Op 11 februari 1977 wordt het album Songs From The Wood van Jethro Tull uitgebracht, op het Chrysalis-label. Het is de tiende plaat van de Britse band onder leiding van zanger/fluitist Ian Anderson. De volledige titel van het album (staat groot op de voorkant van de hoes) is ‘Jethro Tull with kitchen, prose and gutter rhymes and divers Songs From The Wood’.

Het album betekende een vrij rigoureuze wijziging in de muziekstijl van de band en tevens de eerste van de ‘folkrock’-trilogie, de andere twee zijn Heavy Horses (1978) en Stormwatch (1979). Het was de opvolger van het album Too Old To Rock ‘n’ Roll: Too Young To Die! uit 1976. Meteen na de tournee ter promotie van dat album, in de herfst van 1976, gingen de muzikanten de studio in om de opvolger op te nemen. Hiervoor werd gebruikgemaakt van de Morgan Studios in Londen en de Maison Rouge Mobile.

De productie werd gedaan door Ian Anderson zelf, die kort daarvoor was verhuisd naar het Schotse eiland Skye en doordat hij ook productiewerk had gedaan voor folkrockband Steeleye Span, voor het album Now We Are Six uit 1974, was hij steeds meer geïnteresseerd geraakt in de Engelse en Keltische volksmuziek, die hij wilde integreren in de muziek van Jethro Tull. De muziek op het album werd en wordt vaak omschreven als folk, maar daar waren Ian Anderson en Martin Barre het niet mee eens, want folk is volgens hen Amerikaanse singer-songwritermuziek zoals die werd gemaakt door bijvoorbeeld Woody Guthrie en Pete Seeger. De muziek op Songs From The Wood laat vooral het ‘Brits-zijn’ van de band horen, aldus Anderson.

De band Jethro Tull bestond tijdens de opnames van Songs From The Wood uit de volgende muzikanten: Ian Anderson (zang, dwarsfluit, akoestische gitaar, mandoline, bekkens, fluiten), Martin Barre (elektrische gitaar, luit), John Evan (piano, orgel, synthesizers), David Palmer (piano, pijporgel, synthesizers), John Glascock (basgitaar, zang) en Barriemore Barlow (drums en diverse percussie-instrumenten). Alle songs op het album zijn geschreven door Ian Anderson, soms met hulp van Martin Barre en David Palmer.

Het album
Op de plaat staan negen songs en de totale speelduur is 41:22. Kant A opent met de titelsong Songs From The Wood, gevolgd door Jack-In-The-Green, waarop ALLE instrumenten door Ian Anderson zijn bespeeld, hierna Cup Of Wonder, Hunting Girl en Ring Out, Solstice Bells. Kant B begint met Velvet Green, gevolgd door The Whistler, de langste (8:35) song Pibroch (Cap in Hand) en afsluiter Fire At Midnight. Op de geremasterde cd-versie uit 2003 staan twee bonustracks: Beltane en een live-versie van Velvet Green.

De plaat kreeg lovende kritieken, volgens diverse recensenten was het de beste Jethro Tull langspeler sinds Living In The Past en volgens sommige sinds Thick As A Brick. Qua verkoop was het ook een succes: nummer acht was de hoogste notering op de Billboard albumlijst, nummer dertien op de Britse albumlijst en nummer acht in Denemarken. In ons land was nummer 28 de hoogste positie op de albumlijst.

Songs From The Wood werd uitgebracht op vinyl, 8-track en muziekcassette. In 1985 werd voor het eerst een cd-versie uitgebracht door Chrysalis en in 2003 kwam de geremasterde en uitgebreide versie op cd uit.