Op 17 november 1971 wordt het album A Nod Is As Good As A Wink… To A Blind Horse van de Engelse rockband Faces uitgebracht op het Warner Brothers-label. Het is de derde langspeler van de band onder leiding van Rod Stewart en de opvolger van het in februari 1971 uitgebrachte Long Player.

Zoals in 1971 gebruikelijk was, kwam het album niet alleen uit op vinyl, maar ook op muziekcassette en 8-track. In Spaanstalige landen werd de titel vertaald: Un Gesto Es Lo Mismo Que Un Guiño… A Un Caballo Ciego. De albumopnames werden gemaakt tussen maart en september 1971 in de Olympic Studios in Londen. De productie werd gedaan door Faces en Glyn Johns.

Rod Stewart had inmiddels een zeer succesvolle solocarrière opgebouwd, met name door zijn in mei 1971 uitgebrachte album Every Picture Tells A Story en de daarop staande wereldhit Maggie May/Reason To Believe (waarbij vermeld moet worden dat de single in eerste instantie Maggie May als B-kant had). Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij daardoor niet alle songs op het album zingt; bassist Ronnie Lane is verantwoordelijk voor de leadzang in drie van de negen songs. Op Every Picture Tells A Story zijn ook de overige Faces-muzikanten te horen, allemaal op (I Know) I’m Losing You.

De muzikanten op A Nod Is As Good As A Wink… To A Blind Horse waren: Rod Stewart (leadzang, mondharmonica), Ronnie Lane (basgitaar, akoestische gitaar, percussie, leadzang op drie tracks en backing vocals op Too Bad), Ronnie Wood (lead-, slide-, akoestische en pedal steel-gitaren, backing vocals op Too Bad, mondharmonica), Ian McLagan (piano, orgel, backing vocals op Too Bad), Kenney Jones (drums, percussie) en gastmuzikant Harry Fowler (steel drums op That’s All You Need).

Kant A opent met Miss Judy’s Farm (Rod Stewart, Ronnie Wood), gevolgd door You’re So Rude (Ronnie Lane, Ian McLagan), gezongen door Ronnie Lane. Track 3 is Love Lives Here (Lane, Stewart, Wood), gevolgd door Last Orders Please, geschreven en gezongen door Ronnie Lane) en tenslotte Stay With Me (Stewart, Wood), wat een grote internationale hit werd als single. Kant B opent met Debris, geschreven en gezongen door Ronnie Lane (dit was overigens de B-kant van de single Stay With Me). Track 2 is de enige cover, Memphis Tennessee, geschreven door Chuck Berry. Hierna Too Bad en afsluiter That’s All You Need, beide geschreven door Stewart en Wood. De totale speelduur van het album is 36:28. Op de geremasterde cd uit 2015 staan twee bonustracks: Miss Judy’s Farm en Stay With Me, beide afkomstig van BBC-sessies.

De single Stay With Me bereikte in het VK nummer zes, in de VS (Billboard Hot 100) nummer zeventien en tien (Cashbox), in Canada nummer vier en in ons land was nummer vier in de Veronica Top 40 de hoogste notering. Het album kwam in 1990 in Japan en in 1993 in de rest van de wereld op cd uit en in 1995 in een geremasterde versie, allemaal op Warner Brothers Records. In 2010 kwam een geremasterde versie op 180g vinyl uit. A Nod Is As Good As A Wink… To A Blind Horse kreeg al in 1972 een gouden status in de VS.

In de eerste oplage van het album was een poster toegevoegd, waarop diverse foto’s van pillen en capsules te zien zijn, naast snapshots van bandleden en crewleden met schaars geklede en ongeklede dames, die blijkbaar tijdens een tournee gemaakt zijn. Platenmaatschappij Warner Brothers was hier niet blij mee en zorgde ervoor dat bij de volgende persing deze poster ontbrak. En dus zijn exemplaren met poster inmiddels collector’s items geworden.

Faces
De band Faces ontstond in 1969 na het uiteenvallen van Small Faces omdat zanger/gitarist Steve Marriott vertrok om Humble Pie op te richten. Hij werd vervangen door zanger Rod Stewart en gitarist Ron(nie) Wood, die beiden uit The Jeff Beck Group afkomstig waren. Hierna besloten de bandleden om de bandnaam te veranderen in Faces. De eerste langspeelplaat was First Step uit 1970 (nummer 45 in de Britse albumlijst), die evenals opvolger Long Player uit 1971 (nummer 31) matig succes kende.

Na het grote succes van A Nod Is As Good As A Wink… To A Blind Horse (nummer 2 in de albumlijst en nummer 6 in de Amerikaanse Billboard albumchart) kwam er in 1973 nog een vierde en laatste studioalbum uit, Ooh La La getiteld. Deze bereikte zelfs de eerste plaats in het VK en nummer 21 in de VS, ondanks de slechte kritieken. Omdat Rod maar weinig tijd vrijmaakte voor de opnamesessies, werd deze plaat ‘Ronnie’s album’ genoemd, omdat Ronnie Lane een groot deel van de songs had geschreven. Rod Stewart noemde het album in een interview met NME zelfs “a stinking rotten album”, wat hij overigens later weer ontkende. In 1974 kwam er nog een live-album uit, met als titel Coast To Coast: Overture And Beginners. Dit album werd onder de naam Rod Stewart/Faces uitgebracht; Ronnie Lane was inmiddels vervangen door de Japanse bassist Tetsu Yamauchi, die daarvoor in Free had gespeeld. In december 1975 stapte Ron Wood over naar The Rolling Stones en kort daarna werd Faces opgeheven.

Tijdens een concert van Rod Stewart in het Wembley Stadion in 1986 speelden de mannen voor het laatst samen tijdens de toegift; de aan MS lijdende Ronnie Lane verscheen in een rolstoel op het podium. In 2008 waren er geruchten over een reünietournee (met Rod Stewart’s bassist Conrad Korsch ter vervanging van de in 1997 overleden Ronnie Lane), maar dit ging uiteindelijk niet door. In 2010 en 2011 was er toch een reünietournee, met Mick Hucknall (Simply Red) als leadzanger en ex-Sex Pistols-lid Glen Matlock op bas. De band was op meerdere festivals te zien, zoals Bospop in 2011. Toen Small Faces/Faces werd opgenomen in de Rock And Roll Hall Of Fame in 2012 zou Rod Stewart ook meespelen, maar hij werd vanwege griep vervangen door Hucknall. Later werd alsnog een reünietournee met Rod Stewart aangekondigd voor 2014, maar in december van dat jaar overleed Ian McLagan. Vorig jaar september vond die hereniging van de overgebleven Faces (Stewart, Wood en Jones) alsnog plaats tijdens het festival Rock’n’Horsepower in Surrey, Engeland.