Vandaag viert Pete Townshend zijn 68e verjaardag. Hij werd op 19 mei 1945 als Peter Dennis Blanford Townshend geboren in Chiswick Hospital in Londen. In 1964 richtte hij met zanger Roger Daltrey en bassist John Entwistle The Who op. Korte tijd later voegde drummer Keith Moon zich bij het trio. Pete Townshend schreef vrijwel alle songs voor The Who. Zijn beroemdste zin is uiteraard ‘hope I die before I get old’ uit My Generation; we weten allemaal dat dàt niet gebeurd is…

10. Won’t Get Fooled Again

De van het album Who’s Next afkomstige Won’t Get Fooled Again is nog altijd een van de meest geliefde live-klassiekers van de band. Als single werd de Britse nummer 9, Amerikaanse nummer 15 en Nederlandse nummer 8 bereikt. Ook deze song was in eerste instantie bedoeld voor het Life House project, maar kwam zoals de meeste van de songs daarvoor uiteindelijk toch op Who’s Next terecht. In maart 1971 werd de song onder leiding van producer Kit Lambert in New York opgenomen, maar het resultaat viel tegen. Dus werd Glyn Johns gevraagd als producer en in april werd de song opnieuw opgenomen in de Stargroves Studio in Berkshire, oftewel in Mick Jagger’s huis!

9. The Seeker

Met nummer 19 in de UK, 44 in de States en 17 in ons land was The Seeker een aardige hit. John Entwistle zei dat hij nooit van deze song heeft gehouden ‘Ik haatte het om ‘m live te spelen. The Seeker en Relay zijn de twee songs die ik het meest haatte, omdat ze beide vooral vanwege de ‘feel’ goed zijn en die kun je niet vasthouden als je er niet van houdt. De demoversie van The Seeker was prima, die hadden we moeten uitbrengen!’ Roger Daltrey vond het ook geen fijn lied om te zingen, maar hij deed het wel precies zoals Townshend het had aangegeven. Volgens Pete gebeurde het wel vaker dat Roger een song niets aan vond, maar dat hij toch zijn best deed om het naar Pete’s wens te doen, vooral ook omdat er toch vaak geld mee te verdienen was…

8. Mary Anne With The Shaky Hand

Van “Mary Anne” zijn drie versies bekend. Twee ervan hebben Al Kooper, van Blood, Sweat & Tears, op orgel. Uiteindelijk werd een derde versie gemaakt, zonder Kooper, en dit is de bekende versie die op The Who Sell Out terecht kwam. Deze versie is ook bekend als de US Mirasound Version. Opgenomen op 6 augustus 1967 in de Mirasound Studios in New York. De song staat als B-kant op de Amerikaanse single I Can See For Miles, die aldaar de negende plaats bereikte.

7. Behind Blue Eyes

In maart 1971 werd Behind Blue Eyes opgenomen in de Record Plant Studios in New York, in april werd de song gemixt in de Olympic Studios in Londen. De song werd geen Britse hit, maar zowel in de States als Nederland werd de 34e plaats bereikt in de hitlijsten. Behind Blue Eyes was in eerste instantie bedoeld voor Townshend’s Life House project, maar kwam uiteindelijk op het album Who’s Next uit. In ons land is de song vooral bekend door de coverversie van Limp Bizkit uit 2003, die de vierde plaats in de top 40 behaalde. Onze eigen Within Temptation heeft ook een mooie versie gemaakt op hun Q-Music cd.

6. The Kids Are Alright

The Kids Are Alright werd in oktober 1965 opgenomen in de IBC Studio in Londen en kwam op single uit in 1966. De hoogste hitparadepositie was 41 in Groot-Brittannië, in Amerika kwam ie tot 106 en in ons land bereikte de single de hitlijst niet. De song staat op de elpee My Generation. De song zou later een van de iconische nummers worden voor de Mod-levensstijl in Engeland in de jaren zestig. Mede hierom werd de titel van het nummer gekozen als titel van de rockumentary over de band, die in 1979 uitkwam. Er wordt gezegd dat Townshend een stuk van Henry Purcell op de piano hoorde, waarna hij de melodie ging herbewerken en een harmonie trachtte te zoeken voor het refrein van het nummer. Het nummer werd onder meer gecoverd door de bands Green Day en Pearl Jam.

5. Anyway, Anyhow, Anywhere

De derde Who-single kwam in 1965 uit kwam tot nummer tien in de Britse hitlijst, in ons land was het de eerste hit voor de band en hier was 28 de hoogste hitnotering. Dit was de eerste Who-single met feedback op vrijwel het gehele nummer. Toen de platenmaatschappij de tape had ontvangen om er een single van te persen, stuurde deze snel een telegram met daarop het verzoek een nieuwe tape te sturen, omdat deze niet goed was vanwege de feedback. Snel reageerde de band per telegram dat dit nu juist de bedoeling was…

4. Baba O’ Riley

Deze prachtige song staat op het album Who’s Next uit 1971. Meher Baba is een Indiase geestelijke van Iraanse afkomst die tegen zijn volgelingen zei dat hij de avatara, een incarnatie van God zou zijn. Hoewel hij vanaf 1925 tot zijn dood in 1969 geen woord zei, is zijn ‘leer’ toch over de hele wereld verspreid geraakt. Pete Townshend was zo gefascineerd door de filosofie van de man, dat hij hem betrok in een van zijn nummers. Hij was namelijk van plan een willekeurig iemand uit het publiek te kiezen en zijn gegevens in een synthesizer te verwerken. Het werd Meher Baba, van wie hij de biologische gegevens invoerde. Terry Riley is een Amerikaanse componist die Pete Townshend met één van zijn nummers (A Rainbow in Curved Air, 1969) geïnspireerd heeft. Doordat Townshend aan het experimenteren was met de relatief nieuwe combinatie tussen hardrock en de synthesizer, hoor je op dit nummer de synthesizermuziek (met de gegevens van Meher Baba) en de hardrock (de F-C-Bb akkoorden van Terry Riley). Omdat beide personen zo’n grote invloed hadden gehad op dit nummer (ook op Won’t Get Fooled Again), was de keuze voor een naam niet moeilijk: (Meher) Baba O'(Terry) Riley. Baba O’Riley is dus een erg vernieuwend nummer, zowel voor The Who als voor de rest van de rockmuziek. Keith Moon stelde voor om aan het einde van het nummer de muziek over te laten lopen in een soort polka-beat. Dave Arbus bespeelt de viool op deze song. Tijdens optredens is het niet echt makkelijk om een geluidsband mee te nemen met de vioolmuziek erop, dus vervangt Daltrey de vioolsolo live voor een solo op de mondharmonica. Deze versie is live opgenomen op Charlton Athletic 18-5-1974, de dag voor Pete’s 29e verjaardag dus.

3. Happy Jack

De zesde single in het jaar 1966 was Happy Jack en bereikte de derde plaats in het Verenigd Koninkrijk, de 24e in de VS en de zesde in ons land. Pete’s vader was saxofonist in een band en speelde in Pete’s jeugd een seizoen op het eiland Man. Pete was veel op het strand te vinden, waar hij heel veel vreemde types, hij noemde ze zelfs weirdo’s, tegenkwam. Er was niemand die Happy Jack heette, maar uit al die figuren construeerde hij deze persoon.

2. My Generation

De vierde single is waarschijnlijk de bekendste van alle songs van The Who. In 1965 was het de eerste grote Britse hit, want het bereikte de tweede plaat in de hitlijst. In de States was 74 de hoogste notering en in ons land werd de vijfde plaats bereikt. My Generation staat uiteraard op de eerste en gelijknamige langspeelplaat van The Who. Het schijnt dat Townshend My Generation schreef terwijl ze onderweg waren naar de opnamen van een televisieprogramma.

1. Substitute 

De vijfde single (en vierde hit) van The Who kwam in 1965 uit en bereikte de vijfde plaats in de Britse hitparade en maar liefst de derde in ons land. Substitute was de eerste Who-song waarop John Entwistle met een plectrum speelde. In een interview vertelde hij dat hij iedere dag een andere basgitaar probeerde en dat hij dan uitprobeerde welke het beste bij de desbetreffende song hoorde. Dit was ook de eerste Who-song die door de band zelf werd geproduceerd. Keith Moon was tijdens de opname zó dronken, dat hij de volgende dag niet meer wist dat hij erbij was. Hij belde John kwaad op en schreeuwde ‘hoe durven jullie zonder mij op te nemen?’