De langspeelplaat Sticky Fingers van The Rolling Stones wordt op 23 april 1971 uitgebracht, als eerste op het eigen label Rolling Stones Records. Het is het negende Britse en elfde Amerikaanse studioalbum van de band en is niet alleen bekend vanwege de daarop staande songs als Brown Sugar, Wild Horses en Dead Flowers, maar vooral ook vanwege de opvallende, door Andy Warhol ontworpen, hoes van de zwarte spijkerbroek met (echte) ritssluiting, waarachter een wit onderbroekje schuilgaat.

Sticky Fingers was de opvolger van Let It Bleed uit 1969, de laatste studiolangspeler die voor Decca werd gemaakt. De productie werd gedaan door Jimmy Miller, wat hij sinds Beggars Banquet in 1968 al deed. De opnames voor het album zijn over een vrij lange periode gemaakt: 2 tot 4 december 1969 in de Muscle Shoals Sound Studio, Sheffield, Alabama, VS; in 1970: 17 februari, maart tot mei, 16 juni tot 27  juli, 17 tot 31 oktober en in januari 1971 in de Olympic Studios en Trident Studios in Londen. Met uitzondering van de opname van Sister Morphine, die begon tussen 22 en 31 maart 1969 en werd afgemaakt tussen mei en juni 1969.  De opnametechniek werd afwisselend verzorgd door Glyn Johns, Andy Johns, Chris Kimsey en Jimmy Johnson.

De line-up van de band in deze periode was: Mick Jagger-zang, percussie op Brown Sugar, slaggitaar op Sway; akoestische gitaar op Dead Flowers en Moonlight Mile; Keith Richards-slaggitaar, backing vocals, akoestische gitaar op Brown Sugar, You Gotta Move, I Got The Blues en Sister Morphine, twaalfsnarige akoestische gitaar op Wild Horses, leadgitaar op Brown Sugar, Wild Horses, het eerste deel van Can’t You Hear Me Knocking en Bitch co-leadgitaar op Dead Flowers; Mick Taylor-leadgitaar, akoestische gitaar op Wild Horses, slaggitaar op het eerste deel van Can’t You Hear Me Knocking en Bitch, slidegitaar op Sway en You Gotta Move; Bill Wyman-basgitaar, elektrische piano op You Gotta Move en Charlie Watts-drums.

Uiteraard deden ook verschillende gastmuzikanten mee. Een greep hieruit: Paul Buckmaster-strijkersarrangement op Sway en Moonlight Mile; Ry Cooder-slidegitaar op Sister Morphine; Jim Dickinson, Nicky Hopkins, Ian Stewart en Jack Nitzsche op piano; Bobby Keys-saxofoon, Jimmy Miller-percussie; Billy Preston-orgel op Can’t You Hear Me Knocking en I Got The Blues.

Sticky Fingers telt in de oorspronkelijke versie tien tracks, waarvan twaalf door Mick Jagger en Keith Richards zijn geschreven. Kant A opent met Brown Sugar, gevolgd door Sway, Wild Horses, Can’t You Hear Me Knocking en de enige cover, You Gotta Move (geschreven door Fred McDowell/Gary Davis). Kant B opent met Bitch, gevolgd door I Got The Blues, Sister Morphine (Jagger/Richards/Marianne Faithfull), Dead Flowers en tenslotte Moonlight Mile. De totale speelduur is 46:25. Van het album werden zowel Brown Sugar/Bitch als Wild Horses/Sway (alleen in de VS) op single uitgebracht. Brown Sugar was een grote hit, met de nummer 1-positie in diverse landen, zoals de VS en Nederland, bij onze westerburen was nummer 2 de hoogste plaats. Wild Horses werd in de VS een bescheiden hit, met nummer 28 als hoogste plek in de Billboard Hot 100. Bijzonder aan deze song is dat met name Keith geïnspireerd was geraakt door countryrocklegende Gram Parsons en deze bracht Wild Horses met zijn band The Flying Burrito Brothers al in april 1970 uit op het album Burrito Deluxe. Een versie die niet veel afwijkt van de Stones-uitvoering. Deze song is en wordt ook veelvuldig gecoverd, vooral tijdens liveoptredens. Enkele namen: Leon Russell, The Black Crowes, Elvis Costello, Debby Harry, Jewel, Molly Hatchett, Melanie, Sheryl Crow, Deacon Blue, Richard Marx en Willie Nelson.

De hoes
Het idee van de hoes is dus van Andy Warhol. De (door hem bewerkte) foto van een mannelijk (te zien aan de bobbel links) model in zwarte spijkerbroek is gemaakt door fotograaf Billy Name en ontworpen door Craig Braun. Het fotomodel schijnt ene Joe Dallesandro te zijn, althans dat beweert hij zelf. Het schijnt verder dat Warhol een paar Polaroidfoto’s van zijn toenmalige vriendje naar Billy Name heeft gestuurd met de opdracht om zijn wensen kracht bij te zetten. In Spanje (onder de dictatuur van generaal Franco) mocht deze hoes niet gebruikt worden. In plaats daarvan werd een foto gebruikt van een open blik met daaruit stekende kleverige vingers, ontworpen door John Pasche en Phil Jude. Pasche is ook de originele ontwerper van het tong-en-mond logo dat The Rolling Stones sinds 1971 als merk gebruikt. De Russische uitgave heeft op de hoes een blauwe spijkerbroek, met de titel en bandnaam in het Cyrillische lettertype, het model dat voor deze foto is gebruikt is overduidelijk vrouwelijk. In de gesp van de broekriem zijn de hamer en sikkel van het Sovjet-Russische Rode Leger verwerkt.

Het album kwam in 1986 voor het eerst op cd uit, sindsdien zijn er meerdere heruitgaven geweest, zoals in 2015 de geremasterde versie met een Deluxe uitgave, met op de tweede disc alternatieve en live-versies (The Roundhouse, 1971) van de songs, zoals Brown Sugar met Eric Clapton als gast. Op de Superdeluxe editie staan op de derde disc dertien live in de Leeds University opgenomen versies van grotendeels andere songs. In die box-uitgave ook een dvd plus boek. Uiteraard is het album ook opnieuw op 180 grams vinyl uitgebracht.

Het album kreeg uitstekende recensies en werd een groot verkoopsucces. De nummer 1-positie op de albumlijsten werd bereikt in onder andere het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten (Billboard 200), West-Duitsland, Australië, Canada, Nederland, Noorwegen en Spanje. In de VS werd 3x platina bereikt, voor de verkoop van minstens 3 miljoen exemplaren.