De discografie van Genesis kent grofweg twee delen: een progperiode en een commerciële periode. Die laatste werd ingezet na het vertrek van gitarist Steve Hackett en raakte na verloop van tijd steeds meer doordrenkt met Phil Collins’ invloed, tot afgrijzen van Genesis-liefhebbers van het eerste uur. Toch was het niet allemaal kommer en kwel, en daarom zetten we vandaag ter ere van Collins’ 62e verjaardag de beste Genesis-tracks uit ‘zijn’ periode op een rij.

10. Down And Out

Het eerste album na het vertrek van Hackett was het toepasselijk getitelde …And Then There Were Three (1978), waarop de verschillen met de platen ervoor al duidelijk te horen zijn. De songs zijn een stuk compacter en met Follow You Follow Me was er zelfs sprake van een eerste radiohitje. Van de nummers waar Collins aan mee heeft geschreven is de lekker rockende albumopener Down And Out echter onze absolute favoriet.

9. On The Shoreline

Dit b-kantje van de I Can’t Dance-single uit 1991 mag dan wel een typisch poprocknummer in de lijn van het latere Genesis zijn, het is wel een van de betere die de band in dat genre maakte. Voor ons is het nog steeds een raadsel waarom dit lied het album We Can’t Dance niet heeft gehaald. Prima melodie, lekkere productie en Collins’ stem komt in dit nummer uitzonderlijk goed tot zijn recht.

8. Turn It On Again

Toen gitarist Mike Rutherford de kenmerkende riff van Turn It On Again componeerde, dacht hij met een standaard vierkwartsmaat te maken te hebben. Bij de eerste oefensessie kwam Phil Collins er echter al snel achter dat dit nummer uit twee extreem ongebruikelijke maatsoorten bestond: 13/4 en 9/4. Mede dankzij het drumwerk doet het nummer echter helemaal niet vreemd aan. In de latere jaren ’80 werd het nummer vaak gespeeld met een classic rockmedley erachteraan: een beetje Genesis-onwaardig, maar stiekem wel erg vermakelijk.

7. Home By The Sea / Second Home By The Sea

Hoe brengen we ons geluid richting de jaren ’80 en blijven we tegelijkertijd toch een beetje bij onze roots? Dat moeten de heren gedacht hebben toen ze Home By The Sea maakten. Deze langere track bestaat uit twee delen, iets dat later op Invisible Touch (1986) met het beduidend minder sterke Domino nog eens geprobeerd werd. Let ook op de sterke songtekst, over een inbreker die in een spookhuis terecht komt.

6. Abacab

Waarschijnlijk is Abacab naast Invisible Touch (1986) het meest gehate Genesis-album. Geen wonder, want in 1981 markeerde de plaat een grote verandering in het geluid van de band. In het kielzog van Phil Collins’ solodoorbraak vinden we op Abacab voor het eerst een typische Collins-ballad (Man On The Corner) alsook een track met (oh gruwel!) de blazers van Earth Wind & Fire. Toch zetten wij het titelnummer -dat zijn naam naar verluidt heeft gekregen dankzij de songstructuur van een vroege versie- met veel plezier op.

5. Duchess

Het album Duke uit 1980 is zowel chronologisch als muzikaal een hybride te noemen tussen het oude en het nieuwe Genesis. Toetsenist Tony Banks zei eens in een interview dat het album zijn favoriet is, omdat het juist vanwege deze tweedeling een soort “best of both worlds” vormt. Dat komt in Duchess goed tot uiting: het nummer heeft nog veel klassieke Genesis-elementen, maar dan verpakt in een wat toegankelijker jasje. Let ook op de drumcomputer in het intro: dit later voor Collins’ solocarrière zo kenmerkende geluid werd op dit nummer voor het eerst door hem gebruikt.

4. Fading Lights

Na het extreem poppy Invisible Touch kende We Can’t Dance (1991) weer een aantal langere tracks, zoals Dreaming While You Sleep en Driving The Last Spike. Toch is Fading Lights onze favoriet. Toegegeven: het nummer begint als een typische Phil Collins-ballad van het ergste soort, maar wie daar even doorheen bijt wordt al snel getrakteerd op een uitgebreid instrumentaal stuk met een ijzersterke synthesizersolo van Tony Banks. Zo prog had Genesis al jaren niet meer geklonken!

3. Behind The Lines

Net als het eerder genoemde Duchess is dit nummer afkomstig van Duke (1980). Rond deze tijd begon Collins ook met het schrijven van nummers voor zijn komende solodebuut Face Value. Behind The Lines, een compositie van de hele band, duikt op beide albums op. Waar Collins’ solo-opname een nogal vreselijke jazzy inslag heeft, horen we in de bandversie op Duke een proggeluid dat nog erg sterk aan het oude Genesis doet denken. Erg geslaagd! Overigens beweert Collins dat hij zijn latere hit In The Air Tonight ook heeft aangedragen voor Duke, maar dat deze door de andere bandleden is afgekeurd. Tony Banks ontkent dat.

2. Mama

Samen met Invisible Touch en I Can’t Dance is Mama door de jaren heen hét symbool geworden van het door popsingles gedomineerde Genesis. Volledig onterecht, vinden wij, want Mama is zoveel meer dan een wegwerpnummertje voor de hitlijsten. Met de pompende drumcomputer, dreigende synthesizerlijnen en steeds agressiever wordende zang mag dit nummer gerust een toptrack worden genoemd.

1. Duke’s Travels

Oorspronkelijk zou Duke’s Travels samen met Behind The Lines, Duchess en de tracks Guide Vocal en Duke’s End een complete plaatkant durende suite vormen. Uiteindelijk was de band bang dat een vergelijking met het legendarische Supper’s Ready op de loer lag (en slecht uit zou vallen) en werd besloten de songs op te splitsen. Dat deze angst niet aan Duke’s Travels was te wijten, wordt eenieder die het nummer luistert al snel duidelijk. De manier waarop het nummer naar een climax toewerkt (met een tegelijkertijd wanhopig en agressief klinkende zangpartij) maakt dit nummer niet alleen een topper binnen het Phil Collins-tijdperk, maar binnen het hele Genesis-oeuvre.