Vanaf morgenavond staat meestergitarist Joe Bonamassa vijf avonden achter elkaar in ons eigen Carré. Voor degenen die wel een kaartje hebben, maar niet erg vertrouwd zijn met zijn werk, is er nog één avond over om in te luisteren. Speciaal voor deze mensen is hier de top 10 van albums van Joe Bonamassa die je gehoord moet hebben voordat je het koninklijk theater binnenstapt:

10. A New Day Yesterday (2000)

Iets minder dan 15 jaar geleden bracht Joe Bonamassa zijn eerste plaat uit, genoemd naar het Jethro Tull-lied dat ook op het album te vinden is. In vergelijking met andere platen bevat A New Day Yeserday veel eigen composities van Bonamassa. Tijdens de Tour de Force-concertreeks in 2013 werden enkele nummers voor het eerst in jaren weer live gespeeld en mogelijk staan ze ook in Carré weer op de setlist.

9. Black Rock (2010)

Tussen 2009 en 2012 bracht Bonamassa elk jaar één studioalbum uit. Aan kwaliteit inleveren deed de bluesgitarist echter niet en hij nam zelfs een beetje ruimte om te experimenteren met andere instrumenten dan de gitaar. Op het enigszins vreemd aandoende Athens To Athens is bijvoorbeeld de traditioneel Griekse bouzouki te horen.

8. Different Shades Of Blue (2014)

De shows zullen komende week vooral in het teken staan van Bonamassa’s elfde studioalbum, dat vorig jaar verscheen. Bijzonder aan de plaat is dat het het eerste album is dat puur en alleen composities bevat van hemzelf, geen covers dus. Of nou ja, op één klein Jimi Hendrix-covertje aan het begin na. Op Pinkpop maakte de gitarist vorig jaar indruk met de nieuwe nummers Oh Beautiful! en Love Ain’t A Love Song, die hij in Carré zeker ook zal laten horen.

7. Don’t Explain (2011)

De enige plaat in deze top 10 waarvan sowieso niets gespeeld zal worden in Carré is Don’t Explain, de samenwerking tussen Bonamassa en zangeres Beth Hart. Op het album vertolkt de mannelijke helft van dit duo uitsluitend de rol van gitarist en zijn de vocalen geheel voor Hart. Desalniettemin een prachtige samenwerking, waar gelukkig in 2013 een vervolg op kwam met het album Seesaw.

6. Driving Towards The Daylight (2012)

De grootste coverplaat die Bonamassa ooit uitbracht, met in totaal maar drie zelfgeschreven nummers. Howlin’ Wolf, Bill Withers, Bernie Mardsen en Robert Johnson, allemaal ontkomen ze niet aan de vliegensvlugge vingers van de New Yorkse snarenvirtuoos. Het album stond in Engeland op twee in de hitlijsten, wat zijn hoogste notering in een non-blues/rock hitlijst is.

5. The Ballad Of John Henry (2009)

Echt groot commercieel succes heeft Joe Bonamassa nog nooit gehad. Het titelnummer van The Ballad Of John Henry noemt hij zelf echter “my song closest to a hit” en het is dan waarschijnlijk ook wel het bekendste nummer dat hij ooit heeft geschreven. Met een lengte van dik zes minuten is het natuurlijk niet vreemd dat het nummer zeer weinig gedraaid wordt op de radio. Live duurt het nummer echter twee keer zo lang en speelt Bonamassa niet alleen gitaar, maar ook de magische theremin, zoals hij afgelopen jaar op Pinkpop liet horen:

4. Dust Bowl (2011)

De meest opvallende plaat tussen al het studiowerk van Bonamassa is waarschijnlijk Dust Bowl, waarop hij Barbra Streisand covert en samenwerkt met de frontman van zijn side-project Black Country Communion, Glenn Hughes. Ook John Hiatt zingt mee, op zijn eigen nummer Tennessee Plates en komt er langzame, aan Gary Moore refererende blues langs in de vorm van The Last Metador Of Bayonne. Dust Bowl springt alle kanten op en neemt alle mogelijke vormen van bluesmuziek aan en gelukkig is dat precies wat het album zo goed maakt.

3. Live From Nowhere In Particular (2008)

Lange gitaarsolo’s. Dat is Live From Nowhere In Particular in twee woorden. Schaamteloos worden de 17 minuten overschreden in ZZ Tops Just Got Paid en in elk nummer knalt Bonamassa er een spetterende solo uit. Hoogtepunt is het uitgesponnen India / Mountain Time, dat op So, It’s Like That (2002) nog geen vier minuutjes beslaat en hier bijna drie keer zo lang duurt.

2. An Acoustic Evening At The Vienna Opera House (2013)

Tegenwoordig wordt de eerste helft van veel concerten van Joe Bonamassa akoestisch uitgevoerd, waardoor sommige nummers de kans krijgen om op een compleet andere manier gepresenteerd te worden aan het publiek. De (vooral heel erg lange) show in Wenen in 2013 is het ultieme voorbeeld van de virtuositeit van Bonamassa op een akoestische gitaar. Compleet anders dan al het andere werk van de man, en juist daarom zo goed.

1. Sloe Gin (2007)

De grootste stap naar een breder publiek werd in 2007 gezet met het album Sloe Gin, met daarop de gelijknamige liveklassieker. Ook neemt Bonamassa eigen werk onder handen, door een rustige akoestische(re) versie op te nemen van Around The Bend, dat eerder al verscheen op Had To Cry Today (2004). Sloe Gin is half akoestisch, half elektrisch, en daarmee de perfecte voorbereiding op de concerten van aankomende week, die naar alle waarschijnlijkheid dezelfde verdeling zullen hebben.