Voor wie de seventies bewust heeft meegemaakt, zal het even slikken zijn: de platen in het onderstaande lijstje zijn dit jaar al weer vier decennia oud! 1976 was het jaar waarin bands als Eagles en Boston miljoenen platen verkochten, en nog vele andere nieuwe en oude acts met puik nieuw werk kwamen. En het was natuurlijk het jaar waarin Peter Frampton het uiterst succesvolle Frampton Comes Alive! uitbracht. Voor deze top 10 hebben we ons echter beperkt tot de studioplaten. Uiteraard zijn we zeer benieuwd naar jullie favorieten!

10. Aerosmith – Rocks

Met Toys In The Attic leverde Aerosmith een jaar eerder een van de ultieme hardrock-lp’s van de jaren zeventig af, die de band terecht de definitieve doorbraak bezorgde. In 1976 verscheen de opvolger Rocks, een zo mogelijk even goede – misschien zelfs wel betere – plaat. Een door classic rock-radiozenders grijsgedraaid nummer als Sweet Emotion of Walk This Way zat er deze keer niet bij, maar elke song op Rocks was raak: van de snoeiharde opener Back In The Saddle tot de powerballad Home Tonight. Aerosmith werd in de volgende decennia nog veel populairder, maar zo’n goed album zou de band nooit meer maken.

9. Bob Dylan – Desire

Een van Dylans meest succesvolle albums en een meer dan waardige opvolger van het meesterwerk Blood On The Tracks. Niet in de laatste plaats dankzij de aanwezigheid van de klassieker Hurricane, over bokser Rubin Carter, die drie mensen vermoord zou hebben in een bar in New Jersey en veroordeeld werd tot levenslang. Dylan geloofde in zijn onschuld en schreef een van zijn allerbeste protestsongs. Maar er staan meer adembenemende nummers op Desire. Wat te denken van het emotionele Sara (over Dylans voormalige echtgenote met die naam) of het mysterieuze One More Cup Of Coffee? Bovendien is er schitterend gebruik gemaakt van Scarlet Rivera’s vioolspel en Emmylou Harris’ achtergrondzang, waardoor dit album wellicht net wat beter te verdragen is voor mensen die moeite hebben met Bobs stemgeluid.

8. Thin Lizzy – Jailbreak

Phil Lynott en de zijnen kwamen live het beste tot hun recht en de definitieve Lizzy-plaat blijft dan ook Live And Dangerous (1978). Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de band geen fantastische studioalbums gemaakt heeft. In 1976 kwamen de Ierse rockers met twee ijzersterke lp’s: Jailbreak en Johnny The Fox. Die eerste bezorgde Thin Lizzy de eerste hit sinds Whiskey In The Jar van vier jaar daarvoor, in de vorm van The Boys Are Back In Town. Daarnaast werden ook onder meer de titeltrack, Emerald en Cowboy Song fanfavorieten, die doorgaans nóg opwindender gebracht werden tijdens concerten. Jailbreak betekende ook de welverdiende doorbraak van Thin Lizzy in de Verenigde Staten.

7. Kansas – Leftoverture

Voordat Leftoverture verscheen had Kansas al drie vrij indrukwekkende platen uitgebracht, maar op de vierde viel alles op zijn plek. Toetsenist/gitarist Kerry Livgren schreef het grootste deel van het album in zijn eentje en kwam onder meer met het heerlijk bombastische Carry On Wayward Son, de eerste echte hit van de band. De kenmerkende stem van Steve Walsh en het perfecte spel van alle betrokkenen maakten van Leftoverture een magnifieke en toegankelijke progressieve rockplaat. Het jaar daarop bereikte Kansas wereldwijd een nog groter publiek met de weinig representatieve ballad Dust In The Wind, afkomstig van de al even goede langspeler Point Of Know Return (1977).

6. Rush – 2112

Werd op het derde Rush-album Caress Of Steel al een hele plaatkant gereserveerd voor het bijna twintig minuten durende The Fountain Of Lamneth, op het meesterwerk 2112 gingen de drie virtuoze Canadezen daar nog eens overheen met het epische, sciencefictionachtige titelstuk, waarvoor drummer en tekstschrijver Neil Peart zich liet inspireren door het werk van dichteres Ayn Rand. Mede dankzij het sublieme samenspel geldt de zevendelige 2112-suite voor veel fans als het beste wat de band ooit op plaat heeft gezet. Ook de vijf kortere tracks op de tweede plaatkant zijn stuk voor stuk sterk, met het voor Rush-begrippen erg rustige Tears als hoogtepunt.

5. Boston – Boston

Het debuut van Boston behoort tot de beste rockplaten uit de jaren zeventig en dat is zeker niet alleen vanwege de hit More Than A Feeling, die je nog steeds regelmatig op de radio kunt horen. Ook de zeven andere songs, waaronder Peace Of Mind, Foreplay/Long Time en Rock & Roll Band, zitten fantastisch in elkaar en hebben de direct herkenbare Boston-sound. Helaas wisten Tom Scholz en de zijnen het succes van deze te gekke plaat nooit meer te evenaren, al zijn ook de twee opvolgers Don’t Look Back (1978) en Third Stage (1986) absoluut de moeite waard.

4. Steely Dan – The Royal Scam

Een plaat die je misschien niet (zo hoog) in dit lijstje verwacht, maar The Royal Scam heeft alles wat je van een Steely Dan-album mag verwachten: ongewone melodieën die nooit vervelen, briljant spel en gevatte, multi-interpretabele teksten. Het reggaeachtige Haitian Divorce en de schitterende opener Kid Charlemagne werden enkele van de meest geliefde composities van het duo Becker-Fagen, terwijl Don’t Take Me Alive misschien wel hun beste minder bekende nummer is. Let ook op het verbluffende gitaarwerk van de onvolprezen Larry Carlton in de twee laatstgenoemde tracks. Samen met opvolger Aja (1977) laat The Royal Scam de band op zijn creatieve hoogtepunt horen.

3. David Bowie – Station To Station

Weinig artiesten waren in de jaren zeventig zo goed op dreef als David Bowie – ondanks enkele mindere platen (covers-lp Pin Ups en Young Americans). Station To Station behoort zonder twijfel tot ’s mans beste werk. Bovendien maakten we hier voor het eerst kennis met zijn nieuwe personage The Thin White Duke (die ook genoemd wordt in de titelsong), een soort voortzetting van de rol die Bowie speelde in Nicolas Roegs cultfilm The Man Who Fell To Earth. Hoogtepunten op Station To Station zijn onder meer de prachtig gezongen cover van Wild Is The Wind en natuurlijk de onweerstaanbare hit Golden Years.

2. Rainbow – Rising

Dit jaar treedt Ritchie Blackmore weer op onder de naam Ritchie Blackmore’s Rainbow, maar dan met een volledige nieuwe bezetting. Het is helaas dan ook te laat voor een reünie van het Rainbow uit de jaren zeventig, toen de inmiddels overleden Ronnie James Dio en Cozy Powell nog deel uitmaakten van de band. Het tweede album Rising, waar zij dus ook op te horen zijn, blijft een van de meest essentiële hardrockplaten, met het ruim acht minuten durende Stargazer als prijsnummer. Daarin overtreft Dio zichzelf als zanger, laat Powell horen waarom hij tot de beste rockdrummers gerekend moet worden en speelt Blackmore een van zijn meest onvergetelijke solo’s.

1. Eagles – Hotel California

We zijn ons bewust van het feit dat er een heleboel Eagles-haters zijn, maar tegelijkertijd zijn er natuurlijk ook heel veel mensen die Hotel California als een perfecte pop/rockplaat zien. En daar zijn wij het volledig mee eens, want vrijwel elk nummer op deze legendarische en uitzonderlijk succesvolle lp is een klassieker geworden. Hotel California laat zich dan ook bijna beluisteren als een ‘greatest hits’-plaat, met naast de grijsgedraaide titelsong onder meer de hits New Kid In Town en Life In The Fast Lane. En er is de bloedmooie afsluiter The Last Resort, dat jaarlijks hoog eindigt in de Radio 2 Top 2000.


Ook verschenen in 1976

Het mag duidelijk zijn: 1976 was een uitstekend jaar voor rockmuziek. Naast de bovenstaande tien prachtplaten verschenen er een heleboel lp’s die het lijstje niet haalden maar we toch even willen vermelden. Zo kwam Heart met een droomdebuut (Dreamboat Annie), maakte de wereld voor het eerst kennis met Tom Petty & The Heartbreakers (dankzij het gelijknamige album), bereikte Boz Scaggs een groot publiek met het even gelikte als onweerstaanbare Silk Degrees en lagen de eerste twee internationale releases van AC/DC (High Voltage en Dirty Deeds Done Dirt Cheap) in de winkel.
Ondertussen was er in verschillende subgenres van de rockmuziek genoeg te beleven. Progliefhebbers konden zich verheugen op nieuw werk van Camel (Moonmadness) en Manfred Mann’s Earth Band (The Roaring Silence), alsmede het razend knappe eerste album van The Alan Parsons Project (Tales Of Mystery And Imagination). Ondertussen wist ook Genesis zich meer dan prima te redden zonder Peter Gabriel, getuige zowel A Trick Of The Tail als Wind & Wuthering.
Wat de stevigere gitaarmuziek betreft: Blue Öyster Cult brak wereldwijd door met Agents Of Fortune en de daarvan afkomstige hit (Don’t Fear) The Reaper, terwijl de beschilderde mannen van KISS zelfs twee van hun beste platen afleverden: Destroyer en Rock And Roll Over. De lp’s die Led Zeppelin en Black Sabbath dat jaar uitbrachten (respectievelijk Presence en Technical Ecstasy) werden niet heel positief ontvangen, maar zijn naar onze mening toch wat onderschat. Voor liefhebbers van de wat meer ingewikkelde gitaarmuziek dook er spannend nieuw werk op van Jeff Beck (Wired) en Frank Zappa (Zoot Allures).
Alsof dat nog niet genoeg was, werden er ook nieuwe hoofdstukken toegevoegd aan de succesverhalen van Status Quo (Blue For You), The Steve Miller Band (Fly Like An Eagle), Electric Light Orchestra (A New World Record), The Rolling Stones (Black And Blue), Queen (A Day At The Races), Jackson Browne (The Pretender), Bob Seger & The Silver Bullet Band (Night Moves), Bryan Ferry (Let’s Stick Together) en – van eigen bodem – Golden Earring (To The Hilt)!