Mooie singles verschenen er toen genoeg, maar 1965 ging niet de geschiedenis in als een bijster goed albumjaar. Pop- en rock-lp’s bestonden in deze periode nog vooral uit een paar hitjes en een berg opvulnummers, maar er waren absoluut ook uitzonderingen. Enkele daarvan zijn overbekend (Rubber Soul, Highway 61 Revisited), maar een aantal is toch een beetje in de obscuriteit geraakt. In de onderstaande lijst brengen we ze weer even onder de aandacht:

10. The Pretty Things – Get The Picture?

Het nog altijd erg onderschatte The Pretty Things sloeg een andere richting in voor de latere, bekendere albums S.F. Sorrow (1968) en Parachute (1970), maar ten tijde van de tweede lp Get The Picture? maakte de Britse band nog hele goede bluesrock. De plaat verscheen nog geen jaar na het debuut en was als geheel wat consistenter dan die voorganger. Can’t Stand The Pain is absoluut een van de beste songs van Phil May en Dick Taylor. Ga vooral op zoek naar de cd-heruitgave met bonustracks, want daarop staat naast singles als Midnight To Six Man ook een korte Pretty Things-film uit 1966!

9. Them – The Angry Young Them

Ook dit debuut van Them is nogal onderbelicht gebleven en dat is toch vreemd, aangezien de zanger van deze Noord-Ierse band niemand minder dan Van Morrison was. Hij schreef zes van de veertien songs op de plaat, de rest bestaat uit prima covers van onder meer John Lee Hookers Don’t Look Back en het ook door de Stones opgenomen (Get Your Kicks On) Route 66. Twee van de ‘eigen’ nummers (Mystic Eyes en Gloria) werden klassiekers en de toetsenist op deze fijne bluesrockplaat is Peter Bardens, later bekend van de symfonische groep Camel.

8. The Paul Butterfield Blues Band – The Paul Butterfield Blues Band

Het zeer invloedrijke eerste album van het ‘Chicago blues’-gezelschap rond zanger/harmonicaspeler Paul Butterfield is misschien net niet zo goed als de wat meer experimentele opvolger East-West (1966), maar de combinatie van vurig gespeelde covers (Shake Your Money-Maker, Got My Mojo Working) en eigen songs (Screamin’, Thank You Mr. Poobah) maakt van dit debuut een van de beste blues-lp’s van de jaren zestig. Niet in de laatste plaats vanwege het heerlijke gitaarspel van Mike Bloomfield.

7. The Rolling Stones – Out Of Our Heads

De tracklists van de US- en UK-uitgaven van het derde Rolling Stones-album Out Of Our Heads verschillen wezenlijk van elkaar. Het blijft natuurlijk een kwestie van smaak, maar wij vinden de eerder verschenen Amerikaanse versie net iets beter. Naast uitstekende covers als That’s How Strong My Love Is krijg je daarop namelijk de zelfgeschreven krakers (I Can’t Get No) Satisfaction, The Last Time en Play With Fire. Heart Of Stone mis je dan wel weer, maar natuurlijk zijn er nog de talloze compilaties met singlehits van de Stones.

6. The Beatles – Help!

Help! is misschien geen meesterwerk zoals het later in 1965 uitgebrachte Rubber Soul, maar ook dit vijfde album mag natuurlijk niet in dit lijstje ontbreken. De Britse uitgave bestond voor de helft uit songs voor de gelijknamige Beatles-film en we mogen gerust stellen dat dit ook de betere plaatkant is – al bevat kant B wel onvergetelijke nummers als Yesterday en It’s Only Love. De Amerikaanse release was een complete soundtrack voor de film, inclusief instrumentale composities van Ken Thorne.

5. The Who – My Generation

Het zelfverzekerde debuut van The Who verscheen in Amerika pas in het volgende jaar onder de titel The Who Sings My Generation, maar inhoudelijk verschillende de twee versies niet heel veel van elkaar (de cover van I’m A Man werd in de Verenigde Staten ingeruild voor de track Instant Parties). Hoewel de band er zelf achteraf gezien niet heel tevreden over was, geldt My Generation als een van de betere debuutplaten van het decennium, dankzij sterke songs als The Kids Are Alright, Out In The Street en natuurlijk de titeltrack.

4. The Byrds – Mr. Tambourine Man

Ook The Byrds bracht in 1965 een debuutplaat uit en dat was een hele bijzondere, want er is simpelweg geen zwak nummer op te ontdekken – terwijl popalbums uit die tijd doorgaans een dosis ‘filler’ op de luisteraar loslieten. De band blonk dan ook uit in het coveren van andermans (vooral Bob Dylans) songs én met Gene Clark had The Byrds zelf ook een fantastische liedschrijver in huis. Zijn bijdragen, waaronder I’ll Feel A Whole Lot Better, zijn niet minder opwindend dan de covers. De tweede lp Turn! Turn! Turn! verscheen overigens in hetzelfde jaar, maar heeft dit lijstje net niet gehaald.

3. Bob Dylan – Bringing It All Back Home

De plaat waarmee Bob Dylan zijn meer folkliefhebbende fans wist af te schrikken, maar waar hij ondertussen ook een groter publiek mee bereikte. Bringing It All Back Home wordt vaak beschouwd als een van de allerbeste albums van de zanger, waarop beide kanten (folk en rock) belicht worden: van de meer gesproken dan gezongen rockhit Subterranean Homesick Blues tot de akoestische favoriet It’s All Over Now, Baby Blue. Later in het jaar kwam Dylan met een volledige rockplaat, maar daarover verderop meer.

2. The Beatles – Rubber Soul

Het eerste Beatles-album met uitsluitend zelfgeschreven songs sinds A Hard Day’s Night (1964) was meer dan de voorgangers het werk van een volwassen band. Elke plaat van de Fab Four was op zijn eigen manier invloedrijk en is inmiddels klassiek geworden, maar veel muziekliefhebbers noemen Rubber Soul het eerste meesterwerk van John, Paul, George en Ringo. Hoewel lang niet alle songs op single verschenen, is bijna elk nummer bekend: van de opzwepende opener Drive My Car en het met sitarklanken verfraaide Norwegian Wood tot een van Harrisons betere composities (If I Needed Someone) en Lennons Run For Your Life.

1. Bob Dylan – Highway 61 Revisited

Bob Dylans eerste volledig ‘elektrische’ plaat was – volgens ons – niet alleen de beste plaat van 1965 maar misschien ook wel de beste die de voorheen als folkzanger actieve Amerikaan ooit maakte. Natuurlijk is er de single Like A Rolling Stone die nog altijd keihard binnenkomt, maar ook in Ballad Of A Thin Man, Desolation Row, Just Like Tom Thumb’s Blues en Tombstone Blues bewijst Dylan zich een meesterpoëet, terwijl onder anderen toetsenist Al Kooper en gitarist Mike Bloomfield voor de onvergetelijke begeleiding zorgen. Beter kan rock & roll bijna niet worden!