Jim Morrison zou dit weekend 69 geworden zijn als hij op 3 juli 1971 niet overleden was. De rebelse, compleet unieke frontman van The Doors blijft decennia na zijn dood een inspiratie voor talloze jonge bands, maar ‘The Lizard King’ was te uniek om te evenaren. Wát een stem, wát een persoonlijkheid, wát een songs. The Crystal Ship, Love Me Two Times, Five To One, Love Street, Roadhouse Blues, Love Her Madly… Ook al heeft Morrison slechts een klein aantal albums achtergelaten, toch paste een groot aantal klassiekers niet in ons lijstje van de tien allerbeste Doors-krakers. Hier onze beste poging:

10. Touch Me
Van de zes studioalbums die The Doors uitbracht toen Jim Morrison nog leefde, wordt The Soft Parade (1969) vaak genoemd als het minst indrukwekkende werk. Toch staat er genoeg moois op dit album, zoals de veelzijdige titeltrack en de dynamische single Touch Me, opnieuw een grote hit voor de band. In een memorabele scene uit de vaak – deels terecht – bekritiseerde Oliver Stone-film The Doors (1991) zingt een dronken Morrison (briljant vertolkt door Val Kilmer): “Come on, come on, come on, now suck me, baby.” Of deze scene echt gebaseerd is op waarheid, valt echter te betwijfelen.

9. The Unknown Soldier
Een van de beroemdste concertfragmenten van The Doors is te vinden op de recent uitgebrachte dvd Live At The Bowl ’68 (aanrader!). In deze concertfilm laat Morrison zich op het podium vallen tijdens een uitvoering van The Unknown Soldier, nadat gitarist Robby Krieger zijn gitaar als een geweer op hem richt en drummer John Densmore een geweerschot nabootst. De originele versie staat op de lp Waiting For The Sun (1968).

8. People Are Strange
Niet geheel onbegrijpelijk dat Strange Days (1967) als een lichte teleurstelling werd gezien na het historische debuut. Tegenwoordig heeft de plaat terecht de status van een klassieker. Er werden twee hitsingles van de plaat getrokken: Love Me Two Times en People Are Strange, waarvan de laatstgenoemde het meeste succes kreeg. Zoals meer nummers van The Doors is ook deze track zelden goed gecoverd. Echo & The Bunnymen nam een cover op met Ray Manzarek als producer.

7. Waiting For The Sun
Met het vijfde studioalbum van de band, Morrison Hotel (1970), nam The Doors een behoorlijke revanche na het niet bijzonder constante The Soft Parade. Verdeeld in twee plaatkanten met elk een eigen titel (Hard Rock Café en Morrison Hotel), bevat vooral de eerste helft enkele van de beste songs van de band, zoals Roadhouse Blues, Peace Frog, You Make Me Real en dus Waiting For The Sun, met een schitterende afwisseling van breekbare en stevige momenten.

6. When The Music’s Over
De studioversie van When The Music’s Over bezorgde Strange Days (1967) al een meesterlijke climax, maar live kwam het epos nog meer tot zijn recht. Zo is een prachtig moment op de live klassieker Absolutely Live (1970) het gedeelte van When The Music’s Over waarin Jim Morrison tegen zijn publiek schreeuwt: “Shut Up!”

5. L.A. Woman
Na de dood van Jim Morrison (‘Mr. Mojo Risin’’) gingen Manzarek, Densmore en Krieger met z’n drieën verder als The Doors en maakten ze twee erg middelmatige platen (Other Voices en Full Circle). Liever beschouwen we L.A. Woman (1971) als het laatste échte Doors-album. En wat voor een! Mede dankzij deze bluesy titeltrack was het zesde album misschien wel het beste sinds het debuut.

4. Break On Through (To The Other Side)
Hoewel niet heel succesvol als single, behoort Break On Through – een van de krachtigste openingsnummers aller tijden – toch tot de grootste Doors-classics. Zo is het lied terecht een van de vijfendertig legendarische Amerikaanse pop- en rocksongs op de soundtrack van de filmhit Forrest Gump (1994). Op nieuwe uitgaven van het album The Doors (1967) en compilaties zingt Morrison gewoon “She gets high”, maar dat laatste woord was destijds te heftig en werd zodoende weggelaten (zelfs op de eerste cd-versies van de plaat).

3. Light My Fire
Weinig orgelintro’s zijn zo legendarisch als die van Ray Manzarek in deze Doors-kraker, grotendeels geschreven door gitarist Robby Krieger. De doorbraakhit zorgde voor opschudding toen Morrison het niet laten kon om tóch de regel “Girl we couldn’t get much higher” te zingen in de Ed Sullivan Show. Verder hoeven we niet in te gaan op die bijzonder uitgekauwde anekdote, aangezien iedereen met ook maar een beetje interesse in The Doors deze waarschijnlijk uitentreuren heeft gehoord en gezien.

2. Riders On The Storm
Het jazzy spel van Manzarek en Densmore in combinatie met Morrisons onheilspellende tekst en mysterieuze zang maken van Riders On The Storm een van de meest zinderende tracks uit het kleine, maar rijke oeuvre van The Doors. Riders On The Storm was, net als The Doors Of The 21st Century ook tijdelijk de naam waaronder Manzarek en Krieger in latere jaren toerden met het oude Doors-materiaal. Tegenwoordig toeren zij gewoon als Ray Manzarek & Robby Krieger Of The Doors.

1. The End
Dit even briljante als controversiële epos waarmee het titelloze debuut afsluit, is natuurlijk alleen al onsterfelijk dankzij het gebruik in de magistrale openingsscene van Francis Ford Coppola’s filmklassieker Apocalypse Now (1979). De track komt ook terug aan ‘the end’ van de film, tijdens de laatste confrontatie met de duistere Kurtz (Marlon Brando). The End schreef dus ook filmgeschiedenis, alleen maar passend bij de ultieme Doors-song. Een opvallende cover is overigens die van cultzangeres Nico, met wie Morrison ooit een verhouding had, te vinden op het album The End… (1974).