De term ‘supergroep’ werd de afgelopen jaren in overvloed gebruikt voor bands die de belofte uiteindelijk niet echt waar konden maken, hoeveel talent een project als Chickenfoot of Velvet Revolver ook had. Vooral in de jaren zestig en zeventig waren er echter genoeg voorbeelden van wél geslaagde samenwerkingen tussen muzikanten die al eerder bekendheid hadden gekregen bij andere bands. Én er waren formaties die achteraf gezien best wat meer waardering hadden mogen krijgen. We selecteerden de vijftien beste en vijf meest onderschatte supergroep-albums.

De vijftien beste supergroep-albums:

15. Bad Company – Straight Shooter (1975)

De populariteit en de kwaliteit van het eerste Bad Company-album waren moeilijk te overtreffen, maar de band kwam toch behoorlijk dicht in de buurt met opvolger Straight Shooter. Ditmaal staken twee songs toch net iets boven de rest uit: het verhalende Shooting Star en natuurlijk de top 10-hit Feel Like Makin’ Love. Ook openingstrack Good Lovin’ Gone Bad werd een klein hitje en Wild Fire Woman mag gerust tot de meest onderschatte obscure Bad Company-nummers gerekend worden.

14. Asia – Asia (1982)

Het eerste Asia-album was een monstersucces en zelfs de bestverkopende plaat van 1982 in Amerika. De supergroep, bestaande uit John Wetton (o.a. King Crimson), Steve Howe (Yes), Carl Palmer (ELP) en Geoff Downes (o.a. Yes), maakte veel commerciëlere muziek dan de vorige bands van de bandleden en dat leverde de extreem catchy hits Heat Of The Moment en Only Time Will Tell op. Dat zijn direct de twee beste songs op het album, maar ook onbekendere tracks als Sole Survivor en Wildest Dreams mogen er wezen. Het succes werd niet meer geëvenaard door de groep, maar de tweede lp Alpha (1983) was kwalitatief niet veel minder sterk.

13. Cream – Fresh Cream (1966)

Het trio Jack Bruce, Ginger Baker en Eric Clapton debuteerde in december 1966 met een heerlijke bluesrockplaat, waarop laatstgenoemde zijn naam als gitaargod waarmaakte in tracks als Rollin’ And Tumblin’ en Spoonful. Ook zong hij de Robert Johnson-cover Four Until Late. Fresh Cream was een meer dan prima debuut, maar de band overtrof dit niveau een jaar later ruimschoots met opvolger Disraeli Gears. De hitsingle I Feel Free stond destijds niet op de Britse versie van Fresh Cream, maar was later wel op cd-remasters te vinden.

12. Emerson, Lake & Palmer – Trilogy (1972)

Een van de betere platen van een van de belangrijkste progressieve rockbands van de jaren zeventig. Zoals de titel al enigszins verraadt, was Trilogy het derde ELP-album – tenminste, als we de live opgenomen Mussorgsky-bewerking Pictures At An Exhibition van een jaar eerder niet meerekenen. De composities zitten weer buitengewoon knap in elkaar en vooral Keith Emerson schittert met zijn virtuoze toetsenspel. Het was echter Greg Lake die de band zijn hoogst genoteerde Amerikaanse hit ooit bezorgde: het akoestische From The Beginning van dit album is de enige ELP-single die daar de top veertig haalde.

11. U.K. – U.K. (1978)

Nadat een poging van ex-King Crimson-muzikanten John Wetton en Bill Bruford om een nieuwe band met Rick Wakeman te vormen mislukte, maakte het duo plannen voor een nieuwe ‘supergroep’. Met toetsenist/violist Eddie Jobson (die Wetton nog kende uit zijn tijd bij Roxy Music) en gitaarwonder Allan Holdsworth kwam U.K. in 1978 met een fantastische debuut-lp. Het spannende In The Dead Of Night is de openingstrack van de plaat en wellicht ook het hoogtepunt.

10. Blind Faith – Blind Faith (1969)

Na het uiteenvallen van Cream vormden Eric Clapton en Ginger Baker een nieuwe ‘supergroep’ met Traffic’s Steve Winwood en Family’s Ric Grech. Het bleef slechts bij één album voor Blind Faith, maar die plaat kwam wel erg dicht in de buurt van het beste eerdere werk van deze vier rockhelden. Hoogtepunten zijn onder meer Claptons Presence Of The Lord, Winwoods Had To Cry Today en de cover Well All Right. Later toerde Clapton weer met Winwood, zoals te horen is op de heerlijke liveplaat Live From Madison Square Garden (2009).

9. Mike Bloomfield, Al Kooper, Steve Stills – Super Session (1968)

Toegegeven, het woord ‘supergroep’ is hier niet helemaal van toepassing. Mike Bloomfield (The Butterfield Blues Band), Al Kooper (Blood, Sweat & Tears) en Stephen Stills (Buffalo Springfield) vormden namelijk alleen op papier een trio. In feite was Super Session begonnen als een project van Kooper en Bloomfield, maar door een chronische slapeloosheid moest die laatste afhaken en werd Stills naar de studio gehaald om de rest in te spelen. Zo ontstond per toeval een succesplaat die de weg vrijmaakte naar andere soortgelijke ‘superjams’ – ook al zijn Bloomfield en Stills dus nergens op het album samen te horen. Verdient toch een vermelding in deze lijst.

8. Emerson, Lake & Palmer – Brain Salad Surgery (1973)

Ging de band met onder meer de titelsong van Tarkus (1971) al behoorlijk ver met bombastische, over the top progrock, op het vierde studioalbum Brain Salad Surgery deden de drie Britten er nog een schepje bovenop. Vooral in het epos Karn Evil 9, dat in totaal bijna een half uur aan vinylruimte in beslag neemt! Met uitzondering van het net iets te luchtige Benny The Bouncer mag de rest er ook wezen: Still… You Turn Me On is bijvoorbeeld een van Greg Lake’s fraaiste ballads. Er kwam een jaar later nog een alleraardigste liveplaat, maar verder wist ELP nooit meer het hoge niveau van Brain Salad Surgery te evenaren.

7. Cream – Wheels Of Fire (1968)

Deze dubbel-lp is niet helemaal een studioalbum. Op de eerste plaat van de Cream-klassieker Wheels Of Fire stond een aantal nieuwe nummers (waaronder de hit White Room), de tweede was gevuld met opnames van shows in San Francisco in maart 1968. Vooral die livenummers waren welkom, want net als enkele van de voorgenoemde acts kwam Cream juist op het podium goed tot zijn recht. De talenten van Ginger Baker, Jack Bruce en Eric Clapton werden goed uitgelicht en de versie van Crossroads groeide uit tot een klassieker. Ook het vierde (en laatste) Cream-album Goodbye werd opgebouwd uit zowel live- als studiotracks, maar dan met minder spectaculair resultaat.

6. Traveling Wilburys – Vol. 1 (1988)

Jeff Lynne nam een plaat op met George Harrison. Na een etentje met Roy Orbison gingen ze gezamenlijk naar de studio van Bob Dylan, maar Harrison moest eerst nog een gitaar ophalen bij Tom Petty. Zo werd al snel de supergroep Traveling Wilburys geboren. Hun eerste album is een plaat waar de ongedwongenheid vanaf spat en waarop met name de productie van Lynne een duidelijk stempel drukt op het geluid. Voor Dylan, Orbison en Lynne was het een eerste grote succes sinds jaren en het luidde een tijdperk vol samenwerkingen tussen de muzikanten in.

5. Emerson, Lake & Palmer – Emerson, Lake & Palmer (1970)

Vrijwel direct nadat ELP opgericht werd, bleek het trio een enorm succes. Niet gek als je bedenkt dat alle drie de heren al naam hadden gemaakt bij grote bands als The Nice (Emerson), King Crimson (Lake) en Atomic Rooster (Palmer). Daarnaast waren hun baanbrekende liveshows niet minder dan spectaculair. Maar bovenal kwam er een heleboel mooie muziek voort uit deze samenwerking. De eerste plaat uit 1970 was misschien ook wel gelijk de beste. Waar ELP op de meeste platen nog weleens uit de bocht vloog in iets té over the top composities, is hier elk nummer wonderschoon. Een daarvan, Lake’s ballad Lucky Man, werd ook gelijk een hitje voor de band.

4. Crosby, Stills & Nash – Crosby, Stills & Nash (1969)

Met hun zelden geëvenaarde meerstemmige zang werden David Crosby (The Byrds), Stephen Stills (Buffalo Springfield) en Graham Nash (The Hollies) de stemmen van de Woodstock-generatie. De ‘supergroep’ brak direct door met deze lp vol poëtische meesterstukken van Stills (Suite: Judy Blue Eyes), politiek getinte rocksongs van Crosby (Long Time Gone) en optimistische hippiedeuntjes van Nash (Marrakesh Express). Met de komst van het vierde groepslid Neil Young maakte het trio een nóg beter album (Déjà Vu, 1970), maar dit debuut is evengoed een terechte klassieker.

3. Bad Company – Bad Company (1974)

Het eerste album van Bad Company (bestaande uit Paul Rodgers en Simon Kirke van Free, Mick Ralphs van Mott The Hoople en Boz Burrell van King Crimson) behoort zonder twijfel tot de beste debuutplaten van de jaren zeventig. De lp bevat acht geweldige rocksongs, allemaal even geweldig gezongen door Paul Rodgers. De single Can’t Get Enough en de titeltrack werden twee van de grootste klassiekers van de band, terwijl het eerder door gitarist Mick Ralphs al met Mott The Hoople opgenomen Ready For Love hier nog een stuk beter klinkt dan in die eerdere versie. Bad Company was de eerste release op Led Zeppelins eigen label Swan Song en werd vooral in Amerika een enorm succes.

2. Cream – Disraeli Gears (1967)

Minder bluesy dan het debuut Fresh Cream (1966) en ook een stuk consistenter. Disraeli Gears wordt vaak gezien als het beste album uit het korte bestaan van het powertrio Cream. Sunshine Of Your Love en Strange Brew werden rockklassiekers, terwijl psychedelische invloeden interessante composities als Tales Of Brave Ulysses opleverden. Ginger Baker, Jack Bruce en Eric Clapton werden hier bijgestaan door producer Felix Pappalardi, die later zelf deel uitmaakte van een band die het ‘Amerikaanse Cream’ genoemd werd: Mountain.

1. Crosby, Stills, Nash & Young – Déjà Vu (1970)

De ‘supergroep’ Crosby, Stills & Nash werd helemáál super met de komst van Neil Young, die in 1969 ook met het trio op Woodstock stond. Hoewel de opnames van Déjà Vu veel minder plezierig waren dan die van de voorganger (toen nog zonder de Canadees), kwam het viertal met een meesterwerk – al is Young maar op de helft ervan te horen. Teach Your Children, Our House en de cover van Joni Mitchells Woodstock werden hits, maar ook veel van de andere nummers (Almost Cut My Hair, Helpless, Carry On) zijn bekend. Deja Vu stond weken op 1, maar kreeg pas 18 jaar later een opvolger.


Vijf onderschatte supergroep-albums:

5. Traveling Wilburys – Vol. 3 (1990)

Zonder de inmiddels overleden Roy Orbison leek Traveling Wilburys nooit het eerste album te kunnen evenaren. Dat gebeurde dan ook niet met het in oktober 1990 verschenen, lollig getitelde Vol. 3. Toch is deze plaat ietwat onderschat. Het spelplezier tussen de vier overgebleven Wilburys is nog steeds voelbaar in de songs. Neem Wilbury Twist, waarvan in het boekje precies wordt uitgelegd hoe je deze dans moet uitvoeren, She’s My Baby, met de ook al overleden gitaarheld Gary Moore (een goede vriend van George Harrison) en het meest pakkende lied van de plaat: Inside Out.

4. The Souther-Hillman-Furay Band – The Souther-Hillman-Furay Band (1974)

Een supergroep die duidelijk gevormd werd naar het voorbeeld van Crosby, Stills & Nash. Ook The Souther-Hillman-Furay Band had één lid van The Byrds (Chris Hillman) en één muzikant van Buffalo Springfield (Richie Furay) in de gelederen, maar dan aangevuld met singer-songwriter J.D. Souther. Die laatste is bij Eagles-fans ongetwijfeld bekend als de man die aan veel hits van die band meeschreef. Toegegeven, heel origineel is de sound van The SHF Band niet, maar er staan wel degelijk verdomd sterke songs op het eerste album, zoals Heavenly Fire van Hillman en Deep, Dark And Dreamless van Souther.

3. West, Bruce & Laing – Why Dontcha (1972)

Nog een project dat geen lang leven beschoren was: het koppelen van gitarist Leslie West en drummer Corky Laing (beiden van Mountain, dat ook wel ‘het Amerikaanse Cream’ genoemd werd) aan zanger/bassist Jack Bruce leek helemaal geen gek idee, maar die laatste keek achteraf met veel ongenoegen terug op deze periode. Aan de muziek kan het niet echt gelegen hebben, want de drie mannen maakten in ieder geval één meer dan aardige plaat. Hun debuut Why Dontcha is alleen al dankzij het door West gezongen titelnummer en Bruce’s Out Into The Fields het beluisteren waard.

2. Beck, Bogert & Appice – Beck, Bogert & Appice (1973)

Wat krijg je als je een van ’s werelds beste rockgitaristen samenbrengt met twee leden van Vanilla Fudge? Verdomd goede muziek, zo bleek. Helaas heeft het enige studioalbum dat het trio ooit uitbracht niet bepaald die status. Een van de uitschieters op de lp is de cover van Superstition, dat een jaar eerder verschenen was op Stevie Wonders lp Talking Book. Op dat album had Beck al een gastrol en de Brit zou later een van zijn bekendste opnames maken met Wonders compositie ‘Cause We’ve Ended As Lovers. Maar ook Beck, Bogert & Appice mag dus niet gemist worden door liefhebbers van zijn gitaarwerk.

1. BBM – Around The Next Dream (1994)

In 1993 vond dan eindelijk een reünie plaats die bijzonder lang op zich had laten wachten: Ginger Baker, Jack Bruce en Eric Clapton traden tijdens de inhuldiging van Cream in de Rock & Roll Hall Of Fame weer samen op. Helaas bleef het toen bij die gelegenheid. Terwijl ‘Slowhand’ weer op eigen houtje doorging, startten Baker en Bruce een nieuw project. Met Gary Moore vormden zij BBM, waarvan in 1994 het album Around The Next Dream verscheen. Het project bleek geen extreem groot succes en het trio viel al snel weer uiteen, maar deze voorbeeldige bluesrockplaat bracht toch bij vlagen de magie van Cream terug en verdient het dan ook om herontdekt te worden.