Vandaag 79 jaar geleden, op 5 december 1938 dus, werd de invloedrijke Amerikaanse zanger/gitarist/songwriter J.J. Cale geboren in Oklahoma City, Oklahoma, Verenigde Staten. Zijn geboortenaam was John Weldon Cale, J.J. Cale zijn artiestennaam, omdat hij verwarring met John Cale van The Velvet Underground wilde voorkomen.

J.J. Cale groeide op in de stad Tulsa, Oklahoma en studeerde in 1956 af aan de plaatselijke high school. Al tijdens zijn schooltijd begon hij met gitaarspelen en leerde hij veel over het opnemen van muziek. Hij had daarnaast interesse in diverse soorten van techniek; daarna ging hij in militaire dienst en werd daar opgeleid tot onderhoudstechnicus bij de luchtmacht. Hij wilde absoluut niet met wapens werken en op deze manier hoefde dat ook niet. Toen hij nog bij zijn ouders woonde, bouwde hij thuis zijn eigen opnamestudio.

Tot zijn grote voorbeelden en invloeden noemde hij vaak Chet Atkins, Les Paul en Chuck Berry. In een interview verklaarde hij dat hij probeerde hen te imiteren, maar omdat dit te moeilijk bleek, creëerde hij zijn eigen manier van gitaarspelen en zingen, met een ‘laid-back’ sound, die vaak als Tulsa Sound wordt omschreven. J.J. Cale beïnvloedde een hele generatie gitaristen, waarvan in elk geval Mark Knopfler van Dire Straits genoemd moet worden, naast bijvoorbeeld Chris Simpson van Magna Carta en Tony Joe White.

Clapton
Begin jaren ’60 verhuisde hij, net als veel andere muzikanten uit Tulsa en andere plaatsen uit de VS, naar Los Angeles. Daar probeerde hij zoveel mogelijk op te treden, zowel solo als met verschillende bands uit meerdere muziekgenres. Ook schreef hij veel songs, die hij probeerde te slijten aan andere muzikanten en bands. In 1970 kwam hij erachter dat Eric Clapton zijn compositie After Midnight had opgenomen voor zijn gelijknamige solodebuutalbum. Van diverse kanten werd hem aangeraden om zelf een plaat op te nemen, wat resulteerde in Naturally in 1972, een veelgeprezen langspeelplaat met een mix van blues, folk, rock en jazz, op zijn eigen typische manier van zingen (net na de tel) en gitaarspelen.

Gedurende de jaren ’80 werd weinig van J.J. Cale vernomen, omdat hij zich had teruggetrokken op het platteland in Californië, in een trailer zonder telefoon en contact met de buitenwereld. Overigens bleef hij nieuwe songs schrijven.

Covers
Veel van zijn composities werden gecoverd door uiteenlopende muzikanten. Eric Clapton nam naast After Midnight ook Cocaine, I’ll Make Love To You Anytime, Travelin’ Light en Hard Times voor zijn albums op. After Midnight kent nog meer coverversies, van onder meer Chet Atkins en Sergio Mendes. Cocaine werd gecoverd door de Britse hardrockband Nazareth; Call Me The Breeze door Johnny Cash, John Mayer, Dr. Hook, Waylon Jennings en Lynyrd Skynyrd; Magnolia door Deep Purple, José Feliciano, Poco, Pat Travers, Magna Carta en Tom Barman. Ook regelmatig gecoverd is Crazy Mama: door The Band, Larry Carlton en Redbone.

Met Eric Clapton raakte J.J. Cale goed bevriend en dat is vast ook de reden waarom ze regelmatig het podium deelden. In 2006 maakten ze samen het album The Road To Escondido, dat hen in 2008 een Grammy Award voor beste bluesplaat opleverde. Elf van de veertien tracks op dit album zijn door Cale geschreven. In 2004 deed Cale mee aan Eric Claptons Crossroads Festival.

Cale overleed op 26 juli 2013 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval, in een ziekenhuis in La Jolla in de staat Californië. Hij werd begraven op de Mission San Luis Rey Cemetery in Oceanside.