met de opvolger, Permanent Vacation uit 1987, dat werd geproduceerd door Bruce Fairbairn en waarop hits staan als Dude (Looks Like A Lady) en Rag Doll. In 1989 kwam het album Pump uit, waarop de grote hits Love In An Elevator en Janie’s Got A Gun staan.

Twee studio’s
De opnames voor Get A Grip werden over twee periodes gemaakt: in januari en februari 1992 in de A&M Studios in Los Angeles en tussen september en november 1992 in de Little Mountain Sound Studios in Vancouver, Canada. Opnieuw werd de Canadees Bruce Fairbairn aangetrokken als producer, die werd geassisteerd door de opnametechnici John Aguto, Ed Korengo, Ken Lomas, Mike Plotnikoff en David Thoener. Voor de mix was Brendan O’Brien verantwoordelijk en de mastering deed Greg Fulginiti bij Masterdisk. Omdat producer en band niet tevreden waren over de in L.A. gemaakte opnames gingen ze in de herfst naar Vancouver en daar grotendeels opnieuw te beginnen en gelukkig waren ze wel tevreden over de resultaten die daar geboekt werden. Fairbairn werkte al heel wat jaren in de Little Mountain Sound Studios, wat hij als zijn thuisbasis beschouwde. Het hoesontwerp (de foto met de koeienuier met gebrandmerkt Aerosmith-logo en gepiercete tepel) is van Hugh Syme, die we natuurlijk kennen als de vaste ontwerper van Rush. Dierenrechtenorganisaties in de VS protesteerden tegen de hoesfoto, maar de band liet weten dat het niet ging om een echte piercing en brandmerk, maar dat het computeranimaties zijn.

De bezetting van Aerosmith op Get A Grip bestond uit: Steven Tyler (leadzang, keyboards, mandoline, mondharmonica, percussie), Joe Perry (gitaar, backing zang, leadzang op Walk On Down), Brad Whitford (gitaar), Tom Hamilton (basgitaar) en Joey Kramer (drums). Met andere woorden: dezelfde bezetting als vanaf het eerste album uit 1973. Er werkten verschillende (sessie)muzikanten mee aan het album; een greep hieruit: Bruce Fairbairn en Paul Baron (trompet), Desmond Child (keyboards op Crazy), Don Henley (achtergrondzang op Amazing), Tom Keenlyside en Ian Putz (saxofoon), Lenny Kravitz (achtergrondzang op Line Up), Bob Rogers (trombone) en John Webster (keyboards).

Evenals op de voorgaande albums maakte Aerosmith ook nu weer gebruik van gerenommeerde externe songwriters, zoals Desmond Child, Jim Vallance en Tommy Shaw (Styx). In eerste instantie zou het album twaalf songs bevatten, maar omdat John Kalodner vond dat er hits ontbraken werden er extra songs opgenomen. Uiteindelijk was er teveel materiaal voor het album (dat al bijna 65 minuten duurde) en werden verschillende van die andere songs als ‘b-kantjes’ uitgebracht. Get A Grip werd, het was immers 1993, op cd uitgebracht èn op dubbel-lp. Hieronder de tracklisting van de vinylversie, al is die identiek aan de cd.

Kant A opent met het 24 seconden durende Intro (Steven Tyler, Joe Perry, Jim Vallance), wat een soort rap van Tyler is, eindigend met een fragmentje uit Walk This Way. Het album vervolgt met Eat The Rich (Tyler, Perry, Vallance) en titeltrack Get A Grip (Tyler, Perry, Vallance), Fever (Tyler, Perry) en de langste track van het album, Livin’ On The Edge (Tyler, Perry, Mark Hudson). Kant B: Flesh (Tyler, Perry, Desmond Child), Walk On Down (Perry), Shut Up And Dance (Tyler, Perry, Jack Blades, Tommy Shaw). Kant C: Cryin’ (Tyler, Perry, Taylor Rhodes), Gotta Love It (Tyler, Perry, Hudson) en Crazy (Tyler, Perry, Child). Kant D: Line Up (featuring Lenny Kravitz) (Tyler, Perry, Lenny Kravitz), Amazing (Tyler, Richard Supa) en de afsluitende instrumental Boogie Man (Tyler, Perry, Vallance). NB: op de cd-versie zitten alle veertien tracks aan elkaar vast, dus er zitten géén pauzes tussen de songs.

Er werden zes singles van het album gehaald, die ervoor zorgden dat de band in verschillende landen bijna het hele jaar door in de hitlijsten te vinden was, waarbij de videoclips (waarin een aantal keren ook Steven Tylers dochter Liv Tyler te zien was) ongetwijfeld hebben bijgedragen. Livin’ On The Edge kwam in maart 1993 uit, Eat The Rich in april, Cryin’ in oktober, Amazing in november, Shut Up And Dance kwam begin 1994 uit in het VK en Crazy in mei 1994.

Zoals gemeld was het album een wereldwijd groot succes. Nummer één op de albumlijsten werd bereikt in de Amerikaanse Billboard 200 en in Zwitserland. Nummer twee in ons land, Canada en het Verenigd Koninkrijk en nummer drie in Australië, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden. Gouden en platina onderscheidingen waren er in verschillende landen. In de VS kreeg de band zeven keer platina uitgereikt. Na de release startte de band een uitgebreide wereldtournee, die maar liefst achttien maanden duurde, van begin juni 1993 tot half december 1994, waarbij de band op 1 november 1993 Ahoy aan deed en op 2 juni 1994 het Goffertpark in Nijmegen. Het eerste deel van de tour (vooral buiten de VS) bestond uit ‘arena shows’ (à la Ahoy, zeg maar), maar omdat de grote vraag naar kaarten steeg werden het al snel stadionconcerten. Ook werden er veel festivalshows gegeven, zoals op het Monsters Of Rock Festival bij Castle Donington, Rock Werchter en Rock Torhout.