Op 28 november 1971 werd de langspeelplaat Deuce van de Ierse bluesrockgitarist/zanger Rory Gallagher wereldwijd uitgebracht op het Polydor-label (later, eind jaren ’70, op Chrysalis) en in de Verenigde Staten op het Atco-label. Het was zijn tweede solo-lp nadat hij in 1970 de band Taste had ontbonden en het was de opvolger van ‘selftitled’ debuutplaat Rory Gallagher, die in mei 1971 was uitgekomen. Deuce werd zowel op vinyl als op muziekcassette uitgebracht en pas in 1998 op cd.

De opnames vonden eerder in 1971 plaats in de Tangerine Studios in Londen, waarbij Rory zelf de productie voor zijn rekening nam, evenals op het debuut. De opnametechnicus was Robin Sylvester. In tegenstelling tot het vorige album, waarop hij probeerde een precieze en georganiseerde sound te creëren, wilde hij op Deuce zoveel mogelijk de live-sound van de optredens met zijn band vastleggen, iets wat hij ook nadien vaak probeerde. En eerlijk is eerlijk: het allerbest lukte hem dat op de daadwerkelijke live-albums, zoals opvolger Live In Europe (vaak genoemd als een van de beste liveplaten ooit) en Irish Tour. Zijn band bestond in 1971 uit bassist Gerry McAvoy (die een groot gedeelte van Rory’s carrière deze functie bekleedde) en drummer/percussionist Wilgar Campbell, die samen een prima ritmesectie vormden voor Rory. Om die eerder genoemde live-feel te bereiken gingen de drie muzikanten vaak kort voor of na een live-optreden snel de studio in om dan vol adrenaline songs op te nemen. Naast stevig werk staat er op Deuce bijvoorbeeld ook een akoestisch gespeelde folkachtige song met twaalfsnarige gitaar en mondharmonica (à la bluesoriginals als Sonny Terry en Brownie McGee), in de vorm van Don’t Know Where I’m Going, een song die Bob Dylan ook gemaakt zou kunnen hebben.

Het album bevat meerdere muziekstijlen, naast uiteraard blues en bluesrock, ook folk, jazz en country-blues. In verschillende teksten verwijst hij naar de in Noord-Ierland sinds 1968 weer hevig opgelaaide ‘troubles’, ofwel de bloedige conflicten tussen de katholieke (IRA) en protestantse bevolkingsgroepen, die tot veel aanslagen en moorden leidden. Alle songs op het album zijn door Rory zelf geschreven, tekst én muziek. Kant A opent met Used To Be, I’m Not Awake Yet, Don’t Know Where I’m Going, Maybe I Will en Whole Lot Of People. Kant B: In Your Town, Should’ve Learnt My Lesson, There’s A Light, Out Of My Mind en afsluiter Crest Of A Wave. De totale speelduur van het originele album is 51:41. De hoesfoto is van de beroemde rockfotograaf Mick Rock. Pas in 1998 werd Deuce op cd uitgebracht, op het Capo-label, later ook op RCA en BMG. De geremasterde cd bevat één bonustrack, Persuation. In 2012 verscheen een nieuwe geremasterde versie op cd, maar zonder bonustracks, dus zonder Persuation, op Capo, Sony Music en Legacy Records.

Het album was niet meteen een groot succes en ook de critici waren niet echt lovend. Maar in de loop van de tijd werd Deuce onder de fans steeds hoger gewaardeerd. The Smiths-gitarist Johnny Marr noemde het zelfs de plaat waardoor hij het meest beïnvloed werd. In Groot Brittannië werd de top 20 van de albumlijst bereikt, maar een week later was ‘ie alweer gezakt. Rory verklaarde in een interview dat hij daardoor wel teleurgesteld was, want hij had meer verwacht, maar het had hem niet depressief gemaakt, mede omdat er toen toch al ruim zeventienduizend exemplaren van waren verkocht. Uiteindelijk kwam zijn doorbraak met opvolgers Live In Europe (mede door de enerverende marathonconcerten die hij gaf), Blueprint en Tattoo.