1971 ging de geschiedenis in als een van de gouden jaren van de rockmuziek, ondanks enkele tragische gebeurtenissen (de dood van Jim Morrison, bijvoorbeeld). Voor genres als hardrock en progressieve rock was het een mooie tijd, waarin de ene na de andere prachtplaat verscheen. Het is dan ook bijna niet te doen om de tien beste te kiezen. Daarom onderaan dit artikel nog een lijst met eervolle vermeldingen. Welke plaat zouden jullie op 1 zetten?

10. Pink Floyd – Meddle

Hoe goed vooral de lp Atom Heart Mother (1970) ook was, in de jaren tussen het vertrek van Syd Barrett en het megasucces van The Dark Side Of The Moon was Pink Floyd duidelijk zoekende naar een nieuwe muzikale richting. Meddle wordt vaak gezien als het beste album uit deze tussenperiode, vooral vanwege het 23 minuten durende Echoes, dat een hele plaatkant in beslag neemt en een mooi voorproefje gaf van de meesterwerken die later in de jaren zeventig zouden volgen. En ook de instrumentale opener One Of These Days verdient een vermelding als een van Pink Floyds fraaiste opnames.

9. The Doors – L.A. Woman

Het zesde en laatste album dat The Doors met Jim Morrison maakte, bleek het sterkste van de band sinds het debuut en dat maakt het overlijden van de excentrieke frontman natuurlijk alleen maar tragischer. Maar L.A. Woman is een zeer waardig afscheid, alleen al vanwege het tijdloze, mysterieuze Riders On The Storm. Daarnaast werden de titelsong, Love Her Madly en The WASP uiteraard ook grote fanfavorieten. De band was ten tijde van de opnames al gestopt met optreden, maar drie decennia later voerden Robby Krieger en Ray Manzarek alsnog nummers van L.A. Woman uit – ditmaal met The Cult-frontman Ian Astbury.

8. John Lennon – Imagine

De meeste muziekliefhebbers zullen het met ons eens zijn dat de eerste twee échte soloplaten van John Lennon (de experimentele lp’s die hij in de jaren zestig met Yoko maakte dus niet meegerekend) ook veruit de beste van de ex-Beatle zijn. Welke van die twee de betere is, daar zijn de meningen dan weer over verdeeld, maar met Imagine maakte hij een meesterlijke opvolger van John Lennon/Plastic Ono Band, met onvergetelijke nummers als Jealous Guy (later ook een grote hit voor Roxy Music), het protestlied Gimme Some Truth en natuurlijk de titelsong. Die laatste was vorig jaar veel op de radio te horen na de aanslagen in Parijs.

7. David Bowie – Hunky Dory

Een van de beste albums die de begin dit jaar overleden David Bowie ons heeft nagelaten. Hunky Dory bereikte echter pas echt een groot publiek nadat de zanger met Ziggy Stardust een superster werd. Zo kwam de single Life On Mars? niet eerder dan in 1973 hoog in de Britse hitlijsten te staan. Verder bevat Bowies vierde plaat een aantal van zijn meest tijdloze songs, zoals Changes, Oh! You Pretty Things en het aandoenlijke Kooks, dat hij schreef voor zijn pasgeboren zoon Duncan Jones.

6. Black Sabbath – Master Of Reality

De derde Black Sabbath-lp was nog harder en duisterder dan de eerste twee platen (en misschien ook wel heavier dan alle latere albums met uitzondering van Dehumanizer). Mede dankzij de onverbiddelijke riffs van Tony Iommi werden songs als Children Of The Grave, Into The Void en Sweet Leaf ware metalklassiekers, die van grote invloed waren op subgenres die later in de rock/metal ontstonden. Ook mooi is het kalme Solitude, waarin Iommi de fluit speelt. Je zou het niet zeggen, maar het is toch echt Ozzy die je daar hoort zingen!

5. Yes – Fragile

Met het vertrek van toetsenist Tony Kaye en de komst van Rick Wakeman werd de klassieke, populairste Yes-lineup geboren, verder nog steeds bestaande uit Jon Anderson, Steve Howe, Bill Bruford en Chris Squire. Elk bandlid kreeg de ruimte om (individueel) te schitteren op het vierde album Fragile. Zo worden klassiekers als Roundabout – met die waanzinnige baslijn! –  en Heart Of The Sunrise afgewisseld met het akoestische gitaarstuk Mood For A Day van Howe en de Brahms-bewerking Cans And Brahms door Wakeman. En dan te bedenken dat de band een jaar later met een minstens zo goede plaat kwam: Close To The Edge.

4. Jethro Tull – Aqualung

Alleen al vanwege die briljante titelsong, met het fabuleuze gitaarspel van de immer onderschatte Martin Barre, verdient deze plaat een plek in dit lijstje. Door de lengte (ruim zes minuten) werd dat nummer geen single, maar elke classic rock-fanaat kent Aqualung van buiten. De gelijknamige langspeler werd vaak gezien als een conceptalbum, maar Anderson zelf was het daar niet mee eens. Opvolger Thick As A Brick schreef hij vervolgens als een parodie op conceptalbums. Ondanks het commerciële succes en de goede ontvangst van die opvolger blijft Aqualung de ultieme Jethro Tull-plaat.

3. The Who – Who’s Next

Na het succes van Tommy werkte Pete Townshend aan een nieuwe rockopera, Lifehouse getiteld. De gitarist worstelde een tijdje met dit project, totdat hij besloot het plan van tafel te vegen en een deel van het materiaal te gebruiken voor een ‘gewoon’ album. Het resultaat was misschien wel de beste plaat die The Who ooit gemaakt heeft (of althans, in de studio). Natuurlijk zijn er de klassiekers Baba O’Riley, Behind Blue Eyes en Won’t Get Fooled Again, maar luister ook naar de schitterend door Roger Daltrey gezongen semi-ballad Getting In Tune en het bombastische The Song Is Over, dat ooit bedoeld was als de slotsong van Lifehouse.

2. The Rolling Stones – Sticky Fingers

Het eerste album dat de Stones uitbrachten op hun eigen label, Rolling Stones Records, nadat het contract met Decca beëindigd werd. De nare nasmaak van het beruchte Altamont-optreden, waarmee de sixties op een rampzalige manier eindigden voor de band, werd definitief weggespoeld met Sticky Fingers, de beste plaat die de heren tot dan toe gemaakt hadden. Het heerlijk rauwe album, met klassiekers als Brown Sugar, Wild Horses en Dead Flowers, werd vorig jaar weer flink onder de aandacht gebracht dankzij een fraaie heruitgave.

1. Led Zeppelin – Led Zeppelin IV

Of je ‘m nu IV, ZoSo, Untitled of Four Symbols noemt, de vierde plaat van Led Zeppelin geldt als een van de meest essentiële rockalbums aller tijden. Elk nummer, van Black Dog tot en met het veelgesamplede When The Levee Breaks, is raak. En hoewel verkoopcijfers lang niet altijd iets zeggen over kwaliteit, ging Led Zeppelin IV terecht de geschiedenis in als een van de meest verkochte muziekreleases aller tijden. Dat is natuurlijk voor een deel te danken aan Stairway To Heaven, dat door de jaren heen misschien grijsgedraaid is, maar toch een van de meest geliefde rocksongs aller tijden blijft – of de gitaarriff nu gepikt is of niet.


Ook verschenen in 1971

Behalve de bovenstaande tien albums kwam er in 1971 nog veel meer moois in de schappen van de platenzaken te liggen. Met Electric Warrior van T. Rex stond Marc Bolan (samen met Bowie) aan de geboorte van de glamrock, Santana leverde een uitmuntende derde plaat af, met The Low Spark Of High Heeled Boys verscheen een van de beste Traffic-lp’s, de bluesrockers van Ten Years After maakten A Space In Time (inclusief de hit I’d Love To Change The World) en The Kinks bracht het onderschatte Muswell Hillbillies uit. Rod Stewart was zelfs te horen op twee van de beste albums van ’71: één solowerk (Every Picture Tells A Story) en één van Faces (A Nod Is As Good As A Wink… To A Bind Horse).
Rod The Mod was niet de enige zanger die na (of naast) zijn band flink scoorde. Neem Ram van Paul McCartney en vrouwlief Linda. En binnen het CSN-kamp maakten vooral David Crosby (If I Could Only Remember My Name) en Graham Nash (Songs For Beginners) indruk.
Jimi Hendrix en Janis Joplin waren in 1971 helaas niet meer in leven, maar postuum verschenen wel uitstekende lp’s van beide sixtieshelden: The Cry Of Love (Hendrix) en Pearl (Joplin).
Zoals hierboven al gezegd was het een goed jaar voor hardrockbands. Fireball behoort tot de klassieke lp’s van Deep Purple en in Amerika was Mountain goed op dreef met Nantucket Sleighride. Van Alice Cooper verschenen zelfs twee legendarische platen in één jaar (Love It To Death en Killer) en hetzelfde geldt voor Uriah Heep (Salisbury en Look At Yourself).
Laatstgenoemde band kun je ook tot de progressieve rock rekenen en dat genre vierde eveneens hoogtijdagen. Naast het al genoemde Fragile bracht Yes nog The Yes Album uit, volgens velen het eerste meesterwerk van de band. Na de komst van Phil Collins en Steve Hackett kwam ook Genesis met het eerste van meerdere klassieke albums: Nursery Cryme. Verder konden progfanaten hun spaargeld uitgeven aan puik werk van Focus (Moving Waves), ELP (Tarkus), Wishbone Ash (Pilgrimage), King Crimson (Islands), Caravan (In The Land Of Grey And Pink) en Gentle Giant (Acquiring The Taste).
Alsof dat nog niet genoeg was, brachten veel bands die later grote successen zouden boeken hun – al dan niet geslaagde – debuutalbums uit. Een greep: Thin Lizzy, ZZ Top, Little Feat, The Doobie Brothers, Nazareth, Electric Light Orchestra en REO Speedwagon!