Lars Ulrich van Metallica zei het onlangs ‘misdadig’ te vinden dat Deep Purple tot op heden niet in de Rock & Roll Hall Of Fame is opgenomen. Natuurlijk zijn we het helemaal met hem eens. De afgelopen 45 jaar heeft de band niet alleen op het podium een legendarische reputatie opgebouwd, maar ook vele studioalbums uitgebracht waarvan een groot aantal onmisbaar is voor rockfanaten. Wij zetten de tien allerbeste op een rij:

10. The Book Of Taliesyn (1968)

De ‘Mark I’ line-up (Ritchie Blackmore, Rod Evans, Jon Lord, Ian Paice en Nick Simper) had in 1968 al een hit gescoord in Amerika met Joe South’s Hush, afkomstig van het eerste album Shades Of Deep Purple. Het scheelt niet veel, maar de opvolger The Book Of Taliesyn is nog net iets beter. Ook op deze lp werken niet alle covers even goed (bijv. The Beatles’ We Can Work It Out), maar de originele composities Listen, Learn, Read On, het instrumentale Wring That Neck en het zwaar onderschatte Anthem behoren tot het beste uit de geschiedenis van Deep Purple.

9. Come Taste The Band (1975)

Het enige studioalbum van de ‘Mark IV’ line-up krijgt niet de waardering die het verdient. Het grote, te vroeg gestorven gitaartalent Tommy Bolin (o.a. James Gang) verving Ritchie Blackmore, waarmee er weinig overbleef van de beroemdste bezetting (‘Mark II’). Toch is de band vaak geweldig op dreef op Come Taste The Band, met een glansrol voor Glenn Hughes in This Time Around, verrukkelijk gitaarwerk van Bolin in Comin’ Home en de uitstekende afsluiter You Keep On Moving.

8. Stormbringer (1974)

De funkinvloeden die op Stormbringer nog meer dan op Burn naar voren kwamen, konden niet alle Deep Purple-fans bekoren. Wellicht dat deze lp daarom vaak wat onderschat wordt. Naast een oogstrelende hoestekening bevat Stormbringer een aantal formidabele tracks, waaronder de stevige titelsong, The Gypsy en het prachtig door David Coverdale gezongen Soldier Of Fortune (hij zingt dit lied nog steeds tijdens concerten van Whitesnake).  Daarmee had Stormbringer al meer memorabele songs dan het (voorlopig) laatste ‘Mark II’-album Who Do We Think We Are (1973).

7. Perfect Strangers (1984)

Na een weinig geslaagd avontuur als zanger van Black Sabbath besloot Ian Gillan zich met de andere ‘Mark II’-leden te herenigen voor een nieuw studioalbum van de meest geliefde Deep Purple-lineup. Perfect Strangers werd een prima plaat, hoewel niet van het niveau van de meesterwerken uit de vroege jaren zeventig. De titelsong en Knocking At Your Back Door groeiden uit tot klassiekers, en met het indringende Wasted Sunsets (waarin Blackmore als vanouds schittert op gitaar) maakte de band een van zijn allermooiste ballads.

6. Deep Purple (1969)

Het derde en laatste album van de eerste Deep Purple line-up overtrof de twee voorgangers ruimschoots. Ditmaal stond er maar één cover op (een mooie versie van Donovan’s Lalena), maar het prijsnummer van de lp was zonder twijfel April. In dit prog-achtige stuk van ruim twaalf minuten hoor je overduidelijk de klassieke invloeden van de vorig jaar overleden Jon Lord. Na het uiteenvallen van deze bezetting maakte hij met de nieuwe formatie (inclusief Ian Gillan en Roger Glover) zijn droom waar: zijn eigen composities uitgevoerd met een orkest. Het resultaat daarvan is te horen op Concerto For Group And Orchestra (1969).

5. Fireball (1971)

De lp die tussen de albumklassiekers Deep Purple In Rock en Machine Head uitkwam, heeft een iets minder legendarische status. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat op deze plaat een hit als Child In Time of Smoke On The Water ontbreekt, maar ook Fireball is een voortreffelijke hardrockplaat. Het epische Fools en de vlugge titeltrack steken er met kop en schouders bovenuit, maar ook tracks als Demon’s Eye en het curieuze country-uitstapje Anyone’s Daughter maken van Fireball een onmisbare Deep Purple-langspeler. Helemaal in de heruitgave met de non-album single Strange Kind Of Woman als bonustrack.

4. Purpendicular (1996)

In 1993 vertrok Ritchie Blackmore definitief. In eerste instantie nam virtuoos Joe Satriani zijn plaats in, maar de keuze voor de nieuwe Deep Purple-gitarist viel uiteindelijk op Steve Morse (o.a. Kansas, Dixie Dregs). Hij blies de band nieuw leven in, met als resultaat een van de allerbeste albums die de band ooit maakte: Purpendicular. Mede dankzij zijn adembenemende gitaarwerk in onder meer de rocker Ted The Mechanic en het waanzinnig mooie Sometimes I Feel Like Screaming klonk de band weer net zo vitaal als in de vroege jaren zeventig. De vier volgende albums met Morse (waaronder het dit jaar verschenen Now What?!) waren echter lang niet zo indrukwekkend.

3. Burn (1974)

Who Do We Think We Are was in 1973 een teleurstelling na het meesterwerk Machine Head en livemonument Made In Japan. Ian Gillan en Roger Glover verlieten de band om vervangen te worden door twee zangers: David Coverdale en Glenn Hughes (tevens bassist). Dat leverde het fantastische, zeer constante album Burn op. Coverdale zong de longen uit zijn lijf en Blackmore speelde de sterren van de hemel in het bluesy Mistreated, een van de hoogtepunten uit het gehele Purple-oeuvre. Briljant zijn ook het funky Might Just Take Your Life en de vurige titeltrack.

2. Deep Purple In Rock (1970)

De band heeft nooit zo rauw en heavy geklonken als op Deep Purple In Rock, het eerste studioalbum van de populairste line-up. Vanaf het overrompelende kabaal waarmee Speed King opent, smelten de talenten van het vijftal op zelden geëvenaarde wijze samen. Natuurlijk is er het epos Child In Time dat jaarlijks terecht hoog eindigt in de Top 2000 van Radio 2, maar ook Bloodsucker (later opnieuw opgenomen voor het album Abandon), Into The Fire en Flight Of The Rat zijn essentiële hardrockkrakers.

1. Machine Head (1972)

Er is waarschijnlijk geen hardrockfanaat die dit meesterwerk niet in de kast heeft staan. De zeven tracks op Machine Head zijn allemaal klassiekers, waaronder de eeuwige livefavorieten Smoke On The Water, Highway Star, Lazy en Space Truckin’. Even grandioos zijn de albumtracks Pictures Of Home en Maybe I’m Leo, en de heerlijke b-kant When A Blind Man Cries (te vinden op meerdere heruitgaven van Machine Head). Het scheelt eigenlijk haast niets met Deep Purple In Rock, maar als je maar één studioalbum van de band in huis haalt, is dit de meest logische keuze.