Op 9 juni 1941 werd Jon Lord, de voormalige toetsenist van Deep Purple, geboren in de Engelse stad Leicester, als zoon van Reginald Lord en Miriam Lord-Hudson. Zijn doopnaam is Jonathan Douglas Lord. Jon was samen met drummer Ian Paice medeoprichter van hardrockband Deep Purple in 1968 en tot in 1976 was hij een van de belangrijkste leden van deze band. In 1984 werd Purple heropgericht en tot aan zijn pensioen in 2002 bleef hij lid van de band, waarna hij werd opgevolgd door Don Airey.

Jons vader was amateursaxofonist en stimuleerde hem in zijn jeugd om muziek te maken. Vanaf zijn vijfde studeerde hij intensief op de piano, wat hem een liefde voor de klassieke muziek opleverde, iets wat in zijn latere muzikale leven steeds terugkwam. Naast piano leerde hij, volgens velen virtuoos, andere toetseninstrumenten te bespelen, zoals (met name) Hammondorgel en andere elektronische keyboards als meerdere synthesizers, zowel analoog als digitaal. Hij deed het erg goed op de middelbare school en bleef daarnaast muziek studeren. Qua klassieke muziek was hij voornamelijk beïnvloed door Johann Sebastian Bach en Edward Elgar. Ook kreeg hij interesse in middeleeuwse muziek, waarover hij ongetwijfeld later met Ritchie Blackmore praatte. Naarmate hij ouder werd ging hij zich ook met andere muziekstijlen bezig houden, zoals jazz, rock & roll en vooral blues.

In 1959 verhuisde Jon naar Londen, al bleef Leicester altijd een speciaal plekje in zijn hart houden. Hij studeerde daar aan een soortement kunstacademie, waar al snel ongeregeldheden plaatsvonden en Jon werd daarna een van de oprichters van het Drama Centre London, waaraan hij later ook afstudeerde. In Londen kwam hij al snel in contact met andere muzikanten en trad hij toe tot bands als The Bill Ashton Combo en (later) The Artwoods (met Art Wood), waarin het Hammondorgel als belangrijkste instrument in het bluesachtige repertoire werd gebruikt.

In 1967 formeerde hij de band Santa Barbera Machine Head, waarin Art Woods broer Ronnie (nu wereldberoemd als gitarist van The Rolling Stones en daarvoor van Faces). Eerder dat jaar ontmoette hij gitarist Ritchie Blackmore en later dat jaar viel hij tijdens een tournee in voor de toetsenist van The Flower Pot Men, die toen een hit hadden met Let’s Go To San Francisco. Begin 1968 formeerde Jon Lord samen met drummer Ian Paice, Ritchie Blackmore, bassist Nick Simper en zanger Rod Evans, de band Deep Purple (bekend als Mark I). Toen Simper en Evans waren vervangen door respectievelijk Roger Glover en Ian Gillan veranderde de muziekstijl in heavy rock, met naast Jons stevige orgelwerk de heavy gitaarriffs van Blackmore. Met deze Mark II-formatie kwam het grote succes van de band, met albums als In Rock, Fireball, Machine Head en Made In Japan. De rest is geschiedenis!

Het door Jon Lord gecomponeerde Concerto For Group And Orchestra (in 1969) was een van de eerste pogingen om rockmuziek en klassieke muziek te combineren. De band voerde dit lange stuk eenmalig uit samen met het Royal Philharmonic Orchestra onder leiding van de beroemde dirigent Sir Malcolm Arnold, in de Londense Royal Albert Hall op 24 september 1969, hetgeen werd opgenomen door de BBC (beeld en geluid) en werd op lp uitgebracht en bracht de band veel publiciteit.

Pas in 1999 werd dit stuk nogmaals uitgevoerd in de RAH, toen met het London Symphony Orchestra. Dit kon omdat de Nederlandse componist/Purplefan Marco de Goeij ALLE partijen van de compositie heeft herschreven; Lord was namelijk de originele ‘score’ kwijtgeraakt. Deep Purple ging hiermee op tournee, samen met een (veel goedkoper) Oost-Europees symfonieorkest en met o.m. Ronnie James Dio als gastzanger. In 1971 kwam zijn eerste soloplaat uit, Gemini Suite getiteld. Na het uiteenvallen van Deep Purple Mark 4 (met gitarist Tommy Bolin) trad hij toe tot de nieuwe band van ex-Deep Purple-zanger David Coverdale: Whitesnake. Hij speelde in deze band tot 1984.

Hierna trad hij weer toe tot het heropgerichte Deep Purple Mark II en bleef, na het definitieve vertrek van Ritchie Blackmore in 1993, tot 2002 in de band (inmiddels de Mark VII bezetting), waarna hij het rustiger aan wilde gaan doen en concentreerde zich zowel op klassieke composities als rhytm & blueswerk. Hij speelde met verschillende andere muzikanten en bracht meerdere soloalbums en liveregistraties uit. In juli 2011 werd bij hem alvleesklierkanker geconstateerd, waartegen hij een jaar vergeefs vocht, want op 16 juli 2012 overleed hij in The London Clinic. Hij werd slechts 71 jaar.