Weinig rockmuzikanten hebben zo’n bijzondere carrière achter de rug als Lou Reed. Alleen al met The Velvet Underground schreef hij muziekgeschiedenis, maar het tegendraadse genie bracht natuurlijk ook een groot aantal opmerkelijke soloalbums uit. Van de glamrock op Transformer, het sombere Berlin en de controversiële bak herrie op Metal Machine Music in de jaren zeventig tot de meesterlijke comeback New York en de bizarre samenwerking met Metallica in latere jaren, Reed bleef altijd een spraakmakende en eigenwijze ‘Rock ‘N’ Roll Animal’. Vandaag, zijn 71e verjaardag, zetten we de tien beste songs uit die solocarrière op een rij:

10. Kill Your Sons

Na het in eigen land geflopte meesterwerk Berlin (1973) maakte Reed een comeback met het album Sally Can’t Dance (1974). Opmerkelijk genoeg is deze niet meer dan prima lp de enige van Reed die in Amerika de top 10 van de albumlijst bereikte. Later gaf de zanger toe niet heel tevreden te zijn met Sally Can’t Dance, maar de plaat leverde minstens één briljante track op: Kill Your Sons. In deze duistere rocker zingt Reed over zijn tijd in een psychiatrisch ziekenhuis toen hij nog een tiener was. Zijn ouders dachten hem op die manier van zijn psychologische problemen af te helpen: “They’re gonna kill, kill your sons, until they run, run, run, run, run, run, run, run away.”

9. Street Hassle

De titeltrack van de gelijknamige lp uit 1978 is een epos in drie delen (Waltzing Matilda, Street Hassle en Slipaway), waarmee Reed opnieuw zijn genialiteit als songwriter bewees. Het stuk is natuurlijk nog interessanter dankzij de aanwezigheid van Bruce Springsteen, die bezig was met de opnames van Darkness On The Edge Of Town en hier een kort monoloog heeft. The Boss werd echter niet vermeld op de hoes: “Ik wou dat alle Bruce-fans de plaat hadden gekocht, maar aangezien we zijn naam niet mochten gebruiken, denken ze dat ik hem imiteer in het nummer”, schrijft Reed in het boekje bij de compilatie NYC Man.

8. Vicious

“Vicious, you hit me with a flower/You do it every hour/Oh baby you’re so vicious.” Met deze onweerstaanbare openingsregels gaat Reeds grootste soloklassieker Transformer (1972) van start. Die plaat was een historische samenwerking met producers David Bowie en Mick Ronson, en bombardeerde Reed tot glamrockicoon. Vicious werd een van de vier grote klassiekers op Transformer, naast Satellite Of Love, Perfect Day en Walk On The Wild Side.

7. Dirty Blvd.

In de jaren tachtig bracht Reed al enkele uitstekende platen uit, zoals The Blue Mask (1982) en Legendary Hearts (1983), maar het album New York werd in 1989 gezien als de grote comeback. Het meesterwerk, met geniale tracks als Busload Of Faith, Strawman en Romeo Had Juliette, moest volgens Reed als geheel beluisterd worden, zoals een boek of een film. Het uit slechts drie akkoorden opgebouwde Dirty Blvd. – over de verschillen tussen arme en rijke New Yorkers – is de bekendste track van de plaat.

6. Satellite Of Love

De uit duizenden herkenbare stem van David Bowie draagt veel bij aan deze heerlijke klassieker van Transformer. Zoals ome Lou zelf schrijft over zijn collega: “Hij heeft een freaky stem en hij kan heel hoog zingen. Het is erg, erg mooi. En hij is een geweldige zanger.” Reed schreef Satellite Of Love al in zijn Velvet Underground-periode en een VU-opname is dan ook te vinden in de beroemde boxset Peel Slowly And See (1995).

5. Coney Island Baby

De zeer beruchte dubbelaar met volgens velen onluisterbare noise (Metal Machine Music, 1975) werd, tot opluchting van veel fans, weer gevolgd door een ‘gewoon’ album. Coney Island Baby verscheen hetzelfde jaar nog en bleek weer een artistieke voltreffer. Vooral de grotendeels gesproken titelsong is Lou Reed op zijn best. Tijdens de opnames van de plaat werkte hij overigens ook weer samen met oud VU-collega Doug Yule. Een versie van Coney Island Baby met Yule op gitaar werd in 2006 als bonustrack aan de cd-remaster toegevoegd.

4. Perfect Day

Mede dankzij de film Trainspotting (1996) werd het sombere en kalme Perfect Day een van Reeds beroemdste songs. Zijn originele versie op Transformer blijft de definitieve, ondanks de vele covers die in latere jaren gemaakt werden (bijvoorbeeld de liefdadigheidssingle in 1997, uitgevoerd door diverse artiesten, onder wie David Bowie en Reed zelf). Ook Reeds eigen heropname op The Raven (2003) – met Antony Hegarty als gastzanger – verbleekt bij het origineel.

3. The Kids

“They’re taking her children away/Because they said she was not a good mother”, zingt Lou Reed in de openingsregels van dit droevig stemmende lied van het meesterwerk Berlin (1973). The Kids is misschien wel het meest schokkende lied op een bijzonder sombere plaat waar de wereld destijds kennelijk nog niet klaar voor was. The Kids bezorgt nog meer rillingen als je het verhaal achter de opname weet. De krijsende kinderen in het lied waren van producer Bob Ezrin, die ze vertelde dat hun moeder was omgekomen in een auto-ongeluk. Het bleek een leugen om de kinderen aan het huilen te krijgen!

2. Intro/Sweet Jane

Misschien een wat flauwe toevoeging aan deze lijst, aangezien Sweet Jane natuurlijk een Velvet Underground-klassieker is. Toch is deze live-uitvoering van het beroemde Rock ‘N’ Roll Animal (1974) een van Reeds bekendste opnames als soloartiest. De snoeiharde bewerking op zijn beste livealbum staat als een huis en doet het al jaren goed in de Top 2000 van Radio 2.

1. Walk On The Wild Side

In een lijst met de beste solosongs van Lou Reed ontkom je niet aan de hit Walk On The Wild Side. Hoewel andere tracks in deze lijst misschien nog net iets indrukwekkender zijn in tekstueel of muzikaal opzicht, is Walk On The Wild Side toch wellicht de ultieme Reed-song. Ondersteund door de legendarische baspartijen van Herbie Flowers maakte hij een van de meest ongewone hitsingles uit de popgeschiedenis, met gewaagde regels als: “Candy came from out on the Island/In the backroom she was everybody’s darling/But she never lost her head/Even when she was giving head.”