Tegenwoordig treedt Ian Anderson onder zijn eigen naam op, maar we kennen de zanger, gitarist en fluitist natuurlijk vooral als de frontman van Jethro Tull. Op zijn 69ste verjaardag duiken wij weer even in onze platenkast, op zoek naar de mooiste albums van een van de meest veelzijdige rockbands die Groot-Brittannië ooit voortbracht. En hoewel er ook in de decennia daarna prima lp’s en cd’s van Jethro Tull verschenen, stamt het beste werk voornamelijk uit de jaren zeventig – zo blijkt uit onze top 10:

10. This Was (1968)

Op This Was waren de bluesinvloeden duidelijker aanwezig dan in het latere werk, maar de band die je bezig hoort op dit debuutalbum is onmiskenbaar Jethro Tull. Met deze lp wisten Ian Anderson en de zijnen zich al te onderscheiden, maar de nadruk lag hier nog op bluesy en jazzy rock, wat vooral te danken was aan de invloed van toenmalig gitarist Mick Abrahams. Hij is in deze songs ook als (co-)songwriter en zelfs als leadzanger actief (buiten frontman Anderson zong later verder niemand bij de band). Het resultaat was misschien niet de beste Jethro Tull-plaat, maar absoluut wel een meer dan prima debuut dankzij songs als My Sunday Feeling en Some Day The Sun Won’t Shine For You.

9. Benefit (1970)

1970 was een belangrijk jaar voor Jethro Tull. Niet alleen had de unieke band een grote hit met The Witch’s Promise en een plek op het Isle Of Wight Festival, ook verscheen het succesvolle Benefit, dat een stuk donkerder was dan de voorganger Stand Up. Benefit bevat geen hits of nummers die we tegenwoordig tot de grote Jethro Tull-klassiekers rekenen. Toch behoort het album tot het betere werk van Ian Anderson en de zijnen, dankzij een aantal ijzersterke songs – waaronder To Cry You A Song en With You There To Help Me. Wat ook opvalt, is het donkere en stevigere geluid, waarover Ian Anderson zegt in de liner notes bij de cd-remaster uit 2001: “Het was mogelijk het gevolg van mijn groeiende cynisme als gevolg van onvrede over de muziekindustrie en de commerciële druk van de platenmaatschappij.”

8. A Passion Play (1973)

De ietwat onderschatte opvolger van het alom geprezen Thick As A Brick bevatte wederom slechts twee lange nummers. Toch was A Passion Play zeker niet zomaar een herhalingsoefening. Het conceptalbum (over de reis van ene Ronnie Pilgrim in het hiernamaals) werd geschreven als een theatervoorstelling en vooral het eerste deel bevat weer een heleboel muzikale rijkdom. Het album werd echter negatief ontvangen door critici, waarop bekend werd dat Jethro Tull dan maar overwoog te stoppen met optreden (wat uiteindelijk een niet al te beste publiciteitsstunt bleek). Hoe dan ook, A Passion Play werd het tweede nummer 1-album van de band in Amerika.

7. Minstrel In The Gallery (1975)

De albums die Jethro Tull na Thick As A Brick uitbracht, werden niet onverdeeld positief ontvangen door critici. In sommige gevallen zeer onterecht. Neem Minstrel In The Gallery, dat door veel fans tot de meesterwerken van de band gerekend wordt. Ian Anderson pakte het net wat minder groots aan dan op A Passion Play (1973) en War Child (1974) en dat leverde onder meer een geniaal titelnummer op. Hierin worden akoestische delen schitterend afgewisseld met heavy stukken, waarin gitarist en co-auteur Martin Barre zijn onderschatte gitaarkunsten etaleert. Minstrel In The Gallery bleek na de release in september 1975 weer vooral in Amerika succesvol, met nummer 7 als hoogste positie in de albumcharts.

6. Songs From The Wood (1977)

Songs From The Wood was het eerste van drie folky albums die Jethro Tull uitbracht (met verder het eerder genoemde Heavy Horses en Stormwatch), en volgens veel fans was deze lp ook direct de beste van de ‘trilogie’. Daarmee sloeg de band een nieuwe richting in: de stevige rock van de matig ontvangen – maar achteraf gezien ook weer best aardige – voorganger Too Old To Rock ‘N’ Roll: Too Young To Die! (1976) maakte plaats voor sfeervolle, folkachtige muziek, al bleef Jethro Tull natuurlijk wel ‘gewoon’ een rockband. De critici waren voor het eerst in jaren ook weer eens te spreken over een lp van de groep, terwijl onder meer de titelsong, The Whistler en het kerstachtige Ring Out, Solstice Bells fanfavorieten werden.

5. Heavy Horses (1978)

Het folky Songs From The Wood was in 1977 de sterkste Jethro Tull-lp in vijf jaar. De vaak onderschatte opvolger Heavy Horses was het tweede deel in Jethro Tull’s folkrock-trilogie en opnieuw een van de beste platen uit het oeuvre. Dat Songs From The Wood en Heavy Horses deel uitmaken van dezelfde trilogie wil niet zeggen dat er geen grote verschillen zijn tussen beide platen. De teksten op Heavy Horses waren serieuzer en behandelden voornamelijk de realiteit van het leven op het platteland. De rond een memorabele gitaarriff gebouwde titeltrack is toch wel het prijsnummer van een bijzonder geïnspireerd album.

4. Live: Bursting Out (1978)

Een titel die niet vaak genoemd wordt als het gaat om de beste live-dubbelaars van de jaren zeventig (maar daar zijn dan ook ontzettend veel goede voorbeelden van) en toch verdient Live: Bursting Out zeker een plek in dergelijke lijstjes. Jethro Tull was ten tijde van de opnames op een creatief hoogtepunt en tijdens de (vaak baanbrekende) liveshows stelde de band vrijwel nooit teleur. De tracklist is dan ook een soort ‘best of’ van wat er tot dan toe verschenen was van Ian Anderson en zijn collega’s: van de hit Sweet Dream tot One Brown Mouse van Heavy Horses (zie nummer 5). Nog altijd het ultieme Jethro Tull-livedocument.

3. Stand Up (1969)

Waren het op het debuut This Was nog vooral de bluesinvloeden die de boventoon voerden, voor de opvolger Stand Up besloot Jethro Tull meer stijlen uit te proberen. Het resultaat was het eerste nummer 1-album van de eigenzinnige band. Ian Anderson heeft in meerdere interview aangegeven dat Stand Up het eerste échte Jethro Tull-werk is, hoewel sommige tracks – opener A New Day Yesterday is er een van – niet hadden misstaan op This Was. Ondanks de verscheidenheid aan invloeden liet Stand Up echter nog wat meer de unieke bandsound horen, zoals in de bewerking van Bachs Bourée, de eerste en grootste hit die Jethro Tull in Nederland had.

2. Thick As A Brick (1972)

In de ogen van critici was Jethro Tulls voorgaande lp Aqualung een conceptplaat, maar daar was frontman Ian Anderson het toch niet mee eens. Dus maakte de zanger/fluitist een parodie op conceptalbums. Het resultaat was het in de beroemde krantenhoes verpakte Thick As A Brick, dat zogenaamd een muzikale bewerking was van een gedicht van de achtjarige Gerald Bostock – een fictief personage. De plaat bleek een enorm succes en in Amerika behaalde de lp zelfs de bovenste positie in de albumlijst. In 2012 kwam Anderson overigens met een vervolg op Thick As A Brick (TAAB2: Whatever Happened To Gerald Bostock?), dat hij onder eigen naam uitbracht.

1. Aqualung (1971)

Alleen al vanwege die briljante titelsong, met het fabuleuze gitaarspel van de immer onderschatte Martin Barre, verdient deze plaat een plek in dit lijstje. Door de lengte (ruim zes minuten) werd dat nummer geen single, maar elke classic rock-fanaat kent Aqualung van buiten. De gelijknamige langspeler werd vaak gezien als een conceptalbum, maar Anderson zelf was het daar niet mee eens. Opvolger Thick As A Brick schreef hij vervolgens als een parodie op conceptalbums. Ondanks het commerciële succes en de goede ontvangst van die opvolger blijft Aqualung de ultieme Jethro Tull-plaat.