Op 1 maart 1971 werd John Deacon aangenomen als basgitarist van de Engelse band Queen. Hij was de vierde bassist van de band en werd na een bijzondere auditie aangenomen. Bijzonder, omdat hij vrijwel niets zei en ‘gewoon’ liet horen wat hij uit zijn basgitaar kon halen: hij speelde anderhalf uur lang een strakke en ingewikkelde baslijn die hij zelf had bedacht. Hierbij viel hij geen moment uit zijn ritme. Dit was voor de andere Queen-muzikanten overtuigend genoeg om hem aan te nemen. John was negentien jaar toen hij tot de band toetrad.

Zijn voorganger was de zeventienjarige Douglas ‘Bogie’ Gray, die twee optredens meespeelde, maar omdat hij volgens Freddie Mercury te veel de aandacht op zich vestigde (die aandacht moest uiteraard naar Freddie zelf uitgaan) werd hij daarna ontslagen. Eind vorig jaar was Bogie te gast op een Queen-special in het Achterhoekse Ulft, waar hij met veel Queen-fans op de foto ging.

John Richard Deacon werd op 19 augustus 1951 geboren in het Engelse Leicester. Hij was al op jonge leeftijd gek op muziek, zeker nadat hij van zijn ouders een plastic speelgoedgitaar kreeg. Hij was dertien toen hij voor het eerst de muziek van The Beatles hoorde en toen wist hij zeker dat hij gitarist wilde worden. Hij kocht zijn eerste elektrische gitaar van het geld dat hij met een krantenwijk had verdiend en begon daarna in amateurbandjes te spelen. Zijn eerste bandje heette The Opposition en daarin speelde hij slaggitaar. Hij stapte op achttienjarige leeftijd over op de basgitaar, zijn eerste was van het merk Eko.

Elektrotechniek
Hij studeerde in dezelfde periode natuurkunde en elektrotechniek aan de Hogeschool van London. Hij werkte een tijdje als elektricien en als techniekdocent op een middelbare school om in zijn levensbehoeften te voorzien. Zijn leven kreeg een ingrijpende wending toen hij in 1971 lid werd van Queen. Hij had in die tijd een relatie met een schoolvriendinnetje en zij was weer bevriend met de toenmalige vriendin van gitarist Brian May, die op dat moment naarstig op zoek was naar een nieuwe bassist. John dacht in het begin dat de band geen lang leven was beschoren en hij deed z’n baan als bassist aanvankelijk alleen voor het geld. Pas bij het derde album Sheer Heart Attack raakte hij echt onder de indruk en werd Queen ook voor hem een passie. Dit was ook de eerste Queen-plaat waarop zijn naam als (mede)componist werd vermeld. Samen met de andere drie schreef hij Stone Cold Crazy (later o.m. gecoverd door Metallica) en in zijn eentje Misfits.

Zijn technische kennis en opleiding kwam tijdens de loopbaan van Queen goed van pas voor het bouwen van versterkers en het experimenteren met apparatuur in de studio. Een van z’n uitvindingen was de Deacy Amp, een versterker waar hij octrooi voor aanvroeg en die nu veel wordt gebruikt. Brian May was de eerste die deze versterker gebruikte en dankzij deze én zijn bijzondere zelfgebouwde gitaar kwam hij aan zijn specifieke uit duizenden herkenbare gitaarsound.

John Deacon speelde bij Queen zowel in de studio als tijdens live-optredens voornamelijk met zijn Fender Precision Bass `62. Ook bespeelde hij de Music Man StingRay en de Rickenbacker 4001. Naast bas speelde hij bij Queen ook akoestische gitaar en toetsen en soms achtergrondzang, solo zong hij nooit, omdat hij van mening was dat hij dat gewoon niet goed kon, waarschijnlijk ook omdat hij dacht niet op te kunnen tegen de vocale kracht van Mercury, May en Taylor. John beschouwde zich (terecht!) als songwriter gelijkwaardig aan de andere Queen-leden. In een interview verklaarde hij dat als hij alleen maar als bassist actief zou zijn geweest, hij al snel het plezier verloren had.

Vanaf Sheer Heart Attack stond er op iedere Queen-langspeler tenminste één door John Deacon geschreven song, waarvan er verschillende de hitlijsten haalden: You’re My Best Friend, Spread Your Wings, I Want To Break Free, Another One Bites The Dust en Friends Will Be Friends, om er maar een paar te noemen. Daarnaast schreef hij ook meerdere albumtracks; voor de door velen verguisde langspeelplaat Hot Space schreef hij de song Back Chat, waarop hij ook gitaar speelde. Hij stond erop dat Brian May op deze song géén gitaarsolo speelde, omdat dit volgens hem niet paste. Halverwege de tachtiger jaren deed hij ook wat muzikale uitstapjes buiten Queen. Zo deed hij mee op de single No Turning Back van The Immortals, die op de soundtrack van de film Biggles, Adventures In Time stond. Minder bekend is dat hij ook bas speelde op het album Barcelona van Freddie Mercury en Montserrat Caballé.

Queen na Freddie Mercury
Het overlijden van Freddie raakte John diep. Hij speelde nadien nog maar drie keer samen met Brian en Roger: eerst op het Freddie Mercury Tribute Concert in Wembley Stadium in 1992, later tijdens een liefdadigheidsconcert van Roger Taylor in 1993 en tenslotte bij de opening van de (Queen-) Bejart-balletvoorstelling in Parijs, waarbij hij Elton John begeleidde – die The Show Must Go On zong. Hij werkte met de andere twee nog wel mee aan het Made In Heaven-album en als laatste aan de song No One But You (Only The Good Die Young), die op het Queen Rocks-verzamelalbum werd toegevoegd.

John was het niet eens met het besluit van Brian en Roger om met Paul Rodgers (en later met Adam Lambert) door te gaan onder de naam Queen+. Volgens hem was Queen na de dood van Freddie ten einde. Uiteindelijk gaf hij zijn beide ex-bandmaten zijn zegen, als hijzelf er maar niet bij betrokken hoefde te worden. John trok zich in 1997 helemaal terug uit de muziekwereld en eigenlijk ook uit het openbare leven. Als typische bassist was hij The Quiet One van de band en sindsdien horen we ook vrijwel nooit meer iets van of over hem. Alleen kwam er vorig jaar een video via de sociale media naar buiten, waarop te zien is dat hij door een aantal Queen-fans was ontdekt terwijl hij anoniem over straat dacht te wandelen. Het was duidelijk te zien dat hij zich absoluut niet op zijn gemak voelde!