Op 25 februari 1943 werd ex-Beatle George Harrison geboren in het huis van zijn ouders op 12 Arnold Grove, Wavertree, Liverpool, Engeland. Zijn ouders waren Harold en Louise Harrison, die Ierse roots hadden. Hij had een zus, Louise, en twee broers Harry en Peter, die alle drie ouder waren dan George. Was hij niet op 29 november 2001 overleden, dan was hij vandaag 73 jaar geworden.

Tussen 1954 en 1959 ging Harrison naar het Liverpool Institute For Boys, waar bleek dat hij niet echt een getalenteerde student was en hij verliet de school zonder diploma. Hij had veel problemen met zijn leraren en stond erop om strakke jeans en lang haar (voor die tijd) te dragen, tot consternatie van zijn ouders. Rond 1950 begon George gitaar te spelen en in 1959 formeerde hij met broer Peter en een vriend, Arthur Kelly, een skifflegroep (in die tijd een populair genre), The Rebels genaamd. Zijn moeder kocht hem een gitaar voor de prijs van drie pond. Het eerste optreden van de band leverde hen tien shillings op.

Nadat hij van school was gegaan werd hij leerling technicus, maar omdat de muziek zijn grote passie was, kwam dat er niet echt van. Hij speelde in verschillende bandjes in Liverpool, tot hij in 1958 The Quarrymen ontmoette, waarin Paul McCartney speelde, een schoolvriend. Hoewel de andere muzikanten hem te jong vonden (15!) viel hij regelmatig in als hun vaste gitarist verhinderd was. Uiteindelijk werd hij volledig lid van de band, ondanks dat bandleider en –oprichter John Lennon zijn bedenkingen had.

De band werd hernoemd tot Johnny And The Moondogs en later The Silver Beetles. Tijdens hun eerste trip naar Hamburg in augustus 1960 was George nog maar 17 en dit verblijf op de roemruchte Reeperbahn bleek een flinke uitdaging voor de muzikanten en met name de jonge Harrison. De Reeperbahn was in die tijd het Hamburgse equivalent van de Amsterdamse Wallen en dit was voor de band een leerzame ervaring. Voor George als 17-jarige was leven tussen homoseksuelen, travestieten, pooiers en hoeren heel bijzonder. Maar vanwege zijn te jonge leeftijd werd hij het land uitgezet.

Toen de band in maart 1961 terugkeerde naar de Noord-Duitse havenstad waren ze inmiddels zeer ervaren muzikanten geworden. In juni van dat jaar namen ze hun eerste single op (de band was inmiddels omgedoopt tot The Beatles), als backing-groep van zanger Tony Sheridan. Ze kregen hiervoor 300 mark, maar geen royalties. In thuishaven Liverpool kwamen veel fans (die de band vaak in de plaatselijke club The Cavern zagen optreden) naar platenwinkel NEMS om te vragen naar de single. Verkoper Brian Epstein kende de band en de single niet, maar dat veranderde snel en hij werd hun manager en zorgde voor een platencontract bij het Parlophonelabel van het grote EMI. Tijdens de eerste opnamesessie probeerde producer George Martin de zenuwen van de bandleden te kalmeren. Hij zei ‘als er iets is wat jullie niet bevalt, zeg dat dan’. Harrison antwoordde daarop dat hij zich ergerde aan Martins stropdas. Dit leidde tot veel grappen.

George was de jongste van de vier Beatles en een begenadigd gitarist en songwriter, al kreeg hij door het grote aantal aangeleverde songs van Lennon en McCartney in eerste instantie niet de kans om als liedjesschrijver bekend te worden. Pas op het tweede Beatlesalbum With The Beatles uit 1963 werd zijn naam als songwriter voor het eerst genoemd, het was zijn song Don’t Bother Me. Volgens George was dit geen geweldige song. Hij was er wel van overtuigd dat hij moest doorgaan met liedjes schrijven en hoopte daar ooit goed in te worden. Toen de Beatlemania in alle hevigheid was losgebarsten waren het nog steeds Lennon en McCartney die de platen domineerden met hun composities. Volgens John Lennon was George in die tijd simpelweg niet goed genoeg als songwriter en zeker niet in vergelijking met de ervaren andere twee. Op alle volgende Beatles-albums stond minstens één Harrison-compositie (die hij ook altijd zelf zong), maar als songwriter bleef hij al die jaren in de schaduw van Lennon en McCartney staan.

George kreeg de bijnaam ‘the quiet one’ van The Beatles, wat voor een belangrijk deel kwam door de dominantie van John en Paul in vrijwel alle opzichten. Tijdens de eerste Amerikaanse tournee kreeg hij een twaalfsnarige elektrische gitaar van gitaarbouwer Rickenbacker (het 360/12 model). Het instrument werd karakteristiek voor de sound van The Beatles tussen begin en midden jaren zestig, vooral op het A Hard Day’s Night-album. Veel andere bands werden hierdoor beïnvloed, zoals The Byrds.

India
Tijdens de opnames van de film Help! raakte George geïnteresseerd in muziek uit India. Hij kreeg, evenals de andere Beatles, een boek over reïncarnatie van een Hindoe-aanhanger. Dit leidde bij hem tot een levenslange fascinatie voor veel aspecten van oosterse religie, cultuur en filosofie. Tijdens de Amerikaanse tournee in 1965 werd hij door David Crosby van The Byrds geïntroduceerd tot de muziek van Ravi Shankar. Hij raakte gefascineerd door de sitar en raakte bevriend met Shankar, die zijn sitarleraar werd. George Harrison was de eerste westerse muzikant die sitar speelde op een popplaat: op Norwegian Wood (This Bird Has Flown) van het album Rubber Soul uit 1965. Een jaar later nam hij voor het album Revolver de song Love You To op, waarop geen enkel westers instrument werd bespeeld.

Toen Revolver klaar was, ging hij met zijn vrouw Pattie op pelgrimstocht. Zij introduceerde hem tot transcendente meditatie en in 1968 reisden zij, samen met de andere Beatles en hun partners naar India om daar te studeren bij Maharishi Mahesh Yogi. De rest van de band moest al snel niets meer hebben van de volgens hen zweverige Maharishi, maar Harrison bleef geïnteresseerd in de oosterse filosofie. Hij voelde zich aangetrokken tot de  Hare Krishna-traditie.

Eind jaren zestig was hij een prima songwriter. Voor Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band schreef hij Within You Without You, waarop voornamelijk Indiase muzikanten en instrumenten te horen waren. Voor The Beatles (The White Album) schreef hij maar liefst vier songs: While My Guitar Gently Weeps (waarop vriend Eric Clapton de solo speelt), Piggies, Savoy Truffle en Long, Long, Long. Maar zijn hoogtepunt als Beatles-songwriter kwam in 1969 met het album Abbey Road. Hiervoor schreef hij Here Comes The Sun in Eric Claptons huis, omdat hij zich niet prettig voelde in het pand van Apple, wat voor hem als werk voelde en dat voelde niet goed. Nog succesvoller (en volgens velen beter) was de song Something, dat in oktober 1969 als een single werd uitgebracht. John Lennon noemde het de beste song van het album en Paul McCartney verklaarde dat dit de beste song was die George ooit had geschreven. Harrison kreeg hiervoor de prestigieuze Ivor Novello Award. Something werd gecoverd door niet de minsten: Elvis Presley, The O’Jays en Ray Charles. Frank Sinatra noemde het ‘the greatest love song ever written’.

Solo
George Harrison noemde het uiteenvallen van The Beatles een opluchting ‘we hadden dit jaren geleden al moeten doen!’ Hij gebruikte de stapel songs die hij de afgelopen jaren had geschreven als basis voor zijn soloplaat All Things Must Pass, het eerste driedubbelalbum van een popartiest. Het was een groot succes, evenals de singles My Sweet Lord en Isn’t It A Pity.

George organiseerde het eerste grote rockconcert voor een goed doel: The Concert For Bangladesh werd op 1 augustus 1971 gehouden in Madison Square Garden in New York. Aan dit concert werkten onder meer mee: Ravi Shankar, Bob Dylan, Eric Clapton, Leon Russell, Badfinger, Billy Preston en Ringo Starr. Opnamen van dit concert kwamen op een driedubbelalbum uit, wat een wereldwijd succes was.

Naast zijn solocarrière werkte George ook mee aan soloplaten van zijn vroegere collega’s. Zo speelde hij mee op Ringo Starrs hits It Don’t Come Easy en Photograph en speelde mee op John Lennons Imagine album. Ook trad hij op met Badfinger, Harry Nilsson en Billy Preston. In 1974 begon hij zijn Dark Horse-label. Hij ontmoette toen Olivia Trinidad Arias, met wie hij kort daarna een relatie begon.  Pattie was inmiddels bij vriend Eric Clapton ingetrokken, deze schreef voor haar de song Layla. Ondanks dat Clapton zijn vrouw had ingepikt bleven zij goede vrienden. In september 1978 trouwden George en Olivia, een maand na de geboorte van hun zoon Dhani.

In 1980 verscheen Harrisons autobiografie I Me Mine, die hij samen schreef met de voormalige Beatles publiciteitsman Derek Taylor. In het boek weinig nieuws over The Beatles;  de focus was vooral gericht op zijn niet-muzikale interesses, hoewel er wel teksten en foto’s uit de sixties in het boek zijn opgenomen.

George was erg bedroefd door de moord op John Lennon in december 1980. Hij veranderde de tekst van een song die hij had geschreven voor Ringo in een eerbetoon aan Lennon. Deze song kreeg als titel All Those Years Ago mee, alle drie overgebleven Beatles deden aan de opname mee en het was een flinke hit in 1981. Zijn comebackalbum Cloud Nine uit 1987, was een behoorlijk succes na enkele jaren buiten de muziekwereld. Op dit album de hitsingle Got My Mind Set On You, een coverversie van deze James Ray-song uit 1962; ook When We Was Fab staat hierop, een song met meerdere muzikale en tekstuele verwijzingen naar The Beatles, deze song schreef hij samen met Jeff Lynne. In de video hiervan zie je Ringo Starr plus een man in een walruskostuum die een linkshandige basgitaar bespeelt. Verder komen in de clip Elton John, Derek Taylor en Neil Aspinall voor.

In 1988 formeerde George de groep The Traveling Wilburys met Roy Orbison, Bob Dylan, Jeff Lynne en Tom Petty in de gelederen, nadat zij samen een b-kantje hadden opgenomen voor een volgende solosingle. Deze song was  getiteld Handle With Care. De platenmaatschappij was enthousiast over de samenwerking en deze ‘supergroep’ was geboren. Binnen twee maanden namen ze het debuutalbum op, wat al snel een groot succes was.

Naast de muziek was hij ook erg betrokken bij zijn productiemaatschappij Handmade Films. Hij financierde de Monty Python-film The Life Of Brian en komt zelfs in een scene van deze film voor. Onder de films die Handmade maakte zijn titels als Mona Lisa, Time Bandits en Shanghai Surprise. Ook was hij als verslaggever gecast in de Beatles-parodiefilm The Rutles en hij verscheen ook in een aflevering van The Simpsons.

Tussen 1994 en 1996 werkte hij samen met Paul McCartney en Ringo Starr aan het The Beatles Anthology-project. Zowel in de documentaireserie als in het boek kwam hij aan het woord. Daarnaast speelde hij mee op Free As A Bird en Real Love met de andere overlevende Beatles.

Ziekte
In augustus 1997 werd keelkanker bij George geconstateerd en daarna onderging hij bestraling en een operatie. Hij vocht eind jaren negentig tegen deze ziekte; tumoren werden uit zijn keel en long verwijderd.

Op 30 december 1999 brak een geesteszieke Michael Abram in het huis van George en Olivia in Friar Park in Henley-on-Thames. Hij stak George meerdere keren en doorboorde daarbij zijn long. George en Olivia wisten hem te overmeesteren en vast te houden tot de politie arriveerde. Harrison werd hevig getraumatiseerd door dit gebeuren, ondanks dat hij grapte dat de man ‘zeker niet voor een auditie voor The Traveling Wilburys was gekomen’. Hij trok zich vervolgens terug uit het publieke leven en zijn laatste opnamesessie was voor een nieuwe song, Horse To The Water getiteld, die in november 2001 op Jools Hollands album Small World, Big Band uitkwam.

De kanker kwam in datzelfde jaar in nog heviger mate terug en bleek uitgezaaid naar andere organen. Ondanks een agressieve behandeling kreeg hij de diagnose ‘terminaal’. Hij bracht zijn laatste maanden door met familie en naaste vrienden en werkte samen met zoon Dhani aan nieuwe songs, die in 2002 postuum werden uitgebracht op het album Brainwashed. George Harrison overleed op 29 november 2001, op 58-jarige leeftijd. Hij werd korte tijd later gecremeerd. Zijn familie meldde in een statement ‘Hij verliet deze wereld zoals hij erin leefde: bewust van God, onbevreesd voor de dood en in vrede, omgeven door familie en vrienden.’