Sir Michael Philip Jagger die we allemaal kennen als Mick Jagger, de leadzanger van The Rolling Stones, is vandaag zeventig jaar geworden… 26 juli 1943 werd hij in het Livingstone Hospital in East Hill, Dartford, Kent, Engeland, geboren. Om dit heuglijke feit te vieren presenteren wij een top 10 met de beste Rolling Stones songs uit de jaren zestig, samengesteld uit de lijstjes van een aantal diehard Stonesfans.

10. That’s How Strong My Love Is

Prachtig gezongen door Mick, deze soulfulle bluesballad, met veel emotie. Geschreven door Roosevelt Jamison (15.7.1936-27.3.2013) en vooral ook bekend door de uitvoering van Otis Redding. In 1964 voor het eerst op plaat gezet door O.V. Wright. De Rolling Stones-versie staat op het album Out Of Our Heads uit 1965 en is in mei van dat jaar opgenomen in de Chess Studio in Chicago. Andere artiesten die deze song coverden zijn: Humble Pie, The Hollies, Bryan Ferry, Candi Staton, Taj Mahal en Mick Hucknall.

9. She Said Yeah

In 1 minuut en 34 seconden word je overdonderd met een geweldige bak lawaai. In mei 1965 opgenomen in de RCA Studio in Hollywood. Door wie deze song is geschreven is enigszins verwarrend, omdat verschillende namen door verschillende bronnen worden genoemd. We gaan maar uit van de betrouwbaarheid van The Originals van Arnold Rypens, die meldt dat Sonny Bono (die van Sonny & Cher inderdaad) en Christy Jackson het nummer schreven. In 1958 was Larry Williams de eerste die deze song op plaat zette. Nog voor de Stones deden The Animals het in 1964. Ook Paul McCartney nam She Said Yeah op, in 1999 op zijn album Run Devil Run. De Rolling Stones-versie staat op de Europese lp Out Of Our Heads (september 1965) en de Amerikaanse lp December’s Children (november 1965).

8. The Last Time

De eerste single geschreven door Mick en Keith, die meteen op nummer 1 van de Britse hitparade terecht kwam. Ze hadden wel goed geluisterd naar het nummer Maybe The Last Time van The Staple Singers. Een nummer met geweldig gitaarwerk. In januari en februari 1965 in de RCA Studio in Hollywood opgenomen, net voordat de band op toernee ging naar Australië en Azië.  Keith wist meteen dat ze een geweldige song hadden geschreven en opgenomen en dat dit een mooi startpunt was om verder te gaan met eigen werk. Mick was achteraf niet tevreden over zijn zangpartijen, zodat die opnieuw werden opgenomen. Brian Jones zorgde mede voor de ‘wall of sound’ door zijn slaggitaarpartijen, terwijl ook Phil Spector in de studio was om aanwijzingen te geven.

7. Street Fighting Man

Deze Jagger-Richards compositie werd tussen maart en juni 1968 in de Olympic Studio in Londen opgenomen, met Jimmy Miller als producer en Glyn Johns als opnametechnicus. De tekst is geïnspireerd door de studentenprotesten en rellen in Europa in het voorjaar van 1968. Beggars Banquet is het album waarop Street Fighting Man staat. Deze kwam in november/december uit. De Amerikaanse single werd kort na de release teruggetrokken, nadat de radiozenders de song boycotten uit angst dat dit zou leiden tot nieuwe rellen.

6. Honky Tonk Women

Deze wereldwijde nummer 1 hit van de Stones werd in mei 1969 opgenomen in de Olympic Studio in Londen, met opnieuw Jimmy Miller als producer en Glyn Johns als technicus. De titel wordt vaak verkeerd gespeld als Honky Tonk Woman, maar hoewel de tekst over een prostituee gaat, heet ie toch echt Honky Tonk Women. Dit is het officiële debuut van Mick Taylor als lid van de band, al was hij ten tijde van de opname ‘slechts’ sessiemuzikant. Een eerdere versie heeft Brian Jones op gitaar, maar die partijen werden niet gebruikt. Mick en Keith schreven de song toen ze in Zuid-Amerika waren. Ry Cooder was ook bij de opnamesessies aanwezig en toen Honky Tonk Women was uitgebracht beweerde hij dat hij de beginakkoorden had geschreven, iets wat jarenlang een strijd was tussen Ry en degene die als componist staat vermeld, Keith Richards (toen nog als Keith Richard genoemd). De single kwam in Engeland uit op 3 juli 1969, de dag waarop, zo bleek later, Brian Jones overleed. Toen de Stones met deze song begonnen was het een countrysong, nogal sterk gebaseerd op Honky Tonk Blues van countrylegende Hank Williams, maar al snel besloten ze er een rocker van te maken. Op het album Let It Bleed staat de countryversie als Country Honk.

5. Paint It, Black

In maart 1966 waren de Stones weer in de RCA Studio in Hollywood, om onder leiding van producer Andrew Loog Oldham deze door Mick (tekst) en Keith (muziek) geschreven song op te nemen. De oorspronkelijke titel was eigenlijk Paint It Black, maar door een fout van platenmaatschappij Decca werd de titel van de song op de eerste single met een komma gespeld. Op latere uitgaven, zoals de cd-single uit 1990 en de diverse compilatiealbums, wordt de oorspronkelijke titel zonder komma aangehouden. De single werd in 1966 zowel in de States als in de UK én in ons land een nummer 1 hit. In 1990 werd Paint It Black opnieuw nummer 1 in ons land, door de tv-serie Tour of Duty. De song staat op diverse verzamelalbums en op de Amerikaanse versie van de lp Aftermath.  Brian Jones speelt op deze opname virtuoos op de sitar, het in die tijd steeds populairder wordende Indiase snaarinstrument. Jack Nitsche speelt ‘gypsy-style’ piano op deze opname.

4. Sympathy For The Devil

In mei en juni 1968 in de Olympic Studio in Londen opgenomen door Jimmy Miller (productie) en Glyn Johns (techniek). De oorspronkelijke titel was The Devil Is My Name. Het lied is geschreven vanuit het standpunt van Lucifer, de duivel, en geïnspireerd op het boek De Meester en Margarita van de Russische schrijver Mikhail Bulgakov. Lucifer legt uit hoe hij duizenden jaren lang getuige is geweest van het geweld dat de mensheid tegen zichzelf gebruikt heeft. Vaak in naam van religie. Het was destijds een controversieel nummer, zoals wel vaker met muziek van de Stones. Dit omdat het werd uitgelegd als een oproep tot duivelsaanbidding. Daarnaast kan het gezien worden als protest tegen de Vietnamoorlog. Hoewel het een Jagger-Richards werkstuk is, moet toch vooral Jagger gezien worden als degene die deze song gemaakt heeft, met name tekstueel. Sympathy For The Devil staat op het album Beggars Banquet uit 1966. Bijzonder is dat Keith Richards zowel gitaar als basgitaar speelt op deze opname. Bill Wyman bespeelt enkele percussie-instrumenten. De ‘Whoo Whoo’ vocalen werden gedaan door Keith Richards, Brian Jones, Bill Wyman, Marianne Faithfull, Anita Pallenberg & Jimmy Miller. De song werd in 1973 een bescheiden hit in ons land, nadat het ter gelegenheid van een Rolling Stones Dag van Radio Veronica op single werd uitgebracht (met het Veronica-zendschip op de hoes). Covers zijn er van onder meer Bryan Ferry en Guns N’ Roses.

3. It’s All Over Now

De single met de beste outro aller tijden (en misschien ook wel intro). Geschreven door Shirley Womack en Bobby Womack. De eerste plaatopname is van The Valentinos uit 1964; het was deze versie die de bekende Amerikaanse radio-dj Murray The K aan de band liet horen toen ze in Amerika waren. Al snel besloten de Stones om deze prachtige song op te nemen en ze deden dat in de Chess Studio in Chicago, in juni 1964. Het was de eerste Stones-opname die buiten het Verenigd Koninkrijk was opgenomen en het was de eerste nummer 1-hit in eigen land en ook in ons land; in Amerika werd plaats 26 bereikt. De song staat op de ep 12×5 en op de gelijknamige Amerikaanse lp (in de States deden ze niet aan ep’s i.t.t. Groot Brittannië).

2. Gimme Shelter

Moet misschien wel de nummer 1 zijn. Een geweldige opener van het album Let it Bleed, met een geweldige vocale bijdrage van zangeres Merry Clayton (die het later op haar album Gimme Shelter zette). De titel Gimme Shelter werd aanvankelijk geschreven als Gimmie Shelter. Het werd in oktober en november 1969 opgenomen in de Elektra Studio in Hollywood, met Jimmy Miller als producer en Glyn Johns als opnametechnicus. Het is onduidelijk waar het nummer precies over gaat, maar het staat symbool voor het ongelukkige verloop van het Altamont Free Concert in december 1969 (waarbij Hells Angels de bewaking verzorgden en iemand in het publiek door messteken kwam te overlijden) en de teloorgang van de idealen van de sixties. Keith schreef dit nummer in twintig minuten op een regenachtige middag in het Londense appartement van Robert Fraser. Met Gimme Shelter bouwde hij muzikaal gezien voort op Jumpin’ Jack Flash en Sympathy For The Devil. Deze song wordt tijdens vrijwel elk concert van de Stones gespeeld, waarbij de vrouwelijke vocalen de laatste jaren door Lisa Fischer worden verzorgd. Ook hebben diverse bekende zangeressen dit gedaan, zoals Fergie, Mary J. Blige en Lady Gaga.

1. (I Can’t Get No) Satisfaction

Dit is ongetwijfeld wereldwijd de bekendste van alle Stonessongs, nummer 1 in de UK, de States, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Canada en Australië. De riff op gitaar waar het nummer mee opent, componeerde Keith Richards in zijn slaap: ‘I woke up in bed with this riff and I thought ‘I ‘ve gotta put that down.’ De bandleden verbleven in het Fort Harrison Hotel in Clearwater, Florida. Het was 7 mei 1965, de nacht na het vijfde concert van hun derde Amerikaanse tournee. Richards stond op, pakte zijn gitaar en een draagbare cassetterecorder, speelde in wat hij zojuist bedacht had en ging terug naar bed. De volgende ochtend draaide hij de tape af. ‘It was two minutes of Satisfaction and forty minutes of me snoring’. Een paar woorden bij de riedel van zijn muzikale idee waren gauw gevonden. Of die waren er altijd al bij geweest. Het had van alles kunnen zijn, zei Richards later, maar het was I can’t get no satisfaction, ik kan geen voldoening vinden. Richards was bang dat de compositie te veel leek op Dancing In The Street van Martha and the Vandellas, maar de overige bandleden waren enthousiast. De toon was gezet, puur, rauw, seksueel en goudeerlijk. In de dagen die volgden schreef Mick Jagger de rest van het lied, over een ik-figuur die zoekt naar authenticiteit in een wereld vol commerciële nep, als een protest tegen de consumptiemaatschappij die hij aantrof in Amerika, en dan met name in radio- en televisiespots. Het werd het eerste nummer dat de Stones volledig op Amerikaanse bodem hebben opgenomen en geproduceerd. Op 10 mei maakten ze in de Chess Studios in Chicago een akoestische versie, met Jagger op mondharmonica. Op 11, 12 en 13 mei volgden sessies in de RCA Studios in Hollywood. Richards gebruikte een Gibson Maestro fuzzbox om de kenmerkende echo uit zijn gitaar te krijgen. Na het studiowerk werd er gestemd over een eventuele single. Richards en Jagger stemden tegen, maar waren in de minderheid. Op 5 juni lag Satisfaction in de Amerikaanse winkels, met alle gevolgen van dien. Na zes weken stond ze op nummer 1. Jagger zei in 1995: ‘It was the song that really made the Rolling Stones, changed us from just another band into a huge, monster band. You always need one song’. Een release in Engeland werd uitgesteld tot de band terug was van de toernee om het succes te delen en vergroten. Op de B-kant van de Amerikaanse single stond The Under-Assistant West Coast Promotion Man. Hetzelfde gold voor de Nederlandse single. Eind juli verscheen de Engelse persing met op de B-kant The Spider And The Fly.