De naam Derek Dick zal veel mensen misschien niet direct bekend voorkomen, maar als we Fish zeggen gaat er ongetwijfeld een belletje rinkelen. De boomlange Schot was van 1981 tot 1988 zanger van Marillion en drukte met zijn stem, teksten en performance een duidelijke stempel op de neoprogband. Vandaag viert hij zijn 55e verjaardag, en dus zetten wij onze favoriete Marillion-songs uit ‘zijn’ periode op een rij.

10. Pseudo Silk Kimono

Een klein en kort nummer opent het commercieel succesvolste album van de Fish-periode: Misplaced Childhood. Alvorens over te gaan in de hitsingles Kayleigh en Lavender horen we een uiterst sfeervol, door synthesizers gedreven compositie met breekbare zang van Fish. Een niemendalletje op het eerste gehoor, maar de track geeft aan hoe belangrijk de opbouw binnen een conceptalbum kan zijn: wanneer na Pseudo Silk Kimono het begin van Kayleigh klinkt, heeft dit meteen een totaal andere sfeer dan als single op de radio.

9. Warm Wet Circles

Niet alleen pure progstukken werden door Marillion tot in de perfectie beheerst, ook in de wat meer popgerichte tracks wist de band regelmatig uit te blinken. Het eerdergenoemde Kayleigh is daar natuurlijk een voorbeeld van, maar dat is lang niet het beste nummer uit die categorie. Neem bijvoorbeeld Warm Wet Circles, een mooie ballad die alles in zich heeft om het grote(re) publiek te bekoren, maar tegelijkertijd ook voor de meer ‘gevorderde’ liefhebber genoeg in huis heeft (die gitaarsolo!).

8. Incommunicado

Een andere ijzersterke single die net als Warm Wet Circles afkomstig is van Clutching At Straws uit 1987, het laatste album met Fish en het beste Marillion-album tot dan toe. Incommunicado werd de derde en voorlopig laatste top 10-hit van de band in Engeland (pas in 2004 zou de band met You’re Gone weer in de hoogste regionen terugkeren). Zelden rockte Marillion zoals op deze track, met zijn relatief hoge tempo en ritmische keyboardsounds.

7. Incubus

Ook Incubus behoort tot de hardere Marillion-songs, iets dat op Jigsaw na eigenlijk voor het hele tweede album Fugazi uit 1984 geldt. Duidelijk te horen is hoe de band na het debuut Script For A Jester’s Tear wat meer afstand neemt van de nadrukkelijke Genesis-invloeden en op zoek gaat naar een eigen geluid. De single Assassing is daar een duidelijk voorbeeld van, maar wij vinden Incubus toch net iets beter.

6. Chelsea Monday

Tekstueel mag Chelsea Monday dan wat aan de vreemde kant zijn, muzikaal behoort het nummer tot de hoogtepunten van Script For A Jester’s Tear. Het nummer voert de luisteraar zoals zo veel tracks op het debuut langs een keur aan tempo’s en sferen, en bevat een aantal geweldige solo’s van gitarist Steve Rothery. Verschillende concertuitvoeringen van het nummer, met name die op livealbum The Thieving Magpie (1988), waren overigens nog een stukje beter.

5. Sugar Mice

Het voorlaatste nummer van Clutching At Straws was tevens een single: Sugar Mice. Het nummer gaat net als de rest van het album over een aan lager wal geraakt persoon die weinig anders doet dan drinken om zijn problemen te vergeten. Op zeer overtuigende manier weet Sugar Mice de stemming van de ik-persoon over te brengen, om vervolgens naar een indrukwekkende climax toe te werken.

4. Grendel

Het album Script From A Jester’s Tear uit 1983 was niet de eerste release van Marillion. In oktober van het voorgaande jaar had de band al Market Square Heroes uitgebracht: een single die op de 12”-versie werd vergezeld door de 17 minuten durende b-kant Grendel, een nog altijd legendarische track in de Marillion-geschiedenis. Liveversies duurden soms nog langer, en nadat zowel Marillion als Fish het nummer 30 jaar niet vertolkt hadden, kwam het vorig jaar weer voorbij tijdens een aantal optredens van Fish.

3. Heart Of Lothian

Het hoogtepunt van Misplaced Childhood was Heart Of Lothian. Deze afsluiting van de eerste plaatkant bestond uit de delen Wide Boy en Curtain Call en was een goed voorbeeld van de autobiografische elementen die Fish in zijn teksten verwerkte (Lothian verwijst naar een regio in Schotland, waar Fish vandaan komt). Op de 12”-single (en later op de bonusdisc die in 1998 bij een remaster van het album verscheen) staat een langere (en betere!) versie van het nummer.

2. Fugazi

Het titelnummer van de tweede Marillion-plaat was één van de twee songs op dat album waar drummer Ian Mosley al aan meegeschreven had. Mosley zat nog maar kort bij de band nadat het ontslag van Mick Pointer tot een lange en moeizame zoektocht naar een nieuwe slagwerker had geleid. Mede door Mosleys drumstijl en de productie is Fugazi een goed voorbeeld van de zwaardere drumsound die op het gelijknamige album werd gehanteerd. Het nummer zou de jaren erna altijd een hoogtepunt in de liveset van Marillion blijven.

1. Script For A Jester’s Tear

Het titel- en openingsnummer van Marillions debuutalbum is er één waar op punten de Genesis-invloeden wel heel erg doorklinken, maar dat maakt de track er bepaald niet minder om. Script For A Jester’s Tear is het schoolvoorbeeld van het theatrale neoproggeluid waarin Marillion zo’n belangrijke rol speelde. Wederom geeft het nummer ons een spannende opbouw vol veranderende stemmingen, en een zangpartij waarin breekbaarheid en kracht elkaar afwisselen. Overigens niet alleen muzikaal een hoogtepunt, maar ook tekstueel een van de beste tracks uit de Fish-periode van Marillion.