Met het verbluffende Blackstar leverde David Bowie begin dit jaar een nieuw carrièrehoogtepunt af. Helaas bleek het album ook zijn laatste. De iconische alleskunner overleed enkele dagen na de release, op 69-jarige leeftijd. Maar, zo luidt het cliché, gelukkig hebben we de muziek nog. Vooral in de jaren zeventig was de zanger behoorlijk op dreef als albumartiest. Sterker nog, alleen Neil Young kwam waarschijnlijk in de buurt van de consistentie van Bowies werk in dat decennium. Maar ook daarna leverde de muzikale kameleon genoeg opzienbarende albums af. Van Hunky Dory tot Blackstar: wij lichten de tien meest essentiële Bowie-platen uit.

10. 1.Outside (1995)

Na een reeks toch wel matige platen in de tweede helft van de jaren tachtig en de eerste van de jaren negentig herpakte The Thin White Duke zich met een bijzonder duistere conceptplaat, waarvoor hij voor het eerst sinds de Berlijn-trilogie weer samenwerkte met Brian Eno. Experimenteerde Bowie op Black Tie White Noise (1993) al met verschillende moderne genres, op 1.Outside ging de zanger net wat overtuigender met zijn tijd mee door de nummers een frisse industrialsound te geven. Het album is zeker niet een van de meest toegankelijke in het Bowie-oeuvre, maar onder meer I’m Deranged, Hallo Spaceboy en Strangers When We Meet behoren tot zijn beste latere werk. [DG]

9. Diamond Dogs (1974)

In 1974 verhuisde Bowie naar de Verenigde Staten om daar uiteindelijk in Los Angeles te belanden. Het zou een verhuizing blijken die veel invloed op zijn muziek had, zo is vooral te horen op Young Americans (1975). Maar ook op Diamond Dogs begon er al een verschuiving in Bowie’s stijl te ontstaan. Dit is de eerste plaat waarop hij (nog heel voorzichtig) met soul en funk begon te spelen, maar het is vooral de bandbezetting die opvalt. Geen Spiders From Mars dit keer, al werden veel arrangementen nog wel voorheen met Mick Ronson ontwikkeld en tijdens liveoptredens ten gehore gebracht. Hoewel het hele album van hoge kwaliteit is, is het vooral de eerste single Rebel Rebel die Diamond Dogs zijn legendarische status geeft. Deze in Nederland opgenomen track is nog altijd een van Bowie’s bekendste en meest geliefde nummers en een ware glamrockanthem. [SS]

8. “Heroes” (1977)

Het tweede deel in de Berlijn-trilogie die Bowie met Brian Eno maakte. Wederom is er een fraaie splitsing tussen avontuurlijke elektronische instrumentals en  ‘gewone’ songs, die misschien nog wel iets sterker zijn dan op voorganger Low (zie verderop). En natuurlijk is er die tijdloze titelsong, met de scheurende gitaarfeedback van King Crimsons Robert Fripp. Datzelfde nummer is vier jaar later in een deels Duitstalige versie toegevoegd aan de soundtrack van de aangrijpende speelfilm Christiane F. – Wir Kinder Vom Bahnhof Zoo, samen met twee andere stukken van “Heroes”. Het derde en laatste deel van de Berlijn-trilogie, Lodger (1979), is overigens eveneens zeer de moeite waard. [DG]

7. Scary Monsters (And Super Creeps) (1980)

De Berlijn-trilogie van Low, “Heroes” en Lodger opvolgen zal niet makkelijk geweest zijn voor David Bowie. Voorgenoemde albums behoren artistiek tot zijn beste werk, maar presteerden op commercieel vlak wat minder. Volgens producer Tony Visconti wilde Bowie met Scary Monsters (And Super Creeps) dan ook een meer toegankelijke weg inslaan. En dat lukte, al werd de kwaliteit nog steeds goed bewaakt, getuige songs als Ashes To Ashes, Fashion en het titelnummer. Met opvolger Let’s Dance zocht Bowie definitief de commercie op. [SS]

6. Hunky Dory (1971)

Voorganger The Man Who Sold The World (1970) is ook ijzersterk, maar Hunky Dory wordt vaak gezien als het eerste meesterwerk van Bowie. De plaat bereikte echter pas echt een groot publiek nadat de zanger met Ziggy Stardust een superster werd. Zo kwam de single Life On Mars? niet eerder dan in 1973 hoog in de Britse hitlijsten te staan. Verder bevat Bowies vierde plaat een aantal van zijn meest tijdloze songs, zoals Changes, Oh! You Pretty Things en het aandoenlijke Kooks, dat hij schreef voor zijn pasgeboren zoon Duncan Jones. [DG]

5. Aladdin Sane (1973)

Voor bijna elke andere artiest zou Aladdin Sane het hoogtepunt uit zijn of haar carrière zijn, maar in het indrukwekkende oeuvre van David Bowie is deze plaat slechts een van de vele goede lp’s. Het album wordt vaak zelfs als een ‘mindere’ opvolger van Ziggy Stardust gezien, wat eigenlijk alleen veel zegt over dat eerdere meesterwerk. Op Aladdin Sane hoor je Bowie op zijn hoogtepunt als (glam)rockicoon – later zou hij nog veel andere genres buiten de rock omarmen – in niet al te gecompliceerde maar niettemin briljante songs als The Jean Genie, Panic In Detroit en Drive-In Saturday. En er is natuurlijk die onvergetelijke hoesfoto, geschoten door Brian Duffy. [DG]

4. Blackstar (2016)

Natuurlijk is het verschrikkelijk treurig dat David Bowie ons begin dit jaar ontviel, maar zijn laatste album Blackstar brengt enige troost. De zanger nam namelijk afscheid met een fenomenaal werkstuk, waarop hij zich zelfs wist te vernieuwen door te flirten met jazz. Na zijn – voor de buitenwereld – totaal onverwachte dood werd duidelijk dat Bowie met teksten als ‘Look up here, I’m in heaven’ (in Lazarus) en ‘Something happened on the day he died’ (uit de titelsong) verwees naar zijn naderende einde. Buitengewoon aangrijpend, maar nergens sentimenteel. Overigens is Blackstar niet helemaal het laatste werk van de meester. In oktober verschijnen zijn drie állerlaatste songs op het ‘cast album’ van Bowie’s theaterstuk Lazarus. [DG]

3. Low (1977)

Na een tijdje in Zwitserland te hebben gewoond, belandde David Bowie in 1976 in Berlijn en raakte hij meer dan geïnteresseerd in de muziekscene daar, met de krautrock voorop. Hij begon te werken met Brian Eno en Iggy Pop (met die laatste deelde hij bovendien een appartement en werkte hij mee aan nummers voor diens albums The Idiot en Lust For Life). Het resulteerde in de albums Low, “Heroes” en Lodger, de zogenaamde Berlijn-trilogie. Allemaal ijzersterk, vernieuwend en invloedrijk, waarbij Low bij ons op de redactie toch net een streepje voor heeft. [SS]

2. The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars (1972)

Deze monumentale David Bowie-lp wordt terecht vaak gerekend tot de beste rockplaten uit de geschiedenis. De zanger bedacht een intrigerend verhaal rondom zijn alter ego Ziggy Stardust, dat zich vijf jaar (‘Five Years’) voor het einde van de wereld afspeelt. Ziggy probeert door middel van rockmuziek hoop te brengen en ziet zichzelf als een soort profeet tot hij uiteindelijk op het podium aan zijn einde komt (‘Rock ‘N’ Roll Suicide’). Bowie gaf later aan dat de Britse rock & roll-zanger Vince Taylor hem inspireerde om Ziggy te creëren. [DG]

1. Station To Station (1976)

Weinig artiesten waren in de jaren zeventig zo goed op dreef als David Bowie – ondanks een enkele mindere plaat als de covers-lp Pin-Ups. Station To Station behoort zonder twijfel tot ’s mans beste werk. Bovendien maakten we hier voor het eerst kennis met zijn nieuwe personage The Thin White Duke (die ook genoemd wordt in de titelsong), een soort voortzetting van de rol die Bowie speelde in Nicolas Roegs cultfilm The Man Who Fell To Earth. Hoogtepunten op Station To Station zijn onder meer de prachtig gezongen cover van Wild Is The Wind en natuurlijk de onweerstaanbare hit Golden Years. [DG]