Op de foto hierboven herkennen we natuurlijk Peter Gabriel, de vandaag 64 geworden ex-zanger van Genesis – hoewel hij bij het grote publiek misschien nog wel bekender is van zijn uiterst succesvolle soloplaten. Vanwege de hoge kwaliteit van daarvan, verdient Gabriel een plek in onze lijst met de beste solocarrières. Uiteraard gaat het in deze top 10 om artiesten die eerder bij een succesvolle of belangrijke band hebben gezeten.

Jeff Beck

The Yardbirds was er mede verantwoordelijk voor dat gitaristen Eric Clapton, Jimmy Page en Jeff Beck in de loop van de jaren zestig gevestigde namen werden. Na zijn vertrek richtte laatstgenoemde zijn eigen Jeff Beck Group op, met o.a. de latere Faces Rod Stewart en Ron Wood. Halverwege de jaren zeventig koos de meestergitarist een nieuwe richting met het volledig instrumentale fusionalbum Blow By Blow, geproduceerd door George Martin. Sindsdien verschenen bijna alleen maar goede platen onder Becks naam en zijn dit jaar verwachtte nieuwe release is dan ook iets om naar uit te kijken. Daarnaast is hij als sessiegitarist nadrukkelijk aanwezig op onder meer Amused To Death van Roger Waters, een andere rocker met een uitstekende solocarrière.

Eric Clapton

Zoals hierboven al vermeld, was The Yardbirds ook voor Eric Clapton de eerste succesvolle band. Nadat hij bij John Mayall & The Bluesbreakers de status van ‘God’ kreeg, deel uitmaakte van het zeer invloedrijke powertrio Cream en nog een kort bestaande supergroep oprichtte (Blind Faith), verscheen in 1970 zijn eerste soloplaat. Deze werd echter overschaduwd door de klassieker Layla And Other Assorted Love Songs van zijn band Derek & The Dominos. Claptons solocarrière kreeg een uitstekend vervolg toen 461 Ocean Boulevard in 1974 uitkwam. De afgelopen jaren zijn de platen lang niet meer zo spannend als toen, maar zijn discografie kent genoeg hoogtepunten om ‘Slowhand’ in dit lijstje op te nemen.

Peter Gabriel

Zijn ex-collega Steve Hackett had dit lijstje ook kunnen halen met zijn vele schitterende soloplaten, maar het werk van Peter Gabriel na Genesis is natuurlijk van een heel andere orde. Van zijn in 1977 uitgebrachte debuut werd de hitsingle Solsbury Hill getrokken en de ook simpelweg ‘Peter Gabriel’ getitelde derde en vierde solo-lp’s waren ronduit meesterlijk. De zanger werd pas echt een ster toen in 1986 het nummer 1-album So verscheen, zonder twijfel een van de meest tijdloze langspelers uit een door velen liever snel vergeten decennium. Tel daarbij op Gabriels voorbeeldige soundtrack voor Martin Scorsese’s The Last Temptation Of Christ (Passion, 1989), zijn spectaculaire liveshows en een sterk later album als Up (2002), en je hebt een uitzonderlijk glansrijke solocarrière.

John Lennon

Van zijn reguliere soloalbums zijn eigenlijk alleen John Lennon/Plastic Ono Band (1970) en Imagine (1971) echt essentieel. Maar koop een willekeurige Lennon-verzamelaar en je komt er snel achter dat de ex-Beatle tot zijn dood goede muziek heeft gemaakt. De beste daarvan is misschien wel Working Class Hero: The Definitive Lennon (2006), waarop vrijwel al zijn belangrijke hits en albumtracks zijn samengebracht. George Harrison en Paul McCartney mogen dan meer muziek (en vooral meer uitstekende albums) hebben gemaakt, dergelijke compilaties van hun solowerk zijn toch net wat minder spectaculair dan het beste van Lennon.

Paul McCartney

De carrière van Paul McCartney na The Beatles mag echter niet in deze lijst ontbreken. De compilatie Wingspan (2001) geeft een aardig beeld van zijn werk als soloartiest en met Wings tot dan toe, maar ondanks enkele missers is de zeer productieve zanger en liedschrijver nog steeds in topvorm. Dat bewees hij vorig jaar met een van de beste albums van 2013: New. Het acht jaar eerder verschenen Chaos And Creation In The Backyard vinden veel fans zelfs zijn beste plaat sinds Band On The Run (1973). Iemand die zo ver in zijn carrière nog steeds met zulk werk kan komen, verdient een diepe buiging.

Van Morrison

Mensen die het werk van Van Morrison slechts oppervlakkig verkend hebben, weten mogelijk niet eens dat de Ier ooit bij de bluesrockband Them zat – terwijl hij in die periode een van zijn grootste klassiekers uitbracht (Gloria). Maar uiteraard timmert ‘Van The Man’ al bijna vijftig jaar aan de weg als soloartiest. In 1967 brak hij door met een van de ultieme sixtiessongs (Brown Eyed Girl) en verbijsterde hij critici met het gedurfde Astral Weeks (1968). Diverse genres werden omarmd, maar zijn discografie kent in tegenstelling tot een generatiegenoot als Bob Dylan geen echte dieptepunten. Ook zijn meest recente plaat, Born To Sing: No Plan B (2012), is er weer een om te koesteren.

Ozzy Osbourne

Terwijl zijn voormalige collega’s van Black Sabbath de jaren tachtig goed begonnen met Ronnie James Dio, liet ook diens voorganger Ozzy Osbourne zich niet uit het veld slaan. Deels dankzij het ongelooflijke gitaartalent van de jonge Randy Rhoads lieten het debuut Blizzard Of Ozz (1980) en de opvolger Diary Of A Madman (1981) een zeer geïnspireerde Ozzy horen. Ook na de tragische dood van Rhoads bleef de zanger een topact. Zo sprak hij met albums als No More Tears (1991) een nieuwe generatie metalfans aan en wist Osbourne zelfs in het nieuwe millennium nog een hit te scoren met de ballad Dreamer.

Lou Reed

Er zullen vast mensen zijn die het niet eens zijn met de toevoeging van Lou Reed aan deze lijst. De vorig jaar overleden rocker zou namelijk ook veel rotzooi hebben gemaakt in zijn solocarrière na The Velvet Underground. Eigenlijk valt dat behoorlijk mee. Naast albumklassiekers als Transformer (1972), Berlin (1973) en New York (1989) zijn er namelijk ook minder bekende Lou Reed-platen die nogal onderschat worden – zoals The Bells (1979) en Legendary Hearts (1983). Natuurlijk kun je titels als Mistrial en Lulu (de samenwerking met Metallica) nog steeds beter laten liggen, maar al met al is Reeds solo-oeuvre fascinerend en indrukwekkend genoeg voor deze lijst.

Neil Young

Na het uiteenvallen van Buffalo Springfield probeerde Neil Young het al op eigen houtje – in eerste instantie niet met overweldigende verkoopcijfers als resultaat. Pas nadat hij zich aansloot bij Crosby, Stills & Nash groeide de enige Canadees van het viertal uit tot een ster. Alle leden brachten aanvankelijk succesvolle soloplaten uit, maar met de nummer 1-lp Harvest (1972) overtrof Young zijn collega’s ruimschoots. Net als tijdgenoten Dylan en Reed heeft hij héél veel platen gemaakt, waarvan lang niet alles goed is, maar het meeste jaren zeventig-werk is door weinig rockartiesten geëvenaard.

Frank Zappa

Aangezien vroege albums als Freak Out! (1966) en We’re Only In It For The Money (1968) onder de bandnaam The Mothers Of Invention verschenen, kunnen we bij de samenstelling van deze lijst ook niet om Frank Zappa heen. Al tijdens deze Mothers-periode bracht de maffe rocker een experimenteel soloalbum uit (Lumpy Gravy), dat pas na het uiteenvallen van de band een opvolger kreeg: Hot Rats (1969). Sindsdien bleef Zappa aan de lopende band platen maken in veel verschillende stijlen, die wonderbaarlijk genoeg ook nog eens zelden teleurstelden. En laten we niet vergeten dat er zelfs na de dood van het besnorde genie nog talloze ontdekkingswaardige titels verschenen.