Er zijn door de jaren heen verschillende uitstekende compilaties van The Who verschenen, maar daar heb je echt niet genoeg aan. Zeker vijf van de reguliere studio- en live-albums van de band zijn essentiële rockklassiekers. En voor wie net een beetje dieper wil graven, staan er op alle overige langspelers wel een paar minder bekende pareltjes. We zetten de tien beste albums op een rijtje.

10. Endless Wire (2006)

Hoewel Pete Townshend en Roger Daltrey nog niet zo heel lang geleden verklaarden plannen te hebben voor een nieuw album, lijkt het er sterk op dat Endless Wire toch het laatste werkstuk van de heren blijft. En dat is zeker geen schande, want de eerste plaat van de band in 24 jaar was best een aardige. Natuurlijk, zonder Keith Moon en John Entwistle was het nooit meer hetzelfde, maar onder meer de songs It’s Not Enough en Mike Post Theme brachten toch wat van de oude kwaliteit in herinnering. Overigens is Endless Wire niet helemaal het laatste werk van The Who; in 2014 verscheen het nieuwe nummer Be Lucky op de compilatie The Who Hits 50!

9. Who Are You (1978)

Who Are You ging natuurlijk vooral de geschiedenis in als de laatste plaat die de band opnam met Keith Moon. Slechts enkele weken na de release van het album overleed hij. Daarnaast is de titeltrack natuurlijk een van de grote klassiekers van The Who en het nummer kreeg decennia later nog meer bekendheid dankzij het gebruik in de succesvolle serie CSI: Crime Scene Investigation. Ook minder bekende songs als Sister Disco en Guitar And Pen tillen het album naar een bovengemiddeld niveau.

8. A Quick One (1966)

Met het bijna tien minuten durende nummer A Quick One, While He’s Away schreef Townshend een soort voorloper van het latere succes Tommy. Het stuk was opgebouwd uit een zestal pakkende en stilistisch veelzijdige korte songs. Samen vertellen ze een simpel en niet al te opmerkelijk verhaal over een vrouw die in afwezigheid van haar geliefde (Her Man’s Gone) vreemdgaat met Ivor (The Engine Driver) en uiteindelijk vergeven wordt (You Are Forgiven). Het bijna gelijknamige album is ietwat onevenwichtig – mede doordat alle leden nu zelfgeschreven liedjes aandroegen – maar Entwistle’s Boris The Spider is nog een hoogtepunt.

7. My Generation (1965)

Het zelfverzekerde debuut van The Who verscheen in Amerika pas in het volgende jaar onder de titel The Who Sings My Generation, maar inhoudelijk verschillende de twee versies niet heel veel van elkaar (de cover van I’m A Man werd in de Verenigde Staten ingeruild voor de track Instant Parties). Hoewel de band er zelf achteraf gezien niet heel tevreden over was, geldt My Generation als een van de betere debuutplaten van het decennium, dankzij sterke songs als The Kids Are Alright, Out In The Street en natuurlijk de titeltrack.

6. The Who By Numbers (1975)

Een merkwaardig genoeg wat ondergeschoven plaat in het oeuvre van The Who. Hoewel, zo raar is het niet: na het epos Quadrophenia viel een nieuw werkstuk natuurlijk al snel tegen. Toch zullen veel fans het er achteraf vast over eens zijn dat The Who By Numbers het laatste echt essentiële album van de band was. Songs als Slip Kid en How Many Friends zouden tussen de killertracks op bijvoorbeeld Who’s Next net zo goed overeind blijven. De single Squeeze Box werd een hitje in Engeland en Amerika.

5. The Who Sell Out (1967)

Het blijft een van de leukste lp-hoezen uit de sixties, die van The Who Sell Out – alleen al om Roger Daltrey in een bad met witte bonen in tomatensaus te zien zitten. Los daarvan is het concept van het album ook fraai: de songs werden onderbroken door commercials en jingles. En de nummers zelf? Daar zitten enkele absolute The Who-klassiekers tussen, inclusief de hitsingle I Can See For Miles, Tattoo en Armenia City In The Sky. Begrijpelijk dus dat veel fans The Who Sell Out zien als het eerste écht geweldige album van de band.

4. Quadrophenia (1973)

Nadat de nieuwe rockopera Lifehouse op niets uitliep en ‘slechts’ resulteerde in een gewoon studioalbum van The Who, werd in 1973 met Quadrophenia een ambitieus project gerealiseerd dat minstens net zo indrukwekkend was als Tommy. De hoofdpersoon was deze keer ene Jimmy die aan schizofrenie leidt, waarbij zijn verschillende persoonlijkheden naar verluidt symbool zouden staan voor de bandleden van The Who. Commercieel gezien een wellicht wat ondergewaardeerd album, maar wie zich ook maar een klein beetje in The Who heeft verdiept, weet dat Quadrophenia essentieel is.

3. Tommy (1969)

Geen enkel album was belangrijker voor het doorbreken van de rockopera als een op zichzelf staand genre, dan Tommy. En dat hoewel het verhaal over de blinde en doofstomme titelpersoon vrij losjes in elkaar zit: veel connecties tussen de opvolgende nummers zijn pas later bekend geworden, nadat bedenker Pete Townshend uitleg gaf of via andere vertolkingen van het concept, zoals de speelfilm uit 1975. Dat neemt niet weg dat Tommy, dankzij tracks als Pinball Wizard en Go To The Mirror! een album is dat ondanks het typische jaren 70-concept uitzonderlijk tijdloos is gebleven.

2. Live At Leeds (1970)

In februari 1970 gaf The Who twee optredens in Engeland, waarvan de show in de universiteit van Leeds uiteindelijk een legendarische liveplaat opleverde. Vanwege de beperkte ruimte op een lp, stonden er slechts zes van de meer dan dertig gespeelde nummers op het oorspronkelijke album. Via verschillende remasters en heruitgaven zijn door de jaren heen echter steeds meer nummers naar buiten gekomen en dat is iets om blij mee te zijn, want de energie die The Who tentoonspreidt is ongeëvenaard. Overigens beweren liefhebbers dat sommige bootlegs van andere concerten uit deze tour nog veel beter zijn.

1. Who’s Next (1971)

Na het succes van Tommy werkte Pete Townshend aan een nieuwe rockopera, Lifehouse getiteld. De gitarist worstelde een tijdje met dit project, totdat hij besloot het plan van tafel te vegen en een deel van het materiaal te gebruiken voor een ‘gewoon’ album. Het resultaat was misschien wel de beste plaat die The Who ooit gemaakt heeft (of althans, in de studio). Natuurlijk zijn er de klassiekers Baba O’Riley, Behind Blue Eyes en Won’t Get Fooled Again, maar luister ook naar de schitterend door Roger Daltrey gezongen semi-ballad Getting In Tune en het bombastische The Song Is Over, dat ooit bedoeld was als de slotsong van Lifehouse.